100 jaar geleden: Tsjecho-Slowaken krijgen erkenning

In deze reeks brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog, deze week van 27 juni tot 3 juli 1917: de Nationale Raad van de Tsjecho-Slowaken wordt erkend door Frankrijk, Ottomaanse sultan overleden, verontwaardiging over zinken Brits hospitaalschip, geheimzinnige epidemie in opmars, versplinterd politiek landschap na verkiezingen in Nederland, ....

De Tsjecho-Slowaakse Nationale Raad wordt door de Franse regering officieel erkend als de vertegenwoordiger van een toekomstige staat van Tsjechen en Slovaken.  Men verwacht dat de andere Geallieerde regeringen dit voorbeeld zullen volgen.

Beide volkeren maken nu onderdeel uit van Oostenrijk-Hongarije. De Tsjechen wonen in de Oostenrijkse kroonlanden Bohemen en Moravië, de Slowaken in het noorden van Hongarije.

Soldaten van het Tsjecho-Slovaakse Legioen in Italiaanse dienst leggen de eed van trouw aan Italië af tijdens een speciale plechtigheid in Rome, eind mei 1918

De Tsjecho-Slowaakse Nationale Raad is in 1915 in Parijs opgericht door groepen Tsjechische en Slovaakse ballingen rond de Moravische politicus en intellectueel Tomáš Garrigue Masaryk . Zij zien de oorlog als een middel om zich te bevrijden van de eeuwenlange overheersing van de Habsburgse dynastie.

Onder Masaryks leiding sloten vertegenwoordigers van Tsjechische en Slowaakse organisaties einde mei in de Amerikaanse stad Pittsburgh een akkoord over een de vorming van een republiek onder de naam Tsjecho-Slowakije. Beide volkeren, die qua taal nauw verwant zijn, zouden daarin op gelijke voet worden behandeld. Voor de Slowaken is dat belangrijk, want ze zijn veel geringer in aantal.

De bijeenkomst in Pittsburgh, Masaryk zit achter de tafel in het midden (Getty Images) This content is subject to copyright.

Door de erkenning maakt Frankrijk duidelijk dat de multinationale Habsburgse Dubbelmonarchie mag verdwijnen. Zopas lieten ook de Verenigde Staten weten dat “alle takken van de Slavische rassen volledig moeten worden bevrijd van Duitse en Oostenrijkse overheersing”. Dus naast de Tsjechen en Slowaken ook de Polen, Kroaten, Slovenen en Serven.

Het bestaan van Tsjecho-Slowaakse Legioenen die aan Geallieerde kant vechten heeft de invloed van de Tsjecho-Slowaakse Nationale Raad versterkt. Onder leiding van secretaris-generaal Edvard Beneš heeft de Raad meer dan 100.000 vrijwilligers gerekruteerd, voornamelijk uit de krijgsgevangenen van het Oostenrijks-Hongaarse leger. Er zijn Legioenen in Frankrijk, Italië en Rusland.

Edvard Beneš houdt een toespraak tijdens de plechtige overhandiging van een vlag door de stad Parijs aan een Tsjecho-Slowaaks regiment op 30 juni 1918, in aanwezigheid van de Franse president Poincaré (Albums Valois, BDIC). Op de begintekening zweert een soldaat van het Tsjecho-Slovaaks legioen trouw aan die vlag (uit L'Illustration, 13 juli 1918)

Het optreden van het Tsjecho-Slowaaks Legioen in Rusland tegen de bolsjewistische regering betekent nog extra publiciteit . De legionairs, die via Siberië naar huis willen keren, controleren grote delen van de Transsiberische spoorlijn en spelen daardoor een belangrijke rol in de burgeroorlog die weer oplaait.

De sympathie voor de Tsjechen in Rusland is groot. De Amerikaanse regering, die tot nu toe elke interventie in Rusland afwees, denkt er over om troepen te sturen om het Legioen ter hulp te komen.

Ottomaanse sultan overleden

In Constantinopel is de Ottomaanse sultan Mehmed (of Mohammed) V na een ziekte overleden. Hij was 73 jaar oud.

Groot-sultan Gazi Mehmed Reza Chan was “Keizer der Ottomanen, 36e Heerser van het Huis Osman, Aanvoerder der Gelovigen en Plaatsvervanger van de Profeet, Dienaar en Beschermer der Steden Mekka, Medina en Jeruzalem, Padisjah van het Ottomaanse Rijk en de daarvan afhankelijke Rijken.”.

Mehmed V met zijn bondgenoten, keizer Willem II van Duitsland, de ook al overleden Oostenrijks-Hongaarse keizer Frans-Jozef en de Bulgaarse tsaar Ferdinand.

