100 jaar geleden: Vijfde Duitse aanval dit jaar krijgt felle tegenkanting

In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden, deze week van 11 tot 17 juli 1918: het Duitse leger gaat al voor de 5e keer sinds begin 1918 in de aanval, maar deze keer krijgt het snel en fel tegenkanting, in bezet België wordt een zeer omstreden 11 juli-viering gehouden, in Rusland moet de laatste kritische krant er mee stoppen,  

Opnieuw heeft Duitsland een zwaar offensief aan het Westfront ingezet. Het vijfde al sinds maart.

Dit gebeurt in de Champagne, ten oosten van het gebied dat de Duitsers vorige maand veroverden tussen de Aisne en de Marne.  

Vanuit deze saillant steekt het 7de Duitse leger de Marne over richting Épernay. Meer naar het noorden valt het 1ste leger aan richting Reims. Tegelijk vindt ten oosten van Reims een aanval in zuidelijke richting plaats.

De pijltjes duiden aan waar de Duitsers aanvallen; kaart uit L'Illustration, 20 juli 1918, via hetarchief.be.

Opnieuw lijkt het de bedoeling een wig te drijven, dit keer tussen het front bij Verdun en de legers die Parijs verdedigen. Bovendien dreigt de stad Reims te worden ingesloten.

De aanvallen begonnen in de vroege ochtend van 14 juli, na voorafgaande artilleriebeschietingen.

Ten oosten van Reims verliep de Duitse aanval niet zoals gepland. De aanvallers troffen de voorste loopgraven verlaten aan. Toen ze naar de volgende linies oprukten, werden ze tegengehouden door een echte muur van artilleriegranaten. Het nauwkeurige, goed voorbereide vuur van de Franse kanonnen hield iedere verdere opmars tegen.

Links, onder granaatvuur, rechts, net voor de aanval. Tekeningen uit het Duitse soldatenblad Scharfschützen-Warte, maart 1918).

Aan de andere kant kende het offensief meer succes. De Duitsers wisten de Marne op verscheidene plaatsen ten oosten van Château-Thierry over te steken. Maar de door hen gebouwde bruggen zijn voortdurend gebombardeerd door Franse en Amerikaanse vliegtuigen. Ook de troepen over de Marne werden vanuit de lucht beschoten.

Uiteindelijk raakten de Duitse de Duitse opmars ook daar tot stilstand. Épernay ligt nog altijd meer dan tien kilometer van de Duitse linies.

In het bergachtig bosrijk gebied ten zuidwesten van Reims hebben de Duitsers nog een tijd meerdere aanvallen gevoerd. Daar wisten twee Italiaanse divisies stand te houden, zij het met zeer zware verliezen.

Franse gevechtsvliegtuigen bestoken de Duite aanvallers ( uit L'Illustration, 6 juli 1918)
Helmen markeren Duitse soldatengraven aan de Marne in de omgeving van Château-Thierry

Ondanks de nieuwe Duitse terreinwinst lijkt ook dit offensief geen grote verandering te brengen. Reims kan nog altijd vanuit Épernay worden bevoorraad.

Onder het opperbevel van generaal Foch lijken de Geallieerden zich uitstekend te hebben voorbereid op deze aanval. De Franse legers in die streek zijn aangevuld met Britse, Amerikaanse en Franse divisies, met duidelijke taakverdeling. Ook artillerie en vliegtuigen zijn zeer gecoördineerd ingezet.

Zoals een Duitse krant schreef is er “nauwelijks een rivier beter verdedigd” (dan de Marne).

Een Franse mitrailleurseenheid in stelling om de aanvallende Duitsers tegen te houden. Uit Le Monde Illustré, juli 1918 (BDIC).
De Parijse krant Excelsior is zeer optimistisch; deze tekening toont dat bij elk van de 4 vorige Duitse aanvallen de terreinwinst elke keer kleiner is geworden.

Op 14 juli is bij een luchtgevecht ten oosten van Reims de Amerikaanse vliegenier Quentin Roosevelt gedood. Quentin Roosevelt was 20 en de jongste zoon van de vroegere Amerikaanse president Theodore Roosevelt. Hij werd door de Duitsers met alle eer begraven, exact op de plaats waar hij is neergestort.

Op de foto links: Quentin Roosevelt en het wrak van zijn vliegtuig.  Rechts: Geallieerde collega's komen hem bij zijn graf eren.

Laatste kritische krant in Rusland opgeheven

In Rusland is de publicatie van de krant Novaja Zjizn stopgezet.

