U wil op vakantie de Mont Ventoux klein krijgen? Opgelet: bij fietsen in de cols bestaan mirakels niet

U bent met vakantie in de bergen en heeft de fiets meegenomen. Want u wil, net zoals zoveel wielertoeristen voor u, ook wel eens die befaamde bergpas bedwingen. Enig probleem: u bent mogelijk niet zo goed voorbereid... Waar let u dan het best op om niet van een kale kermis thuis te komen? 

Eerst en vooral: mirakels bestaan niet. Zonder goede voorbereiding kan je niet zomaar een Mont Ventoux klein krijgen. Maar toch bestaan er tal van tips om de kans op succes alvast te vergroten.  Samen met Jens Van Beylen van de Bakala Academy in Leuven lijsten we alvast enkele basistips op. 

  • Ongeacht welk niveau je haalt: zorg voor een aangepaste versnelling", zegt Van Beylen. Dat verschilt uiteraard van omgeving en hellingsgraad, maar pas best deze vuistregel toe: "Je moet voldoende vlot kunnen trappen. Vermijd harken of stoempen." Als je al in het begin van de klim naar je kleinste versnelling moet, dan zit het niet goed, want je hebt dan geen optie meer om later kleiner te schakelen, when the heat is on. De juiste versnelling laat je ook toe een goede cadans, het juiste ritme te houden. Dat ligt idealiter rond 90 pedaalomwentelingen per minuut. 
  • "Weet wat je kan, en probeer vooraf te achterhalen waar je hartslagzones liggen." Een val waar veel fietsers in de bergen in trappen, is dat ze beginnen aan een te strak tempo. Wie te snel start, raakt in overdrive en moet daarna vroeg of laat gas terugnemen, of eventueel zelfs een pauze. "Kies voor een egaal tempo," zegt Van Beylen. En om dat met het meeste kans op succes tot boven vol te houden, begin je dus best net dat tikje voorzichtiger. Algemeen geldt de regel: ga nooit in het rood. Als je buiten adem raakt, zal je snel moeten inbinden, want de grotere cols in pakweg de Alpen zijn lang, en je bent er een hele tijd zoet mee, tot twee uur voor de taaiere exemplaren.  

Kies voor zo'n egaal mogelijk tempo

  • Bouw eerst een basisconditie op. En wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd: probeer al eens wat proef te draaien op eigen bodem, in de Ardennen of desnoods in de heuvelzone van de Vlaamse Ardennen. Een goeie klim om wat te oefenen is bijvoorbeeld de Hotondberg bij Ronse. Dat geeft al een (kleine) indicatie over hoever je kan uitkomen in de echte bergen. En het helpt om te achterhalen wat voor jou een goed basistempo is waarmee je (letterlijk) ver kan komen. 
  • Begin fris aan de grote dag waarop je je kans waagt. Rust voldoende uit en stapel niet te veel trainingen meer op in de slotweek. Voor beter getrainde wielertoeristen heeft Van Beylen volgende specifieke raad: "Algemeen kan je zeggen dat je je normale trainingsfrequentie best halveert. Maar één superintensieve training mag nog." 
  • Zorg ervoor - zeker bij een zware beklimming - dat je voldoende koolhydraten binnen hebt, en zorg dat je voldoende gedronken hebt. "Mensen zoeken op vakantie de zon op, dus het kan op zo'n klim heel warm worden. Bij zo'n inspanning gaat onze lichaamstemperatuur stijgen, en bij warm weer wordt ons lichaam sowieso meer op de proef gesteld. Het lichaam gaat zweten als reactie, om af te koelen. Als we minder drinken, gaan we minder zweten, en komt het lichaam sneller in de problemen." 

Bij warm weer wordt ons lichaam sowieso meer op de proef gesteld 

  • Voldoende drinken dus. Mensen die makkelijk zweten moeten meer drinken dan anderen. Dat is een vuistregel. Wat ook kan helpen, is de dag op voorhand al wat meer drinken dan je normaal zou doen, om de watervoorraad in je lichaam wat aan te vullen. Als je bij het plassen lichte urine hebt, ben je goed bezig. De warmte wordt vaak onderschat: de zon kan ongenadig schijnen op een bergflank, en de hitte zit er gevangen op te rotsen. Als je twijfelt om een tweede drinkbus mee te nemen om gewicht te sparen, kies dan maar voor de zekerheid en voor die tweede drinkbus, die kan je nog altijd leegspuiten mocht ze overbodig blijken. Ook je voorraad koolhydraten, de benzine in de tank, kan je eventueel al wat opbouwen vóór de dag van de uitdaging. 
  • Als je weet dat je in de warmte zult gaan bergop fietsen, probeer dan vooraf te trainen in een warme omgeving. Kan dit niet door het klimaat dat in België verschilt van bv Zuid-Frankrijk, probeer dan eerst voldoende te acclimatiseren ter plaatse. 
  • Buiten de klassieke tips van zonnecrème en drinken, is er ook de kledij: "vermijd een zwarte helm, en zwarte wieleroutfits. Het kan dan wel een mooi shirt zijn dat in de mode is, je vermijdt beter zwart", aldus Van Beylen. Bij warmte kan het effectief ook helpen om water over je hoofd te gieten. 
2017 Tim de Waele

Denk ook al vooruit en zorg er voor dat je gewapend bent voor een veilige afdaling

  • Wie klimmen zegt, zegt ook afdalen, tenzij je de luxe zou hebben van een volgwagen. Pomp je banden voldoende hard op, dat scheelt sowieso aan weerstand bergop, maar zeker voor de afdaling is het belangrijk om niet te fietsen met banden met te weinig druk. Vergeet daarom niet om je drukpomp mee in de koffer te gooien bij vertrek thuis. De maximale bandenspanning valt af te lezen op de buitenband. 
  • Voor een afdaling gelden enkele klassieke regels: rem altijd voor de bocht, en neem uiteraard nooit risico's. Mocht je geen zonnebril dragen tijdens de klim, vergeet hem toch maar niet voor de afdaling om een goed zicht te houden en tranende ogen te vermijden. 
2017 Tim de Waele