Cuba's nieuwe grondwet laat beperkt privébezit toe

De socialistische eilandnatie Cuba zal in een nieuwe versie van zijn grondwet privébezit beperkt erkennen. Openbaar bezit blijft wel de voorkeur genieten, schrijven de Cubaanse staatsmedia.

Nadat Fidel Castro in 1959 aan de macht kwam in Cuba werd privébezit door het communistische regime zo veel mogelijk beperkt, omdat het een uiting was van kapitalisme. Maar voormalig president Raul Castro zette de voorbije jaren al een rist markthervormingen in gang die nu uitmonden in een nieuwe grondwet. De nadruk zal niettemin blijven liggen op centrale planning en staatsbezit.

Ook de rol van de vrije markt krijgt een plaats in de hervormde grondwet. In het eerste ontwerp wordt bovendien het belang benadrukt van buitenlandse investeringen voor de ontwikkeling van Cuba.

Vrijheid van religie

Verder garandeert de grondwetshervorming vrijheid van religie. Discriminatie op basis van geslacht wordt verboden. Toch is er officieel nog niet over gesproken om het huwelijk open te stellen voor holebi's. Vooral de kerkgemeenschap in Cuba wil niet weten van een homohuwelijk.

De nieuwe grondwet roept daarnaast een nieuwe politieke functie in het leven in Cuba: die van premier. Tot slot bepaalt ze dat presidenten voortaan nog maar twee ambtstermijnen van vijf jaar mogen zetelen.

Het ontwerp wordt eind juli in het parlement voorgesteld. De bevolking moet er ook eerst over stemmen voor het in werking treedt.