Sociaal protest kost twee personen het leven in Irak

Twee personen zijn vrijdagnacht om het leven gekomen in het zuiden van Irak bij sociaal protest. De protestbeweging neemt steeds meer in omvang toe, wat de autoriteiten ertoe noopte een avondklok in te stellen in de provincie Basra. 

Premier Haider al-Abadi kondigde zaterdagavond ook extra middelen en investeringen aan in Basra, waar hij de dag tevoren ter plaatse was geweest en al beloftes had gemaakt.

De betogers klagen de corruptie aan van de openbare diensten en de hoge werkloosheid. Ze zijn misnoegd over het gebrek aan daadkracht van de overheid in de regio, die nochtans rijk is aan olie.

Een woordvoerder van de provinciale hulpdiensten, Ahmad al-Kanani, zei dat twee betogers "door kogels om het leven kwamen" in de provincie Maysan, aan de grens met Iran. Daarmee komt het aantal doden sinds het begin van het sociale protest op drie. Tientallen anderen, onder wie leden van de veiligheidsdiensten, raakten gewond, zeggen medische bronnen.

Het protest begon op 8 juli in de provincie Basra. De dood van een betoger in de stad Basra op 8 juli diepte de onvrede nog uit. Er kwamen meer en meer betogingen in de stad en de provincie, en uiteindelijk ook elders in Irak, tot zelfs in Bagdad. Sinds zaterdagmiddag is het internet afgesloten in het hele land.

Zaterdag probeerden betogers nog brand te stichten in het hoofdkwartier van de machtige organisatie Badr, die gesteund en bewapend wordt door Iran, in Basra. Het kwam daarbij tot rellen, zei een veiligheidsbron. Daarna kondigden de autoriteiten een nachtelijke avondklok af in de provincie, zegt diezelfde bron.