Video player inladen ...

Wist u dat... de eerste koningin der Belgen haar laatste adem in Oostende uitblies?

Deze week speurt VRT NWS de Noordzeekust af op zoek naar (on)opvallende plekken met een bijzonder verleden. Vandaag houden we halt bij Huize Louise-Marie in Oostende waar de eerste koningin der Belgen is overleden.

Een statig herenhuis in de Langestraat 69 in Oostende: daar is sinds enkele jaren het Stadsmuseum van de badstad gevestigd. Het lijkt een pand als alle andere, maar achter de gevel gaat een rijke geschiedenis schuil die onlosmakelijk met de Belgische monarchie is verbonden. Niet toevallig draagt het de bijnaam Huize Louise-Marie, naar de eerste koningin der Belgen.

De voorgevel van het Stadsmuseum of Huize Louise-Marie (foto: David Samyn)

"Het huis is gebouwd tussen 1770 en 1780", vertelt Jean-Pierre Falise aan VRT NWS. Hij is de voorzitter van de heemkundige kring De Plate die zijn kantoren in het Stadsmuseum heeft. "Zeker voor die tijd was het een groot huis met een gelijkvloers, 2 verdiepingen en een zolder. In de loop der tijd zijn achteraan geregeld stukken aangebouwd en weer afgebroken."

(Op onderstaande kaart kan u inzoomen op de precieze locatie van Huize Louise-Marie)

Vermoedelijk waren de eigenaars van meet af aan ene Joseph Olliviers en zijn echtgenote Marie Van den Heede. In elk geval is het zij die het huis op 23 januari 1789 aan Theodore van Moorsel verkoopt, een telg uit een familie van groothandelaars uit Antwerpen. Op dat moment behoren onze streken Oostenrijk toe, maar dat verandert korte tijd later wanneer Napoleon Bonaparte aan zijn verovering van Europa begint.

De achterbouw van Huize Louise-Marie (foto: David Samyn)

In 1798 palmt de Franse generaal het huis in de Langestraat in als tijdelijk hoofdkwartier. "Ik denk dat hij voor Oostende koos omdat het een niet onbelangrijke havenstad was", zegt Falise. "Hij heeft verschillende keren in het huis overnacht, maar hij bleef nooit lang."

Tegen 1813 is het liedje van Napoleon stilaan uitgezongen en verlaten de Fransen Oostende. 2 jaar later verkoopt Van Moorsel het huis aan Edouard-Jean Serruys die er zijn intrek neemt. Intussen is het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden een feit.

Trappenhal van Huize Louise-Marie (foto: David Samyn).

In 1830 scheurt België zich van dat koninkrijk af en een jaar later heeft het nieuwe land een eigen koning: Leopold I. Hij sluit in 1832 een verstandshuwelijk met Louise-Marie, een dochter van de Franse koning Louis-Philippe. 

Het koningspaar gaat meteen op zoek naar een residentie aan de kust en laat zijn oog op het huis in de Langestraat in Oostende vallen. In augustus 1834 verblijven ze er een eerste keer. Serruys overlijdt korte tijd later en in 1835 verhuurt zijn weduwe het huis langdurig aan de koning en de koningin. De huurprijs bedraagt aanvankelijk 3.000 frank per jaar.

Louise-Marie samen met Leopold II als kind.

Het huis is voortaan een koninklijke residentie. Sommigen spreken zelfs van een koninklijk paleis. Op dat moment heeft het nog meerdere ingangen, onder meer via de aanpalende Louisastraat en de Kapucijnenstraat. Koetsen en leveranciers kunnen zo vlot hun weg vinden.

(Video onder: Op 2 juni 1985 brengt "Kunst-Zaken" een bezoek aan Huize Louise-Marie waar een tentoonstelling van Maurice en Opie Boel plaatsvindt)

Video player inladen ...

De koning en de koningin trekken geregeld naar hun buitenverblijf aan zee. In 1838 is de spoorlijn tussen Brussel en Oostende een feit en kunnen ze nog makkelijker de kust opzoeken. Vooral Louise-Marie komt vaak langs, meestal alleen omdat haar man zich met staatszaken (of andere vrouwen) bezighoudt. Ze heeft een zwakke gezondheid en ze hoopt dat de zeelucht van Oostende haar goed zal doen.

Af en toe doet hoog bezoek het huis in de Langestraat aan. Zo reizen de Britse koningin Victoria en haar echtgenoot prins Albert in september 1843 met hun jacht naar Oostende, een gebeurtenis die Louis Verboeckhoven op doek vastlegt. Samen met de koning en de koningin logeren ze enkele nachten in het huis. In feite is het een familiebezoek: de moeder van Victoria is een zus van Leopold en dus moet ze nonkel tegen hem zeggen.

"Aankomst van het zeiljacht van koningin Victoria in Oostende, 1843" van Louis Verboeckhoven.

