Belga

Verdachten in strafzaken kunnen niet meer via videoconferentie worden verhoord

Verdachten zullen niet via videoconferentie voor de raadkamer of kamer van inbeschuldigingstelling (KI) kunnen verschijnen. Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat de wettelijke basis daarvoor onduidelijk is en het recht op een eerlijk proces schendt. 

Het idee van de wet was om verdachten in voorlopige hechtenis te verhoren via videoconferentie wanneer zij voor de raadkamer of de KI moesten verschijnen. De bedoeling was om de kosten van vervoer van en naar de gevangenis te drukken en de veiligheidsrisico's te beperken.  De raadkamer en de KI zouden zelf geval per geval beslissen of de verdachte via videoconferentie moest verschijnen, zonder diens toestemming. 

Tot nu toe is het principe van de videoconferentie voor verdachten in strafzaken wel nog niet toegepast.

"Kosten besparen alleen kan niet volstaan"

Maar het Grondwettelijk Hof heeft nu geoordeeld dat het drukken van de kostprijs van het vervoer van een gedetineerde op zichzelf de beslissing voor videoconferentie niet verantwoordt. Volgens het Hof moet er nog een ander wettig belang zijn, zoals een risico voor de openbare orde of de veiligheid van getuigen of het garanderen van een sneller proces. Daardoor, vindt het Hof, is het onvoorspelbaar in welke gevallen een verdachte via videoconferentie moet verschijnen of niet. 

Het recht op een eerlijk proces omvat het recht om niet alleen het proces bij te wonen maar ook om de debatten te horen en te volgen

Grondwettelijk Hof

De vernietigde wet bevatte volgens het Grondwettelijk Hof nog andere slordigheden. Zo was het niet duidelijk waar de advocaat zich precies zou bevinden tijdens zo'n videoverhoor. Ook waren er niet voldoende garanties dat de verdachte zonder technische belemmeringen zou kunnen deelnemen aan het verhoor. Bovendien zou deze niet op vertrouwelijke wijze kunnen communiceren met zijn advocaat. Dat alles schendt volgens het Hof het recht op een eerlijk proces. 

Verdachten in voorlopige hechtenis zullen dus nog steeds persoonlijk of vertegenwoordigd door hun advocaat voor de raadkamer of de KI moeten verschijnen. 

"De wet was slordig opgesteld"

De Orde van Vlaamse balies is tevreden met de uitspraak. “Het gaat er niet om dat er moderne technische middelen gebruikt worden,” zegt woordvoerder Hugo Lamon. “Het punt is dat er onvoldoende waarborgen in de wet waren opgenomen om een eerlijk proces te garanderen. De wet was gewoon te onduidelijk.”

Zo was het volgens de Orde niet duidelijk waar de advocaat tijdens de videoconferentie plaats moest nemen. “De wet was slordig opgesteld, en er zal nu moeten gewerkt worden aan een nieuwe versie.”