Novaja Zjizn (‘Nieuw Leven’) was in de eerste maanden van de revolutie gaan verschijnen, onder leiding van de bekende schrijver Maksim Gorki. Het voer een onafhankelijke linkse koers en werd een tijd door de Voorlopige Regering verboden omdat het opkwam voor de vervolgde bolsjewieken. 

Het eerste nummer van Novaja Zjizn en Maksim Gorki

Sinds de machtsovername van de bolsjewieken staat Novaja Zjizn zeer kritisch tegenover het nieuwe bewind en dan vooral het gewelddadig optreden tegen tegenstanders. Zo schreef Gorki in januari ironisch “Het tot de laatste man uitroeien van andersdenkenden is een oude en beproefde werkwijze van de Russische regering, van Ivan de Verschrikkelijke tot Nicolaas II. Dus waarom zou Vladimir Lenin zo’n doeltreffende werkwijze laten liggen?”.

Door Gorki’s reputatie als schrijver en zijn oude vriendschap met Lenin werd zijn blad met rust gelaten. Maar de laatste weken treedt het regime steeds harder op.

In zijn ballingsoord toen in Italië kijkt Gorki  toe terwijl Lenin schaak speelt (1908, Getty Images) This content is subject to copyright.

Onlangs werden alle vergaderingen en demonstraties van arbeiders verboden, nadat de arbeiders protesteerden tegen een nieuwe wet die de hele industrie onder direct beheer van de staat stelt en een einde maakt aan het zelfbeheer van arbeiders in de fabrieken.

De toegenomen repressie zorgde ervoor dat de laatste oppositiekranten verdwenen.

"In Moskou heerst orde. De bolsjewiek vinden hun tegenstanders maar een bende gekken en armzaligen, zij zijn de prinsen". Langzaam drongen de berichten over de terreur van de bolsjewieken door naar West-Europa. Uit Le Rire, 27 juli 1918 (BnF Gallica).

Omstreden 11 juli-vieringen

In het bezette Vlaanderen is 11 juli voor het eerst als een officiële feestdag gevierd.

Op vraag van de Raad van Vlaanderen heeft de Duitse overheid er een vrije dag van gemaakt voor alle Vlaamse staats- en provincieambtenaren.  In de rijksscholen in Vlaanderen, met inbegrip van Brussel, is geen les gegeven. Andere scholen werd aanbevolen hetzelfde te doen, maar de meeste gemeente- en vrije scholen zijn daar niet op ingegaan.

In Brussel hebben de leerlingen van het atheneum van Elsene van hun vrije dag gebruikt te maken om in optocht naar het monument van de Belgische Revolutie op het Martelarenplein te gaan. Toen ze daarna langs een zaal passeerden waar een activistische meeting werd gehouden, werd er gejouwd. Een tiental jongeren zijn door de Duitse politie opgepakt.

De avondklok in Vlaanderen viel die dag een uur later, om iedereen toe te laten mee te doen aan feestelijkheden. Maar veel is er niet gefeest.

Een verslag van de 11 juli-vieringen in het door de Duitsers uitgegeven propagandablad Door Vlaanderen heen (via hetarchief.be)

In Gent had de activistische schepen Jan Wannyn voor de hele dag feestelijke bijeenkomsten gepland. Die zijn bijna allemaal geannuleerd.

Een van de redenen voor die afgelastingen is dat er de voorbije dagen honderden mensen, vooral jongeren, zijn opgepakt op straat, in de trams en in de cinema’s. De Duitsers eisen hen op voor dwangarbeid. Voor de activisten kon het moment niet slechter vallen.

Wel was er een muzikaal feest in de Gentse Nederlandse Schouwburg. Wannyn hield er een toespraak waarin hij onder meer zei : “Vlaanderen moet leven! België moet kapot! België is een uitvindsel van diplomaten. Vlaanderen is het werk van God! Gods werk zal leven! Onze grote Germaanse broeder, die wij met de lijken onzer gevallen voorouders beschermden, moet ons nu redden en aan een klein volk zijn tol aan de mensheid betalen!!”

Wannyn zinspeelt op het ongenoegen bij heel wat activisten over de houding van de Duitse kanselier von Hertling. Die lijkt geen steun meer te geven aan de plannen voor Vlaamse onafhankelijkheid.

Precies op 11 juli liet de kanselier in een debat in de Rijksdag weten dat België na de oorlog als zelfstandige staat hersteld zal worden. Over de Vlaamse zaak zei hij niets.

Oproep in het activistische, in Gent uitgegeven weekblad De Vlaamsche Smeder om deel te nemen aan de 11 juli-viering in de stad, en, rechts, een speciale uitgave voor de feestdag ( 7 en 11 juli 1918, via hetarchief.be)

Japans slagschip explodeert

Op 11 juli is het Japanse slagschip Kawachi vergaan.

