AP

De grote gok van Erdogan: hoe groot wordt zijn macht?

Het worden vandaag misschien wel de meest beslissende verkiezingen van de laatste decennia in Turkije. Want de uitslag zal niet alleen bepalen of Recep Tayyip Erdogan een nieuw presidentieel mandaat krijgt. Als Erdogan wint, dan treedt ook de nieuwe grondwet in werking, die in april van vorig jaar bij referendum nipt (51-49) werd goedgekeurd. Die geeft het staatshoofd voortaan verregaande bevoegdheden, ten koste van de wetgevende en de gerechtelijke macht. 

analyse
Stefan Blommaert
Journalist op de buitenlandredactie bij VRT NWS.

De vlaggen wapperen weer, net als de gigantische spandoeken met de beeltenis van president Erdogan. Maar ook de oppositiepartijen zijn goed op dreef, met affiches en verkiezingskaravanen. Het lijkt hier in Istanboel een herhaling van de sfeer tijdens het referendum over de grondwetsherziening in april van vorig jaar, toen er overal waar je keek Evet (ja) en – een pak minder – Hayir (nee) in het straatbeeld hing en plakte.

Erdogan tegen de rest, een déjà-vu dus. En toch is er een verschil. Bij het referendum voelde je wat gelatenheid bij de oppositie, de leider leek oppermachtig, de repressie na de mislukte coup van juli 2016 had zijn tol geëist. Nu is er meer enthousiasme bij de tegenstanders van Erdogan. “Ze hebben weer licht in de ogen,” zei iemand me.  

Vervroegde verkiezingen

Deze verkiezingen hadden eigenlijk moeten plaatsvinden op het einde van volgend jaar. Maar Erdogan en zijn AK-partij (Gerechtigheid en Ontwikkeling) beslisten twee maanden geleden dat ze vervroegd zouden worden. Officieel gebeurde dat wegens de volatiele regionale situatie, met het Turkse leger dat betrokken is bij operaties in Syrië. Er mag in die omstandigheden geen onzekerheid heersen in Turkije, zo werd als reden opgegeven. Een sterk regime is nodig.

Analisten wezen op een reeks andere overwegingen om de verkiezingen te vervroegen. Zo zou de oppositie door de onverwachte aankondiging te weinig tijd hebben om een campagne op gang te trekken. Maar het belangrijkste argument dat overal opduikt is de economie.

It’s the economy, stupid

Onder Erdogan – die intussen al sinds 2003 ononderbroken aan de macht is, als premier of president – is de levensstandaard van de Turken er beduidend op vooruitgegaan. Er werden ook ontelbare grote investeringen gedaan in infrastructuur, die het land broodnodig had. Economische groei, dat waren niet zomaar cijfers, dat was gewoon zichtbaar. Dat Erdogan zich steeds autoritairder ging opstellen was nauwelijks een punt voor zijn aanhangers. Het leven werd er beter op, en de leider kreeg bij zijn achterban nog meer ontzag door een grote mond op te zetten tegen buitenlandse politici die het aandurfden om kritiek te uiten op zijn beleid.

Maar dus: de economie (bis). Het gaat er de laatste tijd niet meer zo goed mee. Er is inflatie, vooral veroorzaakt door een snelle koersdaling van de lira. De waarde van de Turkse munt is sinds het begin van dit jaar met twintig procent omlaag gegaan. Dat maakt veel (import)producten duurder voor de Turkse consument. Als je in de bazaars gaat praten met de mensen, dan merk je dat iedereen daar bezorgd over is. Er zijn geen tekenen dat de ontwaarding van de lira snel zal stoppen. Erdogan gooide onlangs nog olie op het vuur, door in een toespraak te opperen dat hij bevoegdheden van de Turkse Nationale Bank naar zich toe zou trekken. De val van de munt werd nog versneld na de boude uitspraak.

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

En dus hebben de machthebbers in Ankara er wellicht op gegokt dat ze beter nu verkiezingen houden dan binnen anderhalf jaar, wanneer de economische toestand misschien nog slechter zal zijn. Erdogan werkt al geruime tijd samen met de ultranationalistische partij MHP, en hij ging er ongetwijfeld van uit dat hij dankzij die coalitie de parlementsverkiezingen met de vingers in de neus zou winnen.

Over het presidentschap bestond al helemaal geen twijfel, dat was bij voorbaat binnen, en dankzij de grondwetsherziening nu voor een periode van vijf jaar in plaats van vier. Tot 2023 dus. President en parlement, alles dus veilig onder controle van de AK-partij.

