Preston Tisch Brain Tumor Center

Kan (afgezwakt) poliovirus helpen om hersentumoren te bestrijden?

Amerikaanse wetenschappers zijn erin geslaagd om het poliovirus zo te modificeren dat het met succes is ingezet bij patiënten met een moeilijke behandelbare, agressieve hersentumor. In een eerste testfase bij 61 patiënten bleek 21 procent na drie jaar nog in leven te zijn. Er zijn echter nog heel wat hindernissen te overwinnen.  

Het idee dat virussen naast kwaad ook goed kunnen doen, is niet nieuw. Al meer dan een eeuw zijn wetenschappers bezig met onderzoek naar hoe ze de kracht van virussen en bacteriën kunnen inzetten voor het grotere goed. Vaccins bijvoorbeeld zijn het voorbeeld van hoe "slechte beestjes" iets kunnen betekenen, in dit geval het immuunsysteem versterken om ziektes te voorkomen.

Maar ziekmakende virussen laten zich niet zomaar modificeren. Pogingen om virussen te gebruiken om andere dingen dan bacterieën of andere virussen te gebruiken, bijvoorbeeld tegen kanker, zijn nog niet zo succesvol gebleken. Is daar nu verandering in gekomen?

In een nieuwe studie aan de prestigieuze Duke University, in de Amerikaanse staat North Carolina, melden wetenschappers dat ze een eerste succes geboekt hebben in het trainen van een virus om kanker te bestrijden. Niet "zomaar" een virus, namelijk polio, en niet "zomaar" een kanker, namelijk glioblastoom, een kwaadaardige hersentumor die moeilijk te behandelen is en door het hoge risico op herval weinig overlevingskansen biedt.

Polio activeert immuuncellen

Een team onder leiding van professor Darell Bigner, van het Preston Tisch Brain Tumor Center aan Duke University, creëerde een genetisch gewijzigde variant van het poliovirus waarmee ze glioblastoom wilden behandelen. Die variant kan wél het immuunsysteem activeren, maar niet de ziekte zelf veroorzaken.

Het poliovirus infecteert bepaalde menselijke cellen door zich te richten op een bepaalde "deur", een receptor op die cellen, waarmee ze binnengeraken. Die receptor, CD155, bevindt zich onder meer op cellen in de ingewanden en op zenuwcellen in de ruggengraat, wat verklaart dat het poliovirus verlamming veroorzaakt. CD155 vind je ook terug op enkele tumoren, waaronder glioblastoom.

Toen de wetenschappers het genetisch gewijzigde poliovirus rechtstreeks inbrachten in de aangetaste hersencellen, merkten ze dat het virus die cellen begonnen te vernietigen. Maar meer nog, ze zagen dat het virus andere cellen van het immuunstelsel begon te "rekruteren" om de tumorcellen aan te vallen. Het poliovirus maakte die andere immuuncellen "extreem agressief", zegt professor neurochirurgie Matthias Gromeier, die al 20 jaar onderzoek voert in dit veld.

De allereerste fase van het klinisch onderzoek bij mensen werd uitgevoerd bij 61 patiënten die niet reageerden op de tradionele behandelingmethodes (bestraling en chemotherapie) en hervallen waren. 21 procent van de patiënten bleek na 3 jaar nog in leven, in vergelijking met de 4 procent die overleven na de klassieke behandelingen.

Nog veel hindernissen te overwinnen

Het lijkt veelbelovend dus, maar tegelijk waarschuwen de wetenschappers dat het onderzoek nog in zijn prille kinderschoenen staat. Er zijn nog veel vraagtekens en hindernissen die overwonnen moeten worden.

Het "extreem agressieve" karakter van het genetisch gewijzigde poliovirus bijvoorbeeld. Dat is goed in het activeren van andere immuuncellen, maar een overgeactiveerd immuunsysteem heeft ook ernstige neveneffecten voor patiënten, denk aan zware ontstekingen. De onderzoekers moesten de dosis van het virus verschillende keren aanpassen voor ze de juiste balans gevonden hadden.

Het agressieve karakter is ook tijdelijk van aard: het kan heel snel opkomen, maar ook even snel weer verdwijnen, als het virus begint af te sterven. De wetenschappers hebben er wel goede hoop in dat ze dat probleem kunnen aanpakken door gebruik te maken van recente ontwikkelingen in het onderzoek naar immuuntherapieën bij kanker.

"We kunnen hierop voortbouwen"

Volgens professor Bigner zijn 8 van de 61 patiënten wat hij noemt "overlevers op lange termijn". Ze hebben langer overleefd als gevolg van de virustherapie dan dat ze gedaan zouden hebben als ze bestraling en chemotherapie gevolgd hadden. Soms begonnen hun tumoren opnieuw te groeien, maar na een nieuwe poliobehandeling stopte dat proces. Bij patiënten die chemo kregen, "vielen de tumoren uit elkaar", zegt Bigner.

"Ik doe dit nu al 50 jaar en ik heb nog nooit zo'n reactie in een studie gezien als nu", zegt Bigner aan Time. "De resultaten, in termen van overlevingskans op lange termijn, zijn beter dan wat we in de literatuur tot nu toe gezien hebben. Ik denk dat we hierop kunnen voortbouwen."

Bigner plant nog verdere onderzoeken, en wil ook nagaan in hoeverre het genetisch gewijzigde poliovirus kan worden ingezet in de behandeling van andere kankers, zoals melanoom (huidkanker) en triple negatieve borstkanker, die moeilijk te behandelen is.

Meer lezen?