Mehmed volgde 9 jaar geleden zijn broer Abdulhamid II op, die door de Jong-Turkse revolutie was afgezet. Zelf was hij niet veel meer dan een marionet van de Jong-Turken (officieel het Comité voor Eenheid en Vooruitgang) en dan vooral van hun drie voornaamste leiders, grootvizier Talaat Pasja, minister van Oorlog Enver Pasja en minister van Marine Djemal Pasja.  Wel wordt gezegd dat hij weinig gelukkig was met de pro-Duitse koers van Enver Pasja, die zijn land in de oorlog meesleurde.

Mehmeds regering was dan ook rampzalig. Kort na zijn troonsbestijging verloor hij het grootste deel van zijn rijk in Europa aan de Balkanstaten terwijl Italië zijn laatste gebieden in Afrika veroverde. In deze oorlog zijn de Turken al grootste deel van Palestina, Mesopotamië en het Arabische Schiereiland kwijt.

De begrafenisstoet in de straten van Constantinopel

Als kalief of leider van alle soennitische moslims proclameerde hij in november 1914 de heilige oorlog tegen de Entente, maar dat had weinig gevolgen. Het belette niet dat islamitische troepen uit de Britse en Franse kolonies meevochten aan de kant van de Entente. Erger: de Arabieren kwamen tegen de kalief in opstand, aangespoord door de Britten.

Veel reacties op zijn overlijden zijn er niet. Een krant voor Belgische vluchtelingen in Nederland eindigde de mededeling ironisch met “Allah is groot!”.

Mehmed V wordt opgevolgd door zijn jongere halfbroer Vahihedin. Hij wordt onder de naam Mehmed VI de 37e Ottomaanse sultan of padisjah. Hij zal in de Eyüp-Sultan-Moskee het zwaard worden omgord van Osman I,  de stichter van de dynastie.

De echte Turkse machtshebbers, van links naar rechts, Talaat Pasja, Djemal Pasja en Enver Pasja.

Nederlandse minister van Marine afgetreden

De Nederlandse koningin Wilhelmina heeft het ontslag aanvaard van schout-bij-nacht Jean Jacques Rambonnet als minister van Marine.

De marineofficier Rambonnet maakte al sinds 1913 deel uit van de Nederlandse regering . Hij is partijloos maar zoals de meeste ministers van liberale strekking.

Het ontslag kwam er toen de Nederlandse ministerraad besloot dat een gewapend konvooi schepen naar Nederlands-Indië voorlopig niet mocht uitvaren. Enkele schepen bevatten oorlogsmateriaal, bestemd voor het Nederlands-Indisch leger. De Britse regering liet daarom weten dat de Britse vloot de schepen zal onderzoeken. 

Dit tekenverhaaltje uit het pro-Duitse Nederlandse weekblad De Toekomst hekelt het Britse optreden en het buigen van de Nederlandse regering, 29 juni 1918 (via Delpher)

Rambonnet vond dit een onaanvaardbare schending van het recht van neutrale schepen. Toen de ministerraad hem daar niet in volgde, bood Rambonnet zijn ontslag aan.

De andere ministers vonden dat zijn ontslag de zaak te veel ruchtbaarheid zou geven en de positie van Nederland nog moeilijker zou maken. Rambonnet bleef echter voet bij stuk houden.

Jean Jacques Rambonnet, in De Toekomst krijgt hij gelukwensen van de Hollandse zeeheld De Ruyter voor zijn houding en benoeming aan het hof ( 6 juli 1918)

Premier Cort van der Linden zou koningin Wilhelmina hebben geadviseerd het ontslag te weigeren, maar daar is ze niet op ingegaan. Twee dagen na zijn ontslag heeft de koningin Rambonnet benoemd tot haar adjudant in buitengewone dienst. Daardoor weet iedereen aan welke kant ze staat.

De Duitse kranten spreken schande dat de Nederlandse politici gezwicht zijn voor de Engelse tirannie op zee.

"Het konvooi uitgesteld: het water tussen Nederland en zijn kolonie is te diep". Tekening uit De Amsterdammer, 29 juni 1918.

Verkiezingen in Nederland

Op 3 juli zijn in Nederland zijn verkiezingen gehouden voor de Tweede Kamer van het parlement. Het zijn de eerste verkiezingen sinds het begin van de oorlog die echt tellen. Vorig jaar waren er ook parlementsverkiezingen, maar toen werden de meeste kamerleden zonder tegenkandidaten herkozen. De grote partijen hadden afgesproken elkaar niet te bekampen.

Intussen is de grondwet gewijzigd zodat voor de huidige verkiezingen een totaal nieuw regime geldt.

Voor het eerst is er algemeen stemrecht voor mannen. Hoewel de meeste mannen al mochten stemmen, moesten ze daarvoor nog wel aan een of andere voorwaarde (diploma, eigendom, inkomen…) voldoen.