Met de gezondheid van Louise-Marie gaat het in de jaren nadien van kwaad naar erger. Vermoedelijk lijdt ze aan tuberculose. Steeds vaker verblijft ze in het huis in Oostende in de hoop op genezing. Daar spendeert ze vele uren in de zogenoemde belvedère, een achthoekig torentje in het dak met veel glas.

"De belvedère bestaat vandaag nog steeds", zegt Falise. "Nu schermt hoogbouw het uitzicht af, maar destijds kon de koningin vanuit het torentje het strand en de zee zien. Ze was echter te zwak om de vele trappen tot helemaal boven af te leggen. Daarom nam ze plaats in een soort mand die bedienden vervolgens naar boven trokken."

Een blik vanuit de belvedère (foto: David Samyn)

De vele goede zorgen mogen niet baten. Op 11 oktober 1850 sterft Louise-Marie in het huis. Leopold en haar moeder Marie-Amélie staan aan haar zijde. Ze is amper 38. "De kamer waarin ze is gestorven, is ingericht zoals toen", zegt Falise. "Waarschijnlijk is het bed dat daarin staat effectief haar sterfbed. Het is onderzocht en blijkbaar is het in de tijd van Louise-Marie gemaakt."

De sterfkamer met het vermoedelijke sterfbed van Louise-Marie. ©daniel de Kievith
Een gravure van het overlijden van Louise-Marie.

In 1865 sterft ook Leopold en neemt zijn oudste (overlevende) zoon het roer over als Leopold II. Hij is liever eigenaar dan huurder en koopt het huis in 1867. Tegelijk ontvouwt hij zijn plannen voor de bouw van een koninklijk chalet elders in de stad. In 1877 is het klaar en verschuift zijn aandacht van de Langestraat naar zijn nieuwe residentie.

Toch verblijft Leopold II af en toe zelf in het huis waar zijn moeder is overleden, vooral in de wintermaanden. Klaarblijkelijk wil hij het als een aandenken in handen houden. De rest van het jaar staat het huis in de eerste plaats voor zijn personeel en voor zijn gasten open.

Een blik binnenin het Stadsmuseum (foto: David Samyn).

Tegen het einde van zijn leven draagt Leopold II het huis over aan het kroondomein Congo, zijn privébezit. Wanneer de Belgische staat dat kroondomein in 1908 overneemt, krijgt die ook het huis in de Langestraat in handen. In 1930 wordt het een deel van de Koninklijke Schenking, de instelling die de roerende en onroerende goederen van het Belgisch koningshuis beheert. "Vandaag heeft de Koninklijke Schenking het huis nog steeds in haar bezit", zegt Falise. "Ze leent het evenwel aan Oostende uit."

In 1909 sterft Leopold II. De nieuwe koning Albert I toont weinig interesse voor het huis. Tijdens WO I huisvest het de burelen van het Komiteit voor Hulp en Voeding dat de getroffen bevolking zoveel mogelijk bijstaat. Na de oorlog laat Albert I de regering weten dat hij het huis niet meer voor privégebruik wenst.

Een blik binnenin het Stadsmuseum (foto: David Samyn).

Hierop vindt de dienst Bruggen en Wegen onderdak in het huis dat in de decennia die volgen met de regelmaat van de klok een andere invulling krijgt. Zo huisvest het onder meer een meisjesschool, een school voor verpleegkunde en de Kamer voor Handel en Nijverheid.

In samenspraak met de stad Oostende richt de heemkundige kring De Plate het huis in 1996 als museum in. Na een grondige herinrichting staat het sinds 2012 als het Stadsmuseum bekend. De Plate staat in voor het beheer en krijgt hiervoor steun van de stad.

In dat Stadsmuseum komen bezoekers meer te weten over de geschiedenis van Oostende en bij uitbreiding van de kust. Daarnaast ligt de focus op de koninklijke geschiedenis van het huis. Zo is de sterfkamer van Louise-Marie toegankelijk, net als de belvedère waarin ze urenlang naar de golven tuurde.

(Video onder: in het Stadsmuseum spreekt een actrice de bezoekers als Louise-Marie toe)

Video player inladen ...

Ook elders in de stad waart de geest van Louise-Marie rond. Zo liet Leopold II de Sint-Petrus-en-Pauluskerk uitbreiden met een neogotische kapel die hij aan zijn moeder opdroeg. Binnenin bevindt zich een monumentaal praalgraf in carraramarmer. Het gaat om een leeg graf of een cenotaaf want het lichaam van de koningin is in Laken begraven.

De kapel opgedragen aan Louise-Marie.
Het praalgraf binnenin de kapel.

Deze zomer houden de musea van Oostende Museumnocturnes. Op 11 augustus is het Stadsmuseum aan de beurt. Die dag is de toegang van 18 uur tot 22 uur gratis.