Het 160 m lange schip bevond zich in de Baai van Tokuyama, in het zuiden van het eiland Honshu, toen er op het schip een zware explosie plaatsvond. Nauwelijks vier minuten later kapseisde het schip en zonk. Van de meer dan duizend bemanningsleden hebben slechts 433 het overleefd.

De Kawachi was sinds 1912 in dienst en was het eerste Japanse oorlogsschip boven de 20.000 ton. Het nam deel aan het beleg van Tsingtao, de Duitse haven in China, in november 1914.

Het is de grootste scheepsramp in Japan en het grootste verlies voor de Japanse oorlogsvloot, die sinds de verovering van Tsingtao nog maar weinig gevochten heeft.  

De Japanse marine heeft meteen een onderzoekscommissie naar de ramp ingesteld. Vast staat dat een munitiemagazijn is ontploft. Men vermoedt dat het om sabotage gaat.

Naschrift: aanwijzingen dat er kwaad opzet in het spel was, zijn nooit gevonden. De meest waarschijnlijke oorzaak is dat de springstof condriet in het magazijn ontploft is door een spontane chemische reactie.

Nog meer scheepsrampen

Op 14 juli – Franse nationale feestdag – hebben de Fransen een van hun zwaarste scheepsrampen van de oorlog meegemaakt.

Het passagierschip Djemnah werd in de Middellandse Zee niet ver van de kust van Libië toen het door een torpedo getroffen werd. Het schip zonk in amper twee minuten.

De Djemnah in de haven van Marseille

Een Brits escorteschip en een trawler konden heel wat mensen uit het water halen. Tocht zijn 436 van de 754 mensen aan boord omgekomen. Het was avond en veel passagiers lagen al in hun hut.

De Djemnah was op weg van Marseille naar het Franse eiland Madagascar. Onder de slachtoffers zijn er zo’n 200 tirailleurs malgaches, militairen uit Madagascar die in het Franse leger vochten.

Tekening van de zinkende Djemnah

De dag daarop werd de Barunga op de Atlantische Oceaan getorpedeerd. Er waren 600 zieke en gewonde Australische militairen aan boord op weg naar huis. Ze konden allen gered worden.

De Barunga was een Duits schip geweest dat bij het begin van de oorlog door de Australische regering was geconfisqueerd.

Britse destroyers pikken overlevenden van de Barunga op.

Nog eens twee dagen later werd het grote Britse passagierschip Carpathia niet ver van Ierland door twee torpedo’s getroffen. De explosies doodden vijf man in de machineruimte. De overige 218 opvarenden konden zich met reddingsboten in veiligheid brengen. Het schip bood plaats aan meer dan 2000 passagiers, maar er waren er maar 57 aan boord.

De zinkende Carpathia

De Carpathia was van de bekende rederij Cunard. Het schip werd beroemd toen het in 1912 de overlevenden van de scheepsramp van de Titanic oppikte. Nu ligt het zelf op de bodem van de Atlantische Oceaan. Voor Cunard is het al het vijfde passagierschip in evenveel weken dat vergaat.

De Carpathia in een haven en bij het oppikken van overlevenden van de Titanic

Litouwen kiest Duitse koning

De Litouwse Raad heeft met grote meerderheid de Duitse hertog Wilhelm Karl von Urach tot koning van Litouwen gekozen.

Hij zal regeren ouder de naam Mindaugas II. De eerste Mindaugas verenigde in de 13de eeuw de Litouwse stammen in een koninkrijk.

De hertog had kort daarvoor een delegatie van de Litouwse Raad ontvangen, waarbij hij de troon aanvaardde. Hij zei ook Litouws te zullen leren.

De hertogen van Urach behoren tot een zijtak van het Württembergse koningshuis. Wilhelm Karl (53) is generaal in het Württembergse onderdeel van het Duitse leger. Hij is weduwnaar van een halfzuster van de Belgische koningin Elisabeth, die hem 9 kinderen schonk.

Wilhelm Karl von Urach met zijn overleden vrouw en zeven van zijn kinderen (Library of Congress)

De verkiezing lijkt te bevestigen dat Duitsland van de vroegere Russische gebieden aan zijn oostgrens satellietstaten wil maken met  aan het hoofd Duitse vorsten. Polen is al een tijd formeel een koninkrijk en ook Finland heeft onlangs beslist een koning te zoeken.