Tekenaar Jantje probeert in zijn wekelijks kladschrift in De Amsterdammer de kiezers de weg te wijzen tussen het groot aantal partijen die opkomen (De Amsterdammer, 22 juni 1918).

Vrouwen hebben nog geen stemrecht, maar de mogelijkheid om dat in de toekomst in te voeren  is vergemakkelijkt. Bovendien zijn vrouwen voortaan wel verkiesbaar voor het parlement. Er is meteen ook één (sociaaldemocratische) vrouw gekozen.  

Bovendien is de evenredige vertegenwoordiging ingevoerd. Vroeger koos elk kiesdistrict één kamerlid, eventueel in twee stemrondes. Nu worden de 100 zetels in de Tweede Kamer evenredig verdeeld volgens het aantal stemmen dat de partij over het hele land krijgt. In de praktijk worden kleine partijen bevoordeeld.

Als gevolg van die kieshervorming stijgt het aantal partijen in de Tweede Kamer van 7 naar 17. Daaronder zijn er liefst 8 partijen met maar één zetel! Een van die partijen haalde haar zetel met amper 7000 stemmen.

De grote winnaars van de verkiezingen zijn de katholieke en de sociaaldemocratische partij, die resp. 30 en 22 zetels halen. De drie liberale partijen gaan daarentegen fors achteruit.

De huidige regering is een minderheidsregering met liberalen.

De Amsterdammer, 6 juli 1918

Woede over oorlogsmisdaad tegen hospitaalschip

De ondergang van het hospitaalschip Llandovery Castle heeft meer dan ooit de verontwaardiging bij de Geallieerden gewekt.

De Llandovery Castle was een Brits passagierschip dat op Afrika voer. In de oorlog diende het eerst voor het vervoer van troepen, later werd het ter beschikking gesteld van het Canadese leger voor het vervoer van gewonden. Het had was ingericht met 600 ziekenbedden.

Op 27 juni was de Llandovery Castle op weg van Halifax (Canada) naar Liverpool (Engeland). Het schip ging Canadese gewonden halen. Het voer in de avond nabij het uiterste zuiden van Ierland toen het door een zware explosie getroffen werd.

Meteen na de explosie viel de elektriciteit uit, zodat de radio geen SOS-signaal kon uitzenden. Het schip zonk in amper tien minuten. Toch wist de bemanning snel de reddingsloepen te water te brengen.

Kort daarop verscheen een onderzeeër aan de oppervlakte. Met een scheepsroeper werd een reddingsloep geroepen om naar de onderzeeër te komen, maar toen dat gebeurde, opende het kanon op de onderzeeër het vuur. Daarna werden ook de andere boten beschoten.

Uiteindelijk bleef slechts één boot ongedeerd. De 24 inzittenden van de boot, waaronder de kapitein van de Llandovery Castle,  werden kort daarop opgepikt door een Britse destroyer. Zij zijn de enige overlevenden van de ramp.

"Een nieuwe Duitse misdaad", kopt de Parijse krant Excelsior (3 juli 1918)

Liefst 234 mensen zijn omgekomen. Onder de slachtoffers meer dan 90 medewerkers van het Canadese Rode Kruis , waarvan 14 verpleegsters.

De verontwaardiging is enorm. Hospitaalschepen doen zinken is op zich al een oorlogsmisdaad, maar het aanvallen van reddingsboten is zo mogelijk nog barbaarser . Blijkbaar werden de schipbreukelingen  gedood om geen getuigen achter te laten.

Langs Geallieerde kant wordt vergelding voor deze gruweldaad geëist. De krant New York Times vraagt dat de Duitsers buiten de wet worden gesteld totdat zij zich waardig tonen om opnieuw lid te zijn “van de beschaafde mensheid”.

Het drama uitgespeeld in een campagne voor een oorlogslening

Naschrift : de kapitein van de betrokken Duitse onderzeeër, Helmut Brümmer-Patzig, vervalste zijn logboek in een poging zich aan schuld voor de oorlogsmisdaad te onttrekken. Na de oorlog stelde de Duitse justitie vervolgingen in voor de zaak van de Llandovery Castle, maar Brümmer-Patzig ontkwam doordat hij buiten Duitsland verbleef. Twee van zijn officieren kregen wel gevangenisstraffen, maar ze werden door een extreemrechtse organisatie bevrijd. Brümmer-Patzig kreeg in 1930  amnestie en was tijdens de Tweede Wereldoorlog opnieuw officier bij de Duitse marine.

Nog een propagandatekening van het drama en Helmut Brümmer-Patzig

Geheimzinnige epidemie in opmars

De laatste weken zijn er steeds meer berichten over een ziekte die op zowat alle plaatsen in Europa mensen te bed houdt.

