Video player inladen ...

Voortaan is het hard tegen onzacht

Voor de eerste keer in drie jaar hebben de zes voorzitters van de Vlaamse partijen nog eens met elkaar gedebatteerd in “De zevende dag”. Bij de vorige editie in 2015 leek er nog weinig aan de hand: de aanslagen van Parijs en Brussel hadden nog niet plaatsgevonden en de omvang van de migratiecrisis was nog niet doorgedrongen. Bovendien had de regering op dat moment nog vier jaren voor de boeg. Tijd zat om de in het regeerakkoord opgenomen maatregelen uit voeren. Nu, één jaar voor het einde van de regering en opgejaagd door de verkiezingskoorts van de lokale verkiezingen, is de sfeer tussen de voorzitters omgeslagen. Een analyse van de politieke toestand.

Wat kan deze regering nog doen?

Het is een primeur, voor het eerst zal de legislatuur van een federale regering vijf jaar duren. De politici van deze regering begeven zich op onontgonnen terrein, en de hamvraag is of deze regering nog wel doortastend beleid kan voeren. De vraag stelt zich des te meer omdat de Vlaamse partijen in de regering-Michel, en zeker de N-VA en CD&V, elkaar de afgelopen vier jaar geregeld het leven zuur hebben gemaakt. Er is al veel inkt gevloeid over de oorzaken van dat kwaad bloed.

In de eerste plaats is de ideologische vijver waarin de Vlaamse partijen van de meerderheid vissen erg beperkt. Die vijver loopt van het centrum via centrumrechts tot rechts. In die vijver moeten drie verschillende partijen vissen: de N-VA, Open VLD en CD&V, en dat betekent dat er geregeld een robbertje wordt gevochten tussen die partijen. Maar dat verklaart het kwaad bloed niet volledig.

Je mag de emotionaliteit van de relatie tussen de N-VA en CD&V niet onderschatten

Misschien mag je de emotionaliteit van de relatie tussen de N-VA en de CD&V niet onderschatten. Nog niet zo heel lang geleden maakten ze beide deel uit van een kartel, waarin bovendien CD&V de lakens uitdeelde en de N-VA als kleinere partner geregeld de levieten werd gelezen.

Die emotionele reactie wordt ook voelbaar in de reactie van de Antwerpse burgemeester Bart De Wever over de verhuizing van Kris Peeters naar “zijn” Antwerpen. En wellicht nog dieper zit een heel groot gedeeld verleden. De Volksunie – waarvan de N-VA de erfgenaam is - en CD&V als opvolger van de CVP hebben allebei voor een stuk hun wortels in het conservatieve, katholieke Vlaanderen.

En ten slotte is er ook de “constructiefout” van deze regering: de voorzitters van de Vlaamse meerderheidspartijen zijn bewust aan de zijlijn van de regering blijven staan, waardoor het debat in Vlaanderen vaak in de media plaatsvindt, vaak aangevoerd door de “schaduwpremier” van deze regering, de voorzitter van de N-VA, Bart De Wever. Van dat laatste fenomeen heeft vooral de premier zelf, Charles Michel (MR), last gehad. Zeker in de publieke opinie – en vooral in Franstalig België - is het beeld ontstaan dat de eerste minister geregeld naar de pijpen danste van de burgemeester van Antwerpen.

De premier neemt het heft in handen

Dat was de toestand tot voor kort. Het nieuwe element is dat premier Michel sinds enkele weken van zich afbijt. Dat werd vooral duidelijk in het dossier van de jachtvliegtuigen. Ondanks het feit dat minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) een aanbesteding opende voor de vervanging van de F-16 waar het Franse toestel, Rafale, niet aan deelneemt, zei premier Michel dat de regering het dossier van die Rafale toch tegen het licht zou houden.

De minister van Defensie, die tijdens die mededeling naast de premier zat, hoorde het in Keulen donderen. En vervolgens zei de premier dat ook de verlenging van de levensduur van de F-16-toestellen onderzocht zou worden. Terwijl minister van Defensie Vandeput – om het idee van de aanbesteding met twee kandidaten te kunnen verdedigen - ons maandenlang heeft voorgehouden dat zo’n levensduurverlenging al lang geleden van de regeringstafel was geveegd. Zelfs toen de oppositie hem een studie van de vliegtuigconstructeur zelf voorlegde, hield Vandeput vast aan die verdedigingslinie. Tot de premier hem dus op een vrijdagse persconferentie in de rug schoot.

In de krant De Morgen sputterde Vandeput enkele dagen later nog even terug. “Het Franse bod uitgesloten”, kopte de krant. Tot Vandeput door premier Michel werd teruggefloten. In alle verdere interviews van die dag wou de minister van Defensie die woorden niet meer herhalen. Hij haalde bakzeil, want de premier – die zijn goede relatie met de Franse president Macron niet in het gedrang wil brengen - stond op zijn strepen.

