100 jaar geleden: Duitse leger teruggedreven

In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden, deze week van 18 tot 24 juli 1918: na vijf Duitse offensieven drijven de Geallieerde legers het Duitse lger over de Marne, de afgetreden Russische tsaar Nikolaas II is dood, nu ook het kleine Honduras in oorlog met Duitsland, incidenten op nationale feestdag in bezet België, .......

De Geallieerde legers zijn een geweldig tegenoffensief begonnen. Dit gebeurt vrijwel meteen nadat het laatste Duitse offensief aan de Marne stilviel.

Zowat een miljoen man worden ingezet langs alle kanten van het gebied dat de Duitsers vorige maand tussen Aisne en Marne hadden veroverd.

Twee Duitse soldaten geven zich over, foto genomen vanuit een Franse tank (L'Illustration, 3 augustus 1918)

De zwaarste aanval gebeurt aan de noordwestelijke kant, tussen de Aisne en de Ourcq. Daar leidt generaal Mangin een aanval in de richting van Soissons met in totaal 18 divisies (15 Franse, 2 Amerikaanse en 1 Britse), waarbij meer 345 tanks en 500 vliegtuigen zijn ingezet.

In het zuidwesten voert generaal Degoutte 6 Franse en 3 Amerikaanse divisies aan, met 147 tanks.

In het  zuidoosten valt generaal de Mitry aan langs de oever van de Marne met zijn 10de Franse leger, waaronder twee Amerikaanse divisies. Helemaal in het oosten, bij Reims, staat generaal Berthelot met 11 Franse, 3 Amerikaanse en 2 Italiaanse divisies.

Lichte Franse Renault tanks in actie (Albums Valois, BDIC)
Enkele van de zegevierende Franse generaals

De Duitsers zijn door de aanvallen verrast. Een aantal Duitse divisies waren al uit de streek teruggetrokken, met de bedoeling elders een nieuw offensief in te zetten. Dat plan wordt dus gedwarsboomd.

De Geallieerden konden hun voorbereidingen geheim houden, onder meer omdat ze hun troepen in de grote bossen bij Villers-Cotterêts en Reims opstelden.

Twee Amerikaanse soldaten kijken toe, terwijl Duitse krijgsgevangenen zich bekommeren om een gewonde (Albums Valois, BDIC)

De gevolgen zijn indrukwekkend. De Duitse terreinwinst van vorige week aan de Marne is volledig ongedaan gemaakt.

De Duitsers hebben in de nacht van 19 op 20 juli de zuidelijke oever van de Marne geëvacueerd. Er werden nog reserves naar Château-Thierry gestuurd om daar stand te houden, maar tevergeefs. Op 21 juli marcheerden de troepen van Degoutte Château-Thierry binnen.

Kaartje met de Geallieerde terreinwinst van 18 tot en met 23 juli. De parallelle lijnen geven het gebied aan waar het Duitse leger permanent door de Geallieerde artillerie wordt bestookt (uit de New York Tribune, 24 juli 1918)
Amerikaanse soldaten in Chateau-Thierry luisteren naar muziek op een grammofoon die ze in het puin hebben gevonden

De Franse premier Clemenceau is meteen naar de stad gereisd om ter plaatse de troepen te feliciteren en de geteisterde burgerbevolking een hart onder de riem te steken.

Aan de Ourcq is het leger van Mangin intussen een tiental kilometer gevorderd.

Het offensief duurt in alle hevigheid voort. Alleen in het zuidoosten houden de Duitsers nog stand aan de Marne. Elders strekken ze zich naar het noorden terug.

De Geallieerde kranten zijn enthousiast en spreken zonder meer van een overwinning.

Voedselbedeling voor de inwoners van Chateau-Thierry die in de door de Duitsers bezette stad waren achtergebleven (Albums Valois, BDIC)
Germania lust het water van de Marne niet, de Duitse keizer hoopt snelt de gong te horen, en Duitsland ontdekt dat de Amerikanen wel kunnen vechten. Deze karikaturen getuigen van de euforie aan geallieerde kant (Le Journal, 23-7-1918, The Washington Times, 27-7-1918, New York Tribune, 19-7-1918)

Dood vroegere Russische tsaar gemeld

De afgetreden Russische tsaar Nikolaas II is dood.

Het Duitse persagentschap Wolff citeerde op 20 juli een bolsjewistische krant die de dood van “de bloedige tsaar” door “de wil van het revolutionaire volk” meldde.  Het bericht eindigde met “Lang leve de Rode Terreur”. Dat werd kort daarop bevestigd door een officiële mededeling van de Russische regering.

De ex-tsaar zou op 16 juli zijn gefusilleerd in Jekaterinenburg in de Oeral, een stad die bedreigd wordt door het Tsjecho-Slovaaks Legioen. Er was ook sprake van een contrarevolutionair complot om hem te ontvoeren. Dat was voor de bolsjewieken de reden om hem niet langer in leven te houden.

Het nieuws haalt alle kranten, maar vaak niet eens de voorpagina en het wordt nergens groot gebracht

Volgens hetzelfde bericht zijn Nikolaas’ zoon en vrouw naar een veilige plaats overgebracht. Over zijn vier dochters is niets meegedeeld.

