Video player inladen ...

Mysterieus portret in Antwerpen: wie is de man in Chinese kleren in het MAS?

Op de overzichtstentoonstelling van de 17e-eeuwse vergeten kunstenares Michaelina Wautier in Antwerpen hangt een bijzonder portret van een mysterieuze man in Oosterse kleren. Wie was hij, waarom staan er Chinese karakters op het portret en wat was zijn band met Vlaanderen? 

In maart 2016 wordt een merkwaardig portret te koop aangeboden op een veiling in Zürich.  Op het schilderij uit 1654 staat een imposante man met een doordringende blik en een volle zwarte baard. Hij draagt Oosterse kleren en heeft een rode bonten muts op het hoofd. Maar het meest opvallend zijn misschien wel de drie Chinese karakters in de rechterbovenhoek: 衛匡國 en de Latijnse vertaling: behoeder van het land. Wie de geportretteerde is weet niemand.

Het enige aanknopingspunt is de naam van de kunstenaar in de linkerbovenhoek: het doek is geschilderd door Michaelina Wautier, een vergeten vrouwelijke schilder uit Brussel. Het veilinghuis contacteert professor Katlijne van der Stighelen van de KU Leuven, een van de weinige experten in het werk van Wautier. Zij bezit een kleine zwart-witfoto uit 1973, waarop de geportretteerde wordt omschreven als “waarschijnlijke beeltenis van Johannes Hus”, een  Tsjechische theoloog en voorloper van de reformatie die in 1415 op de brandstapel eindigde.

Curator Katlijne Van der Stighelen naast het schilderij van Michaelina Wautier

Maar daarmee wordt het raadsel alleen maar groter. Gelukkig is er intussen het internet en het googelen van de drie Chinese karakters levert meteen resultaat op. Ze komen overeen met de Chinese naam van Martino Martini, een befaamde 17de-eeuwse Italiaanse Jezuïet en een van de eerste missionarissen in China. Sinds het einde van de 16de eeuw hadden een handvol Jezuïeten als eerste en enige Westerlingen toegang gekregen tot het Chinese keizerrijk, op dat moment nog afgesloten en vrijwel onbekend in Europa. Maar wat deed Martini in 1654 in Brussel?  

De cartograaf: de Atlas Maior van Fernand Huts

"Hij was op propagandareis in de Nederlanden, om de interesse voor China aan te wakkeren en fondsen te verzamelen voor zijn missie” zegt Van der Stighelen.” Voor dat doeleinde had hij een aantal manuscripten meegebracht, die hij in Antwerpen wou laten uitgeven. Bij Plantin-Moretus verschijnt in 1654 “De Bello Tartarico”, een uniek en kleurrijk ooggetuigenverslag van de val van de Ming-dynastie, die Martini dankzij zijn durf en listig vernuft wist te overleven. Het boek wordt een bestseller in heel Europa, het best verkochte boek over China sinds Marco Polo. 

Maar dat is niet alles. Martini heeft nog iets veel kostbaarder mee in zijn bagage, een map met 17 grote en rijk geïllustreerde kaarten, die China maar ook Korea en Japan voor de Europanen moeten ontsluiten. Maar Balthazar Moretus twijfelt, een atlas uitgeven vindt hij te duur. Martini trekt dan maar naar Amsterdam, waar de calvinistische uitgever Blaeu er wel brood inziet. De Nederlanders azen al langer op de lucratieve handel met China. Blaeu zal de kaarten van Martini opnemen in zijn monumentale Atlas Maior. Een zeldzaam exemplaar daarvan wordt in juni verkocht aan havenbaas Fernand Huts.  

Een pagina uit de atlas van Martini, bovenaan de Chinese Muur

De ronselaar: met Ferdinand Verbiest naar China

Maar Martini heeft nog een belangrijke taak en dat is nieuwe rekruten vinden voor de China-missie. De zuidelijke Nederlanden zijn daarvoor uiterst geschikt, Vlamingen staan bekend voor hun uithoudings- en aanpassingsvermogen. Zo spreekt hij in Leuven een groep jonge Jezuïeten toe met behulp van een gloednieuwe uitvinding, de Laterna Magica, waarmee hij tekeningen van China op een muur projecteert. “De rijke oogst in China gaat verloren door gebrek aan oogsters”, is de rode draad van zijn verhaal. Een voordracht die de geschiedenis zal ingaan als “de eerste lezing met slides”.  

