Eten koeien binnenkort bacteriën om de veeteelt groener te maken?

Wetenschappers van onder meer de UGent zijn er in geslaagd om eiwitten van soja in veevoer te vervangen door bacteriën. Daardoor kan de uitstoot van CO2 en het gebruik van water en grond aanzienlijk dalen.

De veeteelt staat al een tijdje onder druk. Het kweken van vlees kost veel land, water en energie. Naar schatting 15 tot 18 procent van de wereldwijde uitstoot van CO2 is voor rekening van de veeteelt. Milieu-econoom Johan Albrecht verwacht dat die uitstoot nog flink gaat stijgen omdat er steeds meer mensen bij komen.

Eén kilo rundvlees = één lange autorit

Om vlees te kweken is veel voer nodig, 20 kilo voor één kilo vlees. De  Voedsel-en landbouworganisatie van de Verenigde Naties schat dat 80 procent van de landbouwgrond voor de veeteelt is bestemd. Grond om te grazen, of om veevoer op te telen, met kunstmest, en die wordt meestal met aardgas gemaakt.

Daarnaast produceert een dier ook zelf methaan via de mest en de boeren en winden die het laat. Methaan is een broeikasgas dat tientallen malen krachtiger is dan CO2. Daarbij komen nog de kosten voor het transport, de verwerking, verpakking en koeling. De Universiteit van Wageningen maakte de CO2-rekening:  1 kilo rundvlees staat gelijk aan een autorit van 180 kilometer.

In dit onderzoek hebben de wetenschappers zich toegespitst op het veevoer.

De kost van soja

Een essentieel ingrediënt van veevoer zijn de eiwitten. Die komen voor het grootste deel van soja uit Zuid Amerika. Daar heeft de teelt al voor heel wat ontbossing gezorgd. Bovendien gebruiken de boeren kunstmest en daar is veel energie voor nodig, zegt professor Korneel Rabaey van het Center for Microbial Ecology and Technology aan de Ugent. “Je hebt aardgas nodig om ammoniak, de belangrijkste meststof,  te maken van stikstof uit de lucht. Als je alles bij mekaar optelt, energie, transport, de opname door de plant, de groei van het dier, productie van het vlees, kom je op een efficiëntie van je stikstof van 4 procent.”

eiwitrijke bacteriën

Bacteriën

De onderzoekers komen met een heel andere oplossing: eiwitrijke bacteriën. Het gaat om bacteriën die in de voedingsindustrie worden gebruikt, bijvoorbeeld om de vleesvervanger quorn te maken. Korneel Rabaey: “De bacteriën of bacteriegroepen behoren tot de zogenaamde GRAS-lijst, dat staat voor ‘Generally Recognized as Safe’. Ze zijn dus 100 procent veilig.”

Het voordeel van deze bacteriën is dat ze lokaal kunnen worden gemaakt. Ze hebben maar een kleine hoeveelheid (hernieuwbare) energie en suikers nodig om te groeien. “Afvalstromen uit de voedingsindustrie zoals waswater van aardappelen kunnen perfect dienen. We kunnen zelfs CO2 gebruiken om de bacterie te kweken, maar dat is op dit moment nog wat trager en duurder”.

Balans

De onderzoekers zijn uitgegaan van wat ze noemen een “realistisch” scenario waarbij tegen 2050 een vijfde van de plantaardige eiwitten worden vervangen door de eiwitrijke bacteriën.
Volgens de berekeningen van het Potsdam Instituut voor Klimaatonderzoek kun je op die manier 6 procent landbouwgrond wereldwijd “uitsparen” en gebruiken voor andere gewassen. En dat ondanks de groeiende wereldbevolking.

De technologie om op industriële schaal bacteriën voor veevoer te produceren staat er. De omslag in de landbouw kan dus nu beginnen."

Korneel Rabaey, Center for Microbial Ecology and Technology, UGent

Daarnaast komt er 8 procent minder stikstof in het milieu, een belangrijke bron van overbemesting. De CO2-besparing  bedraagt 7 procent.
“Bovendien heb je 98 procent minder water nodig voor een kilo vlees(eiwit) dan bij gewoon veevoer. En dit is nog een voorzichtig scenario”, benadrukt Korneel Rabaey, “je kan meer soja gaan vervangen, je kan ook CO2 gebruiken in je productie van bacteriën, dus er is nog heel wat potentieel. De technologie om op industriële schaal te produceren staat er. De omslag in de landbouw kan dus nu beginnen”.