Video player inladen ...

Brusselse kortgedingrechter buigt zich over repatriëring kinderen van IS-strijdsters

Vandaag is voor de Brusselse rechtbank het kortgeding gevoerd van twee Belgische IS- vrouwen die met hun kinderen vastzitten in een kamp in het noorden van Syrië.  Ze vragen dat hun kinderen zo snel mogelijk gerepatrieerd worden naar ons land. Ook Child Focus sloot zich aan bij dagvaarding.

De twee Belgische IS-vrouwen verblijven samen met hun zes kinderen in een vluchtelingenkamp in Syrië.  Ze willen dat hun kinderen naar ons land kunnen terugkeren, aangezien ze daar moeten leven in ermbarmelijke omstandigheden. Via hun advocaat hebben ze dan ook de Belgische Staat gedagvaard.   

Volgens de advocaat, Walter Damen, bestaat ook het gevaar dat de vrouwen en hun kinderen binnenkort naar IS-gebied worden teruggebracht. De Belgische staat betwist dat risico en ziet bovendien niet hoe ze de kinderen kan repatriëren.

Het risico bestaat dat er gevangenen geruild worden met IS en dat de Belgische vrouwen en kinderen naar IS-gebied gebracht worden

Walter Damen, Advocaat

"Het gaat om kinderen die, door de band met hun moeder, de Belgische nationaliteit hebben. Als dat nodig is, kunnen we ermee akkoord gaan dat die band eerst gecontroleerd wordt, voor ze gerepatrieerd worden. Maar België moet wel de nodige inspanningen doen om hen te repatriëren. De minister van Justitie heeft zelf verklaard dat het onze plicht is. Bovendien waarschuwt de Staatsveiligheid er zelf voor dat de Koerden niet over de financiële middelen beschikken om al die gevangenen te onderhouden en dat het risico bestaat dat er gevangenen geruild worden met IS en die Belgische vrouwen en kinderen dus naar IS-gebied gebracht worden."
Die berichten over een eventuele ruil van gevangenen worden vanuit Koerdische middens met klem tegengesproken, aldus de advocaat van de Belgische staat.
 

Een repatriëring kan niet zomaar afgedwongen worden van de Belgische staat.

Advocaat Belgische Staat

Volgens de advocaat van de Belgische staat, worden de berichten over een eventuele ruil van gevangenen vanuit Koerdische middens met klem tegengesproken. "Die dreiging wordt dus niet aangetoond, zodat er geen reden was voor een kort geding. Ook dat de leefomstandigheden in dat kamp onmenselijk zouden zijn, staat niet vast. Daarnaast kunnen die moeders niet voor de rechtbank iets komen eisen in naam van hun kinderen. Die kinderen hadden zelf hun repatriëring moeten eisen, via een vertegenwoordiger. En de regering kan dan wel de intentie hebben om kinderen jonger dan 10 jaar te repatriëren, dat betekent nog niet dat een repatriëring zomaar kan afgedwongen worden. België kan in dat gebied ook niet zomaar gaan tussenkomen, het gaat om oorlogsgebied waar geen enkele autoriteit of overheid aanwezig is. We kunnen daar met niemand onderhandelen."