Omdat de ziekte maar enkele dagen duurt, is men hem als griep of influenza gaan catalogeren. Al lijkt hij veel meer slachtoffers te maken dan bij wat men meestal griep noemt.

Aanvankelijk kwamen er veel meldingen uit Spanje. Einde mei zouden daar zowat 8 miljoen mensen zijn getroffen, met inbegrip van koning Alfonso XIII. In Madrid was een derde van de kantoren en winkels gesloten door de epidemie.

Vandaar dat de kranten van “Spaanse griep” zijn gaan spreken. In de oorlogvoerende landen is er weinig informatie over, maar zeker is wel dat de ziekte aan beide zijden van het front woedt.

Lucien Métivet, de tekenaar van Excelsior, heeft het nogal badinerend over een modeziekte: "Dokter, ik denk dat ik de Spaanse griep heb: ik voel mij helemaal neutraal en het is alsof er castagnetten hangen aan de toppen van mijn vingers" (10 juli 1918). De eerste griepgolf was minder dodelijk dan de tweede in het najaar van 1918.

 In het Duitse leger heeft men het over Flandrische Fieber (Vlaamse koorts). Is het omdat vooral de troepen in Vlaanderen er last van hebben? De Duitse pers laat weten dat de ziekte “geenszins verontrustend” is en vanzelf overgaat.

Een van de getroffenen is Belgiës beste wielrenner, Philippe Thys. De dubbele tourwinnaar verscheen op 30 juni aan de start van het Grand Criterium van 100 km in Parijs, maar zijn prestatie was niet wat zijn vele supporters van hem gewend zijn.
 

In het Duitse Simplicissimus van 23 juli 1918 treurt de vredesengel dat de Spaanse griep overal mag komen, en zij niet.

Arrestatie Amerikaanse socialistenleider

De Amerikaanse socialistische politicus Eugene Debs is gearresteerd op beschuldiging van opruiing.

Twee weken eerder had Debs een rede gehouden waarin hij opriep tot verzet tegen de dienstplicht. Dat was voor de federale overheid voldoende om hem te arresteren.

Debs’ hartstochtelijke toespraken tegen de oorlog wekten al een tijd de woede van de regering en van patriottische Amerikanen.

Eugene Debs tijdens een toespraak in Canton, Ohio, maart 1918.

Eugene Debs (62) werd in 1894 al eens opgesloten toen hij als vakbondsleider een grote spoorstaking georganiseerd had. Nadien was hij vier keer socialistisch presidentskandidaat in de VS. Bij de presidentsverkiezingen van 1912 behaalde hij 900.000 stemmen of 6 % van het totaal, de beste score ooit voor een socialist.

Campagneposter van Debs uit 1912; ook in 1921 nam hiij nog eens deel aan de campagne, toen hij nog in de gevangenis zat.

Weer succes voor Lettow-Vorbeck

De kleine overgebleven Duitse strijdmacht in Oost-Afrika heeft opnieuw een onverwacht succes geboekt.
 
Het legertje van generaal Paul von Lettow-Vorbeck speelt nu al meer dan twee jaar kat en muis met de veel talrijkere Geallieerde troepen. Het bestaat nog uit een paar honderd Duitsers en meer dan duizend askari’s (inlandse troepen), plus dragers en vrouwen en kinderen die hen vergezellen. Het moest zich de vorige maanden steeds dieper in Portugees Oost-Afrika terugtrekken.

Onverwachts heeft Lettow-Vorbeck een aanval geopend op het stadje Nacamurra aan een spoorweg, waar een belangrijk Brits-Portugees depot van voorraden gelegen was.

"Lettow-Vorbeck neemt de Britse leeuw in de maling", Kladderadatsch 25 augustus 1918

Bij de aanval schoten zowel de Portugezen als de Britse Afrikaanse hulptroepen op de vlucht. Een aantal werd door Duitse machinegeweren neergemaaid. Anderen probeerden een rivier over te steken, waarbij velen het slachtoffer van krokodillen werden.  Zonder die paniek zou hun lot ongetwijfeld beter zijn geweest, want de honderden die gevangen werden genomen werden door Lettow-Vorbeck op erewoord vrijgelaten.

Voor de Duitsers, die aan zowat alles tekort hadden, is de buit enorm. Meer dan 400 Britse en Portugese geweren, met 350.000 patronen. Plus medicamenten, zoals kinine tegen malaria. En daarenboven voedsel, suiker, wijn en grote hoeveelheden whisky. Te veel om mee te nemen.

In Duitsland wordt de stoutmoedige generaal als een held vereerd, ook heeft men al een hele tijd geen contact meer met hem.