© Syda Productions - creative.belgaimage.be

België moet stoppen met aanmodderen, we hebben nood aan Belgian Technology 1.5

België moeten stoppen met aanmodderen. Het totale overheidsbezit aan gebouwen en infrastructuur kromp de voorbije twee decennia met 1/3 in verhouding tot het bbp. De kwaliteit van die kapitaalvoorraad hinkt achter op die van de buurlanden. De vooruitgang inzake digitalisering slabakt. We hebben nood aan een nieuw wervend verhaal. België heeft nood aan Belgian Technology 1.5.

labels
Koen De Leus
Koen De Leus is Chief Economist BNP Paribas Fortis. Twitter: @koendeleus. Zijn boek 'De Winnaarseconomie' is uitgegeven bij Lannoo.

Tijdens de nationale feestdag op 21 juli pakt de regering uit met een arbeidsdeal. Over de begroting zal het stil blijven. Het tekort loopt dit jaar weer op. Geen extra geld dus voor publieke investeringen.

De NBB publiceerde onlangs wel een nieuw voorstel dat een investerings’boost’ moet verzoenen met de strenge Europese regels. Maar zolang er geen vergelijk is gevonden, kwijnt de netto kapitaalvoorraad verder weg.

Kapitaalvoorraad

Sinds begin jaren 70 daalden de jaarlijkse overheidsinvesteringen in verhouding tot het bbp van een piek van 5% naar 2,3%. Overheidsinvesteringen omvatten gebouwen, wegen en transportmiddelen, informatica- en telecommunicatie-infrastructuur, onderzoek en ontwikkelingsuitgaven (vooral in het onderwijs), enzovoort.

Investeringsuitgaven zijn een gewillig slachtoffer tijdens besparingsrondes. Schrappen in lopende uitgaven zoals de sociale zekerheid daarentegen vereist vaak onpopulaire maatregelen.

Gevolg? De Belgische Staat behoort samen met Ierland, Portugal en de Mediterrane landen tot de Europese landengroep met de laagste overheidsinvesteringen. Trekken we van de bruto-investeringen de afschrijvingen af, dan groeide de Belgische kapitaalvoorraad tijdens de voorbije 2 decennia jaarlijks met amper 0,2 procent aan. De reële Belgische economie groeide over deze periode met 1,7 procent.

Hierdoor kromp de netto-kapitaalvoorraad in verhouding tot de Belgische economie met 1/3de tot amper 35 procent. In onze buurlanden schommelt die ratio tussen de 45 en 60%. En de kwaliteit van hun infrastructuur wordt hoger ingeschat.

Digitale vooruitgang

België hinkt niet alleen achterop met zijn verouderde infrastructuur. Ook in de digitale economie zijn we slechts een middenmotor. De Europese Commissie publiceert jaarlijks de Digital Economy  and Society of DESI-index. Deze geeft de vooruitgang weer van de 28 Europese lidstaten inzake digitalisering. In de meest recente editie zakken we terug van de 6de naar de 8ste stek.

Er is een hoge mate van connectiviteit in België en een behoorlijk niveau van digitale vaardigheden. Maar verbeteren doet die laatste niet. Te weinig jonge mensen opteren ook voor een STEM-richting (science, technology, engineering, mathematics).

De integratie van digitale en nieuwe technologieën verloopt relatief goed bij bedrijven. Zo werd het “Factory of the Future” programma van Agoria dit jaar door Europa uitverkoren om ook op Europees niveau uitgerold te worden. De digitale publieke dienstverlening vertoont dan weer een gemengd beeld.

Conclusie? België stagneert of boert achteruit op cruciale domeinen. 

Conclusie? België stagneert of boert achteruit op cruciale domeinen. Bedrijven worden aangetrokken door onze open economie, de centrale ligging, het hoge niveau van de werknemers en een eerste klasse kenniscentrum.

Dichtslibbende wegen (de gemiddelde lengte van de files op werkdagen nam toe tot een record van 169 kilometer in 2017) en afbrokkelende tunnels doen afbreuk aan onze reputatie. Dat geldt ook voor het nijpend tekort aan geschikt personeel.

Het Belgisch groeipotentieel komt onder druk waardoor de schouders die bijkomende overheidsinvesteringen moeten dragen, smaller en smaller worden.

Toekomst

België fietste tijdens de vorige industriële revoluties steeds mee in het koppeloton. De voorbije 150 jaar hebben we onszelf al meermaals heruitgevonden.