Asiel en migratie

Ook in het asieldossier heeft de premier zijn rug gerecht. Dat dossier is een kolfje naar de hand van de N-VA en haar staatssecretaris Theo Francken. Die probeert al verschillende weken het standpunt van de N-VA door te duwen. Volgens de N-VA moeten de Europese buitengrenzen dicht en moeten migranten aan die grenzen worden tegengehouden en naar een plaats worden gebracht, bijvoorbeeld in een derde land, zoals Tunesië, waar dan de asielaanvragen van de eventuele vluchtelingen kunnen worden onderzocht.

Die elementen maken sinds kort ook deel uit van het plan van de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk. De N-VA noemt zich dan ook de geestelijke vader van dat plan – een verdienste die intussen zowat alle Vlaamse meerderheids­partijen hebben opgeëist -, maar de N-VA wil nog verder gaan: wie zich daarna nog op een illegale manier aanmeldt in ons land om asiel aan te vragen, verliest meteen zijn verblijfsrecht, en wordt ook teruggestuurd. Tijdens het debat in “De zevende dag” was het duidelijk dat dat idee op een koude steen viel: zowel Open VLD als CD&V verwierpen het plan. Maar ook de MR, de partij van de premier, staat er niet achter. In dat dossier staat de N-VA geïsoleerd.

Het nieuwe motorblok van de volgende regering?

Dat is de positie waarin de N-VA graag terechtkomt. De partij koketteert nog altijd graag met haar anti-establishmentgedrag en daarvoor sta je nog altijd beter met één been buiten de groep. Maar om een regering te vormen, bijvoorbeeld na de verkiezingen van 2019, heb je partners nodig. En nu lijkt zich tegenover de N-VA stilaan een blok te vormen van drie andere partijen.

Individueel kunnen ze de N-VA niet aan (Open VLD vertilt zich aan de “liberale” voorstellen van de N-VA, CD&V wordt geregeld opzijgezet als een vakbonds­partij of, in het identiteitsdebat, als een islampartij en de MR blijft de partij waarmee de N-VA verder weinig rekening houdt, behalve dat ze de eerste minister levert), maar samen zouden ze wel eens een machtig blok kunnen vormen, waarmee de N-VA rekening moet houden.

Samen zouden ze wel eens het “motorblok” kunnen vormen van een nieuwe regering.

Het is premier Michel die de sleutel van het "motorblok" in handen heeft

Het is premier Michel die de sleutel van het “motorblok” in handen heeft. Open VLD heeft nog altijd een openstaande schuld bij Charles Michel. Hij loodste zijn liberale zusterpartij in de Vlaamse regering, waar ze strikt genomen overbodig is.

Met Wouter Beke heeft Michel al langer een goede band: in de campagne van 2014 hadden CD&V en de MR zich al eerder aan elkaar vastgeklonken, en voerden ze zelfs op een bepaald moment samen campagne. Die alliantie blijft overeind, al is de positie van CD&V in de loop van de jaren wel wat gewijzigd. En om definitief tot het motorblok toe te treden, zal CD&V bereid moeten zijn de sociaaleconomische hervormingen die deze regering op de rails heeft gezet, verder uit te diepen in een volgende regering.

Hard tegen onzacht

Met dat motorblok tegenover zich zou de N-VA de keuze krijgen: samen met het motorblok een nieuwe regering vormen - en die keuze draagt de voorkeur weg van velen, dat voel je - en de sociaaleconomische hervormingen die door deze regering in gang zijn gezet, voort te zetten, of in 2019 in onderhandelingen te stappen met de PS om het confederalisme uit voeren, die het land wellicht in een lange en diepgaande crisis zullen storten. Met het “motorblok” kunnen we de N-VA aan, zo hoor je een aantal politici denken. Dat is het idee achter het “motorblok”, maar vandaag heeft N-VA-voorzitter Bart De Wever in “De zevende dag” premier Michel al meteen in snelheid genomen: “De Rafale is wat mij betreft inderdaad uitgesloten. Als het daarop uitkomt, denk ik dat we beter niks doen, maar dan is het met Defensie zo ongeveer gedaan.”

Ondanks het feit dat De Wever in het debat laconiek toegaf dat premier Michel de “baas” van de regering is, treedt de schaduwpremier daarmee voor het eerst uit de schaduw. Meteen gaat het hard tegen onzacht, en wordt het ook duidelijk dat deze regering ook tijdens het laatste jaar van deze legislatuur weinig daadkracht zal tonen. Na de uitspraak in het voorzittersdebat van (opnieuw) Bart De Wever dat "men vroeg of laat zal moeten toegeven dat het geld gewoon weg is”, is het ook duidelijk geworden dat de coöperanten van Arco wellicht kunnen fluiten naar hun geld.

Meteen een dossier dat de regering-Michel van het lijstje kan schrappen. Benieuwd welke dossiers nog zullen volgen