Om nog meer indruk te maken op de seminaristen is een Chinese bekeerling met hem meegereisd, een van de allereerste geletterde Chinezen die door onze regio reist. “Sinologen denken dat hij de karakters op het schilderij heeft aangebracht”, zegt Van der Stighelen. Voor de ogen van de Leuvense studenten penseelt hij het kruisteken in Chinese karakters. De voordracht van Martini slaat in als een bom: volgens getuigen is het publiek tot tranen toe geroerd. Tientallen aanwezigen zullen een “sollicitatiebrief” naar Rome sturen.

Bij de uitverkorenen die een positief antwoord krijgen zit ook Ferdinand Verbiest. Verbiest is op dat moment in Spanje, maar heeft het relaas van Martini's bezoek wellicht  per brief vernomen. In april 1657 vertrekt hij vanuit Lissabon naar China in het gezelschap van Martini. 's Nachts onderwijst Martini de jonge Jezuïeten op het dek over de sterrenhemel. Als ze onderweg in een zware storm terecht komen en de bemanning er de brui aan geeft, neemt Martini zonder verpinken het roer over en loodst het schip veilig naar de haven. Na zijn aankomst in China zal Verbiest zich opwerken tot hoofdastronoom aan het keizerlijke hof in Peking.

De diplomaat: van het Sterckshof tot Vondel

Maar voor Martini - via Rome - weer naar China vertrekt, heeft hij persoonlijke contacten met zowat de hele politieke, culturele en wetenschappelijke elite in de Nederlanden, in de hoop financiële en logistieke steun vast te krijgen. In de maanden die hij hier doorbrengt wordt hij ontvangen door de landvoogd van de Spaanse Nederlanden op de Coudenberg in Brussel, dineert hij met leden van het Amsterdamse en Antwerpse stadsbestuur en wandelt hij in “lusthoven” buiten de stad, zoals het Antwerpse Sterckxhof - in het huidige Rivierenhof.  

Maar hij wisselt ook kennis uit, met de befaamde professor Golius in Leiden bijvoorbeeld, die gefascineerd is door de Chinese taal maar nog nooit iemand Chinees hoorde spreken. Net als in Leuven hangt het publiek aan zijn lippen. “Hij las ons voor uit zijn Chinese boeken alsof het zijn moedertaal was” schrijft uitgever Blaeu bewonderend in de inleiding van zijn atlas. Op een van die avonden ontmoet hij mogelijk ook de katholieke dichter Joost van den Vondel. Vondel zal zijn “De Bello Tartarico” herwerken tot een toneelstuk. 

“Op veel van die gelegenheden liep hij rond in de Chinese kleren die hij ook op het schilderij draagt”, zegt Van der Stighelen. “Het was een manier om de interesse voor China op te wekken. Tegelijkertijd illustreerde hij er ook mee hoe geïntegreerd de Jezuïeten in China waren. Hij wilde aantonen dat het christelijke geloof wel degelijk verzoend kon worden met de Chinese tradities.”  

Het portret van Martini hangt nog tot 2 september in het MAS in Antwerpen, daarna verhuist het naar een privécollectie in Londen. Op de veiling in Zürich werd het nog geschat op 12.000 euro, eind vorig jaar werd het naar verluidt voor bijna honderd keer zoveel doorverkocht.  Voor Van der Stighelen is het een van haar favoriete schilderijen. "Uit alle bronnen blijkt dat Martini een indrukwekkende persoonlijkheid was. En dat heeft Michaelina Wautier schitterend kunnen vatten." (Met dank aan professor Noël Golvers en het Verbiest Instituut in Leuven)

(Veerle de Vos werkt aan een boek over Ferdinand Verbiest en zijn tijdgenoten, met steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren)

Michaelina Wautier (1604-1689)