Laurie Dieffembacq

Voor de Rode Duivels is diversiteit al lang geen issue meer

Als België vanavond wint van Brazilië dan is het van 1986 geleden dat ons land de halve finale van een WK haalde. Maar in tegenstelling tot toen heten de spelers niet Jean-Marie, Franky en Patrick, maar naast Kevin en Jan ook Nacer, Romelu en Marouane. Daarom kan Loutfi Belghmidi, technologiejournalist van Marokkaanse afkomst, zich nu pas voor het eerst inleven in de nationale ploeg.

labels
©Joost Joossen
Loutfi Belghmidi
Loutfi Belgmidi volgt voor VRT NWS technologie en sociale media. Voor één keer wil hij het over iets anders hebben.

Zat u maandag ook op het tipje van uw stoel toen Thibault Courtois in de 93e minuut de bal vastgreep en met een vlotte beweging naar Kevin De Bruyne rolde? Iedereen bij mij thuis hield de adem in, maar wat volgde was een sterk staaltje teamwork. De Bruyne speelde de bal door naar Meunier. Die zag een gaatje en gaf een pass naar Chadli die de bal in de goal knalde. En laten we vooral de magistrale ingeving van Lukaku niet vergeten die alles in functie van de ploeg plaatste en de bal naar Chadli liet passeren.

Op dat moment veerde ik recht. "Wij hebben gewonnen", riep ik. Ja, wij hebben gewonnen. Want wat de Rode Duivels nu realiseren, gaat verder dan voetbal. De 11 mensen op het veld, en bij uitbreiding de hele selectie, is een perfecte afspiegeling van een diverse samenleving. Elke speler, ongeacht zijn achtergrond of roots, is een rolmodel voor de honderdduizenden jongeren met Congolese, Marokkaanse, Vlaamse of Waalse roots. 

Ooit was het anders.

Laten we even teruggaan in de tijd. 

(Lees verder onder de foto)

La France Black, Blanc, Beur

Juli 1998. Ik was met een Congolese en Belgische vriend op vakantie in Tenerife. We kwamen een groep Franse jongeren tegen, ze verkeerden nog in de roes van de zopas gewonnen wereldbeker. Bij elke gelegenheid scandeerden ze "on a gagné, on a gagné, on a gagné". De groep was heel divers: ze hadden Marokkaanse, Algerijnse, Congolese en Franse roots, maar allemaal kwamen ze uit de banlieues rond Parijs. Overal waar ze kwamen kregen ze complimenten: "Felicitations, bien joué."

Ik kon moeilijk begrijpen dat deze jongeren zich herkenden in hun nationale ploeg. Maar als je keek naar de namen op de shirts die ze droegen was het duidelijk: Zinedine Zidane, Bixente Lizarazu, Didier Deschamps, Thierry Henry... De wereldkampioenen hadden een heel divers achtergrond. Zij belichaamden "La France Black, Blanc, Beur". Een divers land dat complexloos trots was op haar jeugd die van overal afkomstig was.

Al was het maar voor heel even, alle verschillen werden overboord gegooid. Een krachtig signaal werd de wereld ingestuurd. Als je één doel hebt dan maakt je afkomst niet uit. Het enige wat telt is waar je naartoe wil.

De Rode Duivels zijn heel divers, maar in plaats van de verschillen te vergroten worden die daar net omarmd

Ik moet toegeven: ik was toen jaloers. Zij, mijn Franse vrienden, spraken over "nous" wanneer ze het hadden over de nationale ploeg. Het was "ons", "Les Bleus", dat waren "wij". Ik had dat niet. De Rode Duivels van toen, dat waren "zij". Met alle respect voor onze nationale trots van 1998, maar ik had weinig vrienden die toen in hun kamers posters hadden hangen van Marc Wilmots of Luc Nilis. Bij gebrek aan nationale rolmodellen weken we dan uit naar Frankrijk of Amerika. Onze sporthelden waren Zinedine Zidane en de Amerikaanse basketballegende Michael Jordan.

(Lees verder onder de foto)

Rolmodellen tonen de weg

Ik herkende mezelf in Amerikaanse topsporters omdat zij mij één ding leerden: als je je hard genoeg inzet, en keihard je best doet, geraak je er. No matter what. Een boodschap die kan tellen.

Ondertussen is er veel veranderd. Niet alleen hebben we een elftal met spelers van wereldklasse, de Rode Duivels zijn een weerspiegeling van jongeren uit Brugge of Genk, maar ook uit Molenbeek, Vilvoorde, Borgerhout en Matonge.

De Rode Duivels zijn heel divers, maar in plaats van de verschillen te vergroten worden die daar net omarmd. De spelers zijn een product van de huidige tijdsgeest. De meesten onder hen zijn op jonge leeftijd naar een ploeg in het buitenland vertrokken en zijn zo in contact gekomen met andere culturen en gewoontes. Daaruit zijn hechte vriendschappen ontstaan.

Jan Vertonghen is goed bevriend met Moussa Dembéle, Eden Hazard met Christian Benteke. Hazard groeide samen met Afrikaanse jongeren op in Tubize. Marouane Fellaini en Axel Witsel werden samen landskampioen met Standard voor ze aan hun buitenlands avontuur begonnen.

Voor hen is diversiteit al lang geen issue meer. Net zoals de gemiddelde Belgische jeugd. Vorig jaar was "Ewa Ja" - de Marokkaanse variant van "So What" - het Kinderwoord van het jaar. "Ewa Ja" is ook de titel van het bekende nummer van die andere rolmodellen: de Antwerpse rappers SLM, ofwel Salahdine en Said.

(Lees verder onder de foto)

Belga

Rolmodellen

Ik hoor velen al denken: het is maar voetbal. Ja, maar we mogen het belang ervan niet onderschatten. Er is ondertussen veel veranderd, de jongeren groeien tegenwoordig op in een heel diverse maatschappij, ook dat is een verschil met de Rode Duivels uit 1998. Of we het willen of niet, die kruisbestuiving is er.

De rolmodellen van tegenwoordig gaan complexloos om met hun roots. Adil El Arbi, Billal Fallah, Vincent Kompany, Ish Ait Hammou, Kevin De Bruyne, Nora Gharib of Eden Hazard: het zijn geen onbekenden meer bij het brede publiek. De jongeren trekken zich aan hen op, want als zij het kunnen, dan kan iedereen het.

Hoeveel jongeren heeft Ish geïnspireerd om danser of schrijver te worden? Jonge regisseurs kunnen zich identificeren met Adil en Billal. Ja, ook als je in Molenbeek opgroeit kan je het maken in Hollywood. Meisjes die altijd al gedroomd hebben om actrice te worden kunnen zich optrekken aan Nora Gharib. En jonge voetballers leren dribbelen door te kijken naar Romelu Lukaku of Nacer Chadli. 

Dit is de kracht van rolmodellen. Mannen en vrouwen die op posters in  slaapkamers prijken, mensen naar wie jongeren opkijken. Nu zijn dat mensen met een kleur of een exotisch klinkende naam. Mensen die jongeren doen geloven dat alles mogelijk is. Hoe meer rolmodellen er zijn hoe meer jongeren geïnspireerd raken. Op een dag zullen die jongeren rolmodellen worden die dan op hun beurt de fakkel doorgeven. Alleen al daarvoor zijn de Rode Duivels - om het met de woorden van Adil en Billal te zeggen - Next Level Shit

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.