Noch de Duitse keizer, noch de Duitse legerleiding steunde de hertog van Urach. Het is vooral de vooraanstaande katholieke politicus Matthias Erzberger (zelf uit Württemberg) die voor hem geijverd heeft. De hertog is katholiek, zoals de grote meerderheid van de Litouwers. Erzberger heeft contacten gehad met de Litouwse clerus en ook de paus zou achter zijn kandidatuur staan.

De Litouwers hopen vooral dat er met een Duitse koning een einde kan komen aan het Duits militair bestuur over Litouwen. De Litouwse Raad riep al in februari de onafhankelijkheid uit, maar de Duitsers zijn er almachtig. 

De Duitse keizer Willem II schouwt zijn troepen bij een bezoek aan Vilnius in 1915 © IWM (Q 70273)

De hertog van Urach was eerder al genoemd als mogelijke koning van Polen. Voor de oorlog was hij kandidaat voor de troon van Albanië.

Opmerkelijk is ook dat de hertog ook aanspraken maakt op het piepkleine vorstendom Monaco. Zijn moeder, prinses Florestine van Monaco, was een tante van de huidige regerende vorst Albert I.  Omdat Albert I maar één wettelijke nakomeling heeft (zijn eigen ongehuwde zoon, die nota bene als officier meevecht in het Franse leger) zou Urach op termijn het ministaatje kunnen erven.

Voor de Fransen in het echter duidelijk dat er geen Duitse generaal over Monaco mag regeren.  Sommigen vrezen voor een U-bootbasis aan de Côte d’Azur… 

Matthias Erzberger en een brief van hem aan Wilhelm von Urach over zijn lobbywerk voor de hertog (Landesarchiv Baden-Württemberg)

Haïti verklaart de oorlog aan Duitsland

De kleine republiek Haïti in de Antillen heeft dan toch de oorlog aan Duitsland verklaard.

De oorlogsverklaring is goedgekeurd door een Raad van State, die door de president wordt benoemd en het verkozen parlement vervangt.

Onder druk van de Verenigde Staten, die het land al drie jaar bezetten, wilde president Dartiguenave vorig jaar in de oorlog stappen. Maar het parlement ging daar niet mee akkoord.

Kort daarop ontbond Dartiguenave de Kamer. De gendarmerie bezette het parlementsgebouw. Dat gebeurde nadat het parlement zich verzette tegen een wet die buitenlanders (lees : Amerikaanse ondernemers) meer rechten zou geven.

President Dartiguenave (tweede van links vooraan) en zijn regering, met enkele Amerikanen

 De president maakte bij de oorlogsverklaring duidelijk dat het normaal is dat Haïti zich schikt zich naar de wil van de Verenigde Staten, die hij de “grote natuurlijke bondgenoot” noemt.

Haïti is niet in staat om troepen naar de oorlog te sturen. De Verenigde Staten wilden vooral komaf maken met de Duitse invloed in het land. Zeker omdat het niet ver ligt van het nieuwe Panamakanaal.

Dartiguenave is een anti-Duitse campagne gestart. Hij wil de aanzienlijke Duitse eigendommen in zijn land onteigenen en de bewegingsvrijheid van de Duitsers beperken.

Amerikaanse mariniers in Port-au-Prince, 1915
Het Duitse satirische weekblad Kladderadatsch steekt de draak met de oorlogsdeelname van Haiti (nr 27, 1918)

Grote parade voor 14 juli in Parijs, 1 miljoen Amerikaanse soldaten in Europa

In Parijs is naar goede gewoonte de Franse nationale feestdag op 14 juli uitbundig gevierd. Aan de militaire parade door de Franse hoofdstad namen vertegenwoordigers van alle bondgenoten deel.

Foto's van de parade in Le Monde Illustré. Links in het midden de Tsjecho-Slovaakse delegatie, daaronder de Belgen ( 20 juli 1918, BDIC)

Het optimisme in Parijs is groter dan de voorbije jaren. Voor het eerst vertoont het Duitse leger tekenen van verzwakking. En, vooral, er komen steeds meer Amerikaanse troepen aan in Europa, die de krachtsverhoudingen in het voordeel van de Geallieerden brengen.

Officieel zijn er nu een miljoen Amerikaanse militairen in Europa. Dat is nog maar een begin, want elke maand komen er nu meer dan een kwart miljoen bij. In de Verenigde Staten volgen nog een paar miljoen rekruten. Die enorme toevloed wordt door de Geallieerden in de  propaganda uitgespeeld.

Amerikaanse soldaten komen aan in de Franse haven van Saint-Nazaire (BDIC)
Tekening van de Amerikaanse cartoonist John F. Knott