Juiste dieet kan de kracht van middelen tegen kanker verhogen

Om de kracht van sommige middelen tegen kanker te verhogen, kan het mogelijk volstaan van je dieet aan te passen. Dat blijkt uit twee recente studies met muizen. Die aanpak past in de recente tendens om de stofwisseling van het lichaam in te schakelen in de strijd tegen kanker.

Uit een recente studie in "Nature" blijkt dat een chemotherapie die methotrexaat genoemd wordt, effectiever wordt tegen leukemie-cellen als men het voedsel van de muizen aanvult met het aminozuur histidine. Histidine, dat in ruime mate voorkomt in voedsel als vlees en bonen, kan gegeven worden als een voedselsupplement.

En een eerdere studie, eveneens in "Nature", toonde aan dat het aanpassen van het dieet om de insuline-niveaus te beïnvloeden, een aantal andere middelen tegen kanker - middelen die de proteïne PI3K op de korrel nemen - effectiever kan maken.    

De twee teams van onderzoekers willen nu nagaan of hun aanpak ook werkt bij mensen met kanker. Voorlopig blijkt uit de aanwijzingen bij muizen dat het voedsel dat een patiënt eet, een invloed zou kunnen hebben op hoe goed hun kankermedicijnen werken.

"Het dieet heeft belang bij kankertherapieën", zei David Sabatini in "Nature". Sabatini bestudeert groei en het metabolisme aan het Whitehead Institute for Biomedical Research in Cambridge in de VS-staat Massachusetts, en is de belangrijkste auteur van de studie naar histidine.

Zwakheden uitbuiten

Tumorcellen gebruiken verschillende ongebruikelijke stofwisselingpaden om voedingsstoffen af te breken op een manier die hun abnormale groei kan ondersteunen. Onderzoekers zien die paden al lange tijd als mogelijke zwakheden die ze kunnen uitbuiten: een middel dat een of meer van die paden blokkeert, zou de tumor kunnen doden zonder de meeste gezonde cellen te raken. 

Verleden jaar toonden onderzoeker Karen Vousden van het Francis Crick Institute in Londen en haar collega's dat het beperken van de aminozuren serine en glycine in het dieet, de overlevingskansen deed toenemen van muizen die genetisch gemanipuleerd waren om vatbaar te zijn voor kanker. De beide aminozuren zijn erg belangrijk voor cellen die groeien in zuurstofarme omstandigheden - een veel voorkomende situatie in tumoren. 

Maar de twee recente studies gebruiken een iets andere benadering: de stofwisselingspaden inschakelen om de effecten van andere kankermedicijnen te versterken. 

Sabatine en zijn collega's screenden kankercellen op zoek naar genen die betrokken zijn in de respons op methotrexaat, een middel dat vaak gebruikt wordt om, naast andere kankers, leukemie bij kinderen te behandelen, maar dat zeer giftig kan zijn. De screening bracht een gen aan het licht dat codeert voor een enzym dat betrokken is bij het synthetiseren - het aanmaken - van histidine.

Het team ontdekte dat een overvloed aan histidine leukemiecellen die ingeplant waren bij muizen, gevoeliger maakte voor methotrexaat. Sabatini hoopt dat, als de resultaten ook blijken op te gaan bij mensen, dokters mensen met kanker histidinesupplementen kunnen geven, en dat dat de dokters zou toelaten te werken met lagere, minder giftige dosissen methotrexaat.  

De eerder verschenen studie onderzocht een klasse van geneesmiddelen die als doelwit PI3K hebben, een proteïne die vaak gemuteerd is in kankercellen, en die de groei van tumoren helpt bevorderen. 

Die geneesmiddelen vertonen in klinische testen vaak een inconsistente prestatie, soms presteren ze goed, soms veel minder. Maar de onderzoekers ontdekten dat dit gedeeltelijk te wijten kan zijn aan het feit dat de insuline-niveaus stijgen als PI3K onderdrukt wordt. Die insuline reactiveert dan de moleculaire paden die gecontroleerd worden door PI3K, en doet daarmee het effect van de geneesmiddelen teniet. 

Het team toonde aan dat het voorkomen van de stijging van de insuline-niveaus, hetzij door geneesmiddelen hetzij door een zeer koolhydraat-arm dieet dat een ketogenisch dieet genoemd wordt, ook de reactivering van de paden kan voorkomen, en de effectiviteit van de PI3K-onderdrukkers bij muizen kan verhogen. 

Dieetbeperkingen

Erg belangrijk wordt het nu om die resultaten om te zetten van muizen naar mensen, zei Almut Schulze aan "Nature". Schulze is een kankeronderzoeker aan de Universität Würzburg in Duitsland. Dat zou wel eens lastig kunnen zijn: het is immers moeilijker om het dieet van een mens te controleren dan dat van een muis, zo merkte ze op. Anderzijds kunnen mensen met kanker wel zeer gemotiveerd zijn om een dieet vol te houden, zelfs een zeer restrictief dieet als het ketogenisch dieet, zo zei ze.

Een andere uitdaging wordt het om te bepalen welke patiënten het meeste kans hebben om voordeel te hebben bij de aanpassingen van hun dieet, zei kankeronderzoeker Chi Van Dang van het Ludwig Institute for Cancer Research in New York City. Sommige farmaceutische bedrijven hebben het onder vuur nemen van het kankermetabolisme de rug toegekeerd, voor een deel omdat het zo moeilijk is te beslissen welke patiënten men moet uitkiezen.

"Het individuele metabolisme is behoorlijk wisselend", zei Dang, en het is waarschijnlijk dat mensen verschillend zullen reageren op deze behandelingen.