Het decreet van 19 juli onteigent alle bezittingen van de vroegere keizer en de keizerlijke familie.  

Over het lot van de keizerlijke familie heerst al een tijd veel onzekerheid. Nikolaas’ broer Michaël, die hem als tsaar had moeten opvolgen, maar de troon weigerde, is al een tijd spoorloos. Er zijn geruchten dat hij aan het hoofd van een bevrijdingsleger tegen de bolsjewieken vecht.

De tsaar en zijn familie bij een bezoek aan een regiment Koeban Kozakken: van links naar rechts Anastasia, Olga, Nicolaas II, Alexei, Tatiana en Maria (Beinecke Rare Books and Manuscripts Library, Yale University)

De Geallieerde pers heeft weinig positiefs te zeggen over de ex-tsaar, wiens regering rampzalig was, maar keurt wel de wrede daad van het bolsjewistisch regime af.

Pro-Duitse kranten merken ironisch op dat Groot-Brittannië en Frankrijk niets gedaan hebben om hun bondgenoot Nikolaas te redden, terwijl hij hen toch een grote dienst heeft bewezen door de oorlog te beginnen… een oorlog die zijn eigen land in de afgrond bracht.

Naschrift: pas later zou duidelijk worden dat het hele gezin van de tsaar werd uitgemoord. De juiste sterfdatum is 17 juli ‘s nachts. Zijn broer Michael was al de maand daarvoor doodgeschoten.

"Hoge idealen maar zwak, prooi van intriganten". Het artikel in de New York Tribune geeft goed de algemene teneur weer (Library of Congress)

Drama in Halle

Op 20 juli, kort na middernacht, heeft een vliegtuig bommen uitgeworpen boven Halle.

Eén bom kwam neer op het huis van de familie Desmet. Het huis viel in puin. De ouders, die nog in de keuken waren, kwamen er met lichte verwondingen vanaf, maar hun vijf kinderen, die in bed lagen, werden allen gedood.

Het ging om drie zonen en twee dochters, tussen 15 en 27 jaar oud. Ze werden twee dagen later onder massale belangstelling begraven.

Het is niet duidelijk welk vliegtuig (Frans of Brits?) het bombardement uitvoerde en waarom. Het getroffen huis bevond zich niet ver van het station, dat wellicht het doelwit was. Ook lag naast het huis een villa waar Duitse hogere officieren logeerden.

Het getroffen huis en doodsprentje voor de vijf slachtoffers (Erfgoedcel Pajottenland-Zennevallei)

21 juli

Voor de vierde keer is de Belgische nationale feestdag onder Duitse bezetting gevierd.

De sfeer was optimistischer dan tijdens de vorige jaren. De recente Duitse tegenslagen aan de Marne doen bij velen de hoop rijzen dat er eindelijk een kentering in de oorlog komt.

Bovendien viel 21 juli dit jaar op een zondag, zodat iedereen vrijaf had. De vorige jaren had de bezetter scholen en bedrijven verboden om op de nationale feestdag te sluiten.

Af en toe waren er incidenten. Op een plein van de Brusselse gemeente Ukkel had iemand ’s nachts een Belgische vlag aan de telefoonlijn  bevestigd. De Duitse politie deed er uren over om de vlag weg te halen, tot jolijt van de menigte die zich op het plein verzameld had.

Kleine, huisgemaakte, patriottische voorwerpen. In het midden een waaier met de vlaggen van de bondgenoten (Collectie Keym, Stadsarchief Brussel).

In de Brusselse Sint-Goedele vond opnieuw een Te Deum plaats onder massale belangstelling. De hofdignitarissen die de koning vertegenwoordigden werden enthousiast toegejuicht. De Duitsers hadden de organist ditmaal verboden om de Brabançonne te spelen, maar de aanwezigen begonnen het lied spontaan te zingen.

Ook werden hier en daar mensen opgepakt die een speldje droegen. Het ging nochtans enkel over een insigne dat werd verkocht door een werk voor oorlogswezen.

Voor de vierde keer intussen al, is de nationale feestdag ook gevierd in het Franse Sainte-Adresse, waar de Belgische regering in ballingschap is gevestigd.
Voor het eerst zijn ook in Sainte-Adresse alle Belgische kamerleden en senatoren, die niet in bezet België vastzitten, samengekomen met de regering. Ze bespreken er de toekomst van het land na de bevrijding ( uit Le Monde Illustré, 24-8-1918, BDIC) . Op de voorgrond staan (van links naar rechts) enkele ministers: Van de Vyvere (Financiën), Segers (Spoorwegen, Posterijen en Telegrafie), Goblet d’Alviella (zonder portefeuille), Renkin (Koloniën), premier Cooreman (Economische Zaken), een niet geïdentificeerd persoon, generaal De Ceuninck (Oorlog),  Carton de Wiart (Justitie).  en Helleputte (Landbouw en Openbare Werken). Tussen de twee laatsten staat nog minister Berryer (Binnenlandse Zaken).

Britse troepen naar Trans-Kaspische Spoorweg

Een Britse strijdmacht van zo’n 500 man, vooral Indiërs, vertrekt vanuit het noordoosten van Perzië naar Rusland.

Even voorