"IS-kinderen in Syrië en Irak zijn nog géén tikkende tijdbommen": Egmontinstituut dringt aan om hen terug te halen

Het gerenommeerde Egmontinstituut dringt in een nieuw rapport aan op een proactieve terugkeerbeleid voor kinderen die momenteel in Syrië en Irak verblijven. "De meeste kinderen zijn nog geen tikkende tijdbommen, maar kunnen dat worden als ze niet snel teruggehaald worden."

"Het zelfverklaarde IS-kalifaat is niet meer, maar de gevolgen zullen nog jaren nazinderen." Zo begint het nieuwe rapport van het gerenommeerde Egmontinstituut. Zeker door de kinderenkwestie. Volgens het rapport verblijven er immers naar schatting nog 1.400 Europese kinderen in Syrië en Irak, de meeste onder hen werden er geboren en hebben nog geen voet op Europese bodem gezet. De grote vraag is: wat gaat er met hen gebeuren?

Want in tegenstelling tot de volwassenen komen ze volgens de onderzoekers niet of nauwelijks zelf terug naar Europa. "En hoewel de meeste regeringen de kinderen - zeker onder een bepaalde leeftijd - als slachtoffer beschouwen, heeft geen enkele regering een proactieve rol ingenomen over hun repatriatie", klinkt het. De regeringen worstelen met morele, juridische, politieke en veiligheidsdilemma's. "Terugkerende kinderen, net als terugkerende strijders, vormen een uitdaging op lange termijn die een langdurig engagement vereist."

Wat met de Belgische situatie?

Wat met de Belgische situatie? Volgens het instituut (dat zich baseert op cijfers van OCAD) zijn er zo'n 162 kinderen in Syrië en Irak die een link met ons land hebben. Het merendeel is jonger dan 12 jaar.

Het standpunt van de regering? Onder de grens van 10 jaar moeten de Belgische kinderen beschouwd worden als slachtoffer en mogen ze terugkeren. Tussen 10 en 18 jaar moet geval per geval bekeken worden. Maar over de modaliteiten van deze repatriëringen is het moeilijker om op één lijn te staan. "Dit is ongetwijfeld een complexe kwestie. De regering lijkt verscheurd te zijn tussen twee duidelijke argumenten: volwassen foreign terrorist fighters zijn niet welkom, maar deze positie geldt niet automatisch voor de foreign fighters' children."

Hoe dan ook, zo benadrukt het instituut, de autoriteiten moeten een plan hebben voor hun eventuele terugkeer. "Sommige kinderen zijn al teruggekeerd, anderen zullen volgen. Autoriteiten moeten daar serieus op voorbereid zijn. Maar er is tot nu geen duidelijke strategie hoe we hen moeten behandelen."

"Laat de welpen geen leeuwen worden"

Volgens het rapport moet België een "meer proactieve rol innemen". Vertaald: ons land moet actief de kinderen terughalen. En wel nu.

"De meeste Belgische kinderen in Syrië en Irak zijn jonger dan zes jaar. Dat is belangrijk want dat betekent dat ze nog niet opgeleid of getraind zijn door IS. Meer nog: ze leren meestal door imitatie. Daardoor kunnen ze (re-)integreren in de westerse samenlevingen. Met andere woorden, de meeste kinderen zijn nog geen tikkende tijdbommen, maar kunnen dat worden als ze niet snel teruggehaald worden." 

De meeste kinderen zijn nog geen tikkende tijdbommen, maar kunnen dat worden als ze niet snel teruggehaald worden

Er moet volgens het instituut een ruime en langdurige aanpak zijn om de terugkeerders op te vangen. "En het is tijd om nu te handelen, nu het nog controleerbaar is (hoewel het een uitdaging blijft). Uit een vorige studie blijkt immers dat we eerder in een nieuwe fase zitten dan dat we het einde van het jihadisme bereikt hebben."

"De onderzoekers vervolgen. "Voor jihadistische organisaties zijn de kinderen die geboren en opgegroeid zijn in het kalifaat een investering in de toekomst: zij zijn de welpen die de leeuwen van morgen worden. Door een proactief beleid en een positiever narratief kunnen Europese regeringen tonen dat ze kinderen niet als dieren behandelen, maar als mensen en burgers. Dat kan een krachtige boodschap zijn aan de ouders en familie, maar ook aan de bredere moslimgemeenschap."

"Het getik dat sommige politieke leiders horen is een wake-upcall, en geen tijdbom."