Verrassend verenigde oppositie

Maar dat was buiten de waard gerekend van de oppositie. Tot ieders verrassing – wellicht ook van de betrokkenen – werd vrij snel na de aankondiging van de vervroegde verkiezingen een akkoord bereikt over de vorming van een verenigd oppositiefront. Daardoor kregen enkele kleinere partijen de kans om de kiesdrempel van tien procent te omzeilen. Een nieuwe partij – Iyi of ‘Goed’, afgescheurd van de ultranationalistische bondgenoot van Erdogan – kreeg zelf een spectaculair steuntje van de sociaaldemocratische CHP (een seculiere partij die nog werd opgericht door de grondlegger van de moderne Turkse staat, Kemal Atatürk). CHP ‘leende’ 15 parlementsleden aan Iyi, zodat de nieuwkomer voldeed aan de vereisten om deel te nemen aan de verkiezingen.

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

En zo leek voor de Turkse oppositie de mission impossible (iets betekenen in de verkiezingen) plots heel realistisch te worden. Kwam daar bij dat de CHP een wit konijn uit haar hoed toverde, in de persoon van Muharrem Ince. Hij werd verrassend aangewezen als presidentskandidaat, die het zou moeten opnemen tegen president Erdogan. Geen saaie CHP-leider zoals gewoonlijk, maar een vlotte prater, iemand die Erdogan met humor begon te bestrijden. Zijn populariteit schoot omhoog in de peilingen. Niet dat die peilingen in Turkije kwalitatief op hoog niveau staan, maar de trend leek wel duidelijk. En tegelijk met Ince begon ook de rest van de oppositie beter te scoren.

Wie geen deel uitmaakt van de oppositie-alliantie, maar wel een geduchte politieke tegenstander is voor Erdogan, dat is de Koerdische partij HDP. Verfoeid door conservatief Turkije vanwege (vermeende of echte) banden met de afscheidingsbeweging – of louter terreurgroep volgens sommigen – PKK. HDP moet nu de kiesdrempel van tien procent halen om verkozenen te krijgen, anders gaan haar stemmen naar de tweede grootste partij in de gebieden waar ze sterk staat, en dat is de AK-partij van Erdogan. Bij de parlementsverkiezingen van 2015 ging HDP over de drempel, en de partij maakt zich sterk dat ze dat deze keer ook zal doen. Dan is de kans reëel dat HDP samen met de verenigde oppositie Erdogan zijn parlementaire meerderheid zal ontfutselen. 

Wellicht toch weer Erdogan

Wat de presidentsverkiezingen betreft liggen de kaarten iets minder gunstig voor de oppositie. Ince zou het met 25 à 30 procent uitstekend doen, en ook Iyi-kandidate Meral Aksener ligt goed in de markt, maar om op te boksen tegen de – nog altijd grote – populariteit van Erdogan is er toch meer nodig. Misschien zal de president er niet in slagen om in de eerste ronde al de vereiste vijftig procent van de stemmen te halen. Maar de kans dat hij in een tweede ronde verslagen wordt door Ince of Aksener is al bij al toch erg klein (zij het niet onbestaande). 

Als Erdogan zichzelf opvolgt als president, dan treedt meteen het nieuwe –sterke – presidentiële regime in werking. De post van premier wordt afgeschaft, de regering wordt samengesteld en geleid door het staatshoofd. De president kan ook hooggeplaatste ambtenaren en magistraten benoemen. Hij krijgt de bevoegdheid om het parlement te ontbinden, bij decreet te regeren en de noodtoestand uit te roepen. Dat alles is nodig, zeggen de aanhangers van Erdogan en zijn nieuwe politieke systeem, om binnen- en buitenlandse vijanden het hoofd te kunnen bieden, en het land nog groter te maken.   

Wordt Erdogan wat softer?

Het is maar de vraag wat Erdogan zal doen met al die macht. Sommige analisten sluiten niet uit dat hij toch wat softer zal worden, eens hij zijn doel bereikt heeft. Misschien wat democratische toegevingen, misschien wat meer persvrijheid. Anderen zijn ervan overtuigd dat zijn confrontatiepolitiek in eigen land en in zijn relatie met het Westen alleen maar zal verergeren.

Maar voordat we daarover uitsluitsel krijgen, is het dus wachten op de uitslag van deze verkiezingen. En alweer worden die spannend, alweer wordt de strijd gestreden op het scherp van de snee. De inzet is niet gering, noch voor de Turken, noch voor de rest van de wereld.