Na Groot-Brittannië waren we het eerste Europese land om een spoorwegnetwerk te ontwikkelen en ‘Le Belge’ was de eerste stoomlocomotief in continentaal Europa. Ernest Solvay speelde een pioniersrol in de globale chemiesector. De wereldtentoonstelling van 1958 was een hoogmis van geloof in de vooruitgang en zette ons op de kaart als een toonbeeld van innovatiekracht.

Flanders Technology, de promotor van de derde industriële revolutie in Vlaanderen, zat aan de geboortewieg van ons rijke biotechnologielandschap, Vito en IMEC, het grootste onafhankelijke onderzoekscentrum op gebied van micro-elektronica en nanotechnologie in Europa.

Vandaag moeten we België klaarstomen voor het digitale en technologische tijdperk. 

Vandaag moeten we België klaarstomen voor het digitale en technologische tijdperk. Investeren in de infrastructuur van vandaag én die van morgen neemt daarin een belangrijke plaats. Het aantrekken van bedrijven, zoals de Chinese elektronische wagenproducent Thunder Power richting Wallonië, zal een stuk gemakkelijker gaan als we voluit investeren in een slim mobiliteitsnetwerk inclusief een regelgeving die het experimenteren met nieuwe technologieën mogelijk maakt.

Jack Ma zal sneller geneigd zijn Alibaba’s nieuwe distributiecentrum in Luik te bouwen als hij weet dat zijn vrachtwagens geen uren zullen stilstaan in het verkeer. Ook het feit dat zijn drones over enkele jaren het luchtruim in zullen mogen om de bestellingen aan huis te leveren – een soepele wetgeving die experimenteren toelaat – kan daarbij helpen.

Immaterieel

Nog meer dan in tastbare, ‘harde’ infrastructuur, machines en (slimme) gebouwen moeten we investeren in niet-tastbare, immateriële activa. Voorbeelden daarvan zijn ontwikkeling van databases en software, onderzoek en ontwikkeling, patenten, merken, opleiding en training, enzovoort.

Bedrijven in de VS investeren sinds 1995 meer daarin dan in gebouwen en machines. In Europa en de rest van de wereld zijn we nog niet zover, maar het gaat wel die richting uit. Eén van de redenen voor de ‘achterstand’ van Europa is dat, waar regelgeving het moeilijk maakt om flexibel mensen aan te werven en te ontslaan, bedrijven eerder voor machines zullen kiezen. In geval van een soepelere arbeidsregeling zullen bedrijven sneller experimenten met een nieuw arbeidsproces zoals de Sigma 6-managementstrategie van General Electric, of het netwerkmodel van Uber en AirBnB.

In België nam het aandeel van immateriële vaste activa in de totale overheidsinvesteringen de voorbije 20 jaar reeds toe van 20% naar 30%. Dat aandeel moet de komende jaren nog verder de hoogte ingaan. Bijkomende financiering van puur onderzoek en ontwikkeling aan onderzoekscentra en universiteiten toegespitst op specifiek gekozen innovatieve technologieën, zal nieuwe ideeën, bedrijven en werkgelegenheid creëren.

Bewustmakings- en promotiecampagnes kunnen duizenden studenten aanzetten om ingenieursstudies aan te vatten. Projecten om de digitale vaardigheden van de bevolking op te krikken, zorgen ervoor dat niemand achterblijft.

Belgian Technology 1.5

We moeten ook de ideale omgevingsfactoren creëren voor een digitale economie. Patenten, merken en intellectuele eigendomsrechten winnen aan belang. Een duidelijke en stabiele wetgeving en rechtsspraak verhogen de zekerheid bij bedrijven. Dat mag trouwens best op Europese schaal zijn.

Zo ziet het er naar uit dat in 2019, na een gevecht van 40 jaar, er eindelijk een eengemaakt Europees patent zal komen evenals een gemeenschappelijk patentrecht voor heel Europa. In de nieuwe digitale economie is dat een belangrijke troef.

België heeft nood aan een nieuw wervend verhaal. Dat verhaal combineert Belgian Technology 1.0 met een Flanders Technology bis. Het resultaat, Belgium Technology 1.5, bundelt de ambitie van het opkrikken van onze infrastructuur met uitrollen van de rode loper voor de nieuwe digitale economie. Hoog  tijd om onze historische koppositie opnieuw in te nemen. 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.