Video player inladen ...

Vergrijzing zal nog wat meer kosten dan eerder gedacht

De kost van de veroudering van de Belgische bevolking valt de komende decennia nog wat hoger uit dan eerder verwacht. Dat blijkt uit het rapport van de vergrijzingscommissie, die de budgettaire en sociale impact van de vergrijzing bestudeert.  

Dat de Belgische bevolking de komende decennia vergrijst, weten we al langer. Het aantal Belgen dat werkt zal dalen en het aantal gepensionneerden zal stijgen. Die vergrijzing brengt natuurlijk kosten met zich mee. Er zullen meer pensioenen moeten worden uitbetaald en oudere mensen hebben ook meer zorgen nodig.

De vergrijzingscommissie houdt daarom de impact van die vergrijzing in het oog en maakt er elk jaar een rapport over. Daarin blikken ze ver vooruit om een idee te hebben wat de impact zal zijn. Nieuw is dit jaar dat de commissie vooruitkijkt tot 2070. Vorige jaren was dat tot 2060.

Babyboomers

Uit de nieuwe vooruitzichten blijkt dat de factuur van de vergrijzing nog wat groter wordt dan vorig jaar gedacht. Concreet: er komt voor de periode 2017-2060 nog 0,2 procent van het bbp bij. Bbp staat voor bruto binnenlands product. Dat is eigenlijk de waarde van alles wat binnen België wordt geproduceerd. In 2017 bedroegen de vergrijzingskosten 25,1 procent van het bbp. Dat zou in 2040 pieken tot 28,7 procent van het bbp.

De vergrijzing vertoont uiteraard een gelijkaardig beeld. De vergrijzing neemt de komende jaren toe en piekt rond 2040. Dan zullen de meeste babyboomers overleden zijn, wat betekent dat de vergrijzingsfactuur begint te dalen. Van 2040 tot 2070 is er een daling met 0,7 procent van het bbp.

Werkende bevolking

Vergrijzing is vooral een kwestie van demografie, zeg maar de samenstelling van de bevolking. Uit het rapport blijkt een stijging van de Belgische bevolking van 11,4 miljoen nu tot 13,5 miljoen in 2070.

Die bevolkingstoename is ongelijk verdeeld. Dat zien we als we opsplitsen in leeftijdscategorieën: tegen 2060 blijft de groep 0- tot 17-jarigen stabiel. Het aantal 18- tot 66-jarigen, de werkende bevolking dus, daalt met 6 procent. Het aantal 67-plussers stijgt dan weer met 6 procent.

Goed nieuws is dat de armoede bij gepensioneerden zou dalen tot 2030, vooral doordat meer vrouwen aan het werk zijn en daardoor ook een hoger pensioen krijgen. Daardoor daalt ook de ongelijkheid tussen mannelijke en vrouwelijke gepensioneerden.

1,9

Tot slot nog dit: de komende jaren zullen er weer meer kinderen geboren worden. Door de financiële crisis was er een tijdelijke dip, van 1,9 naar gemiddeld 1,7 kinderen per moeder. Dat aantal zou de komende jaren weer stijgen naar 1,9.

En voor de mannen is er nog wat goed nieuws. De levensverwachting van mannen zal een inhaalbeweging maken de komende jaren. Tot 2070 komt er voor mannen bijna 9 jaar bij, voor vrouwen is dat maar 5,8 jaar. Uiteindelijk zal de levensverwachting van mannen en vrouwen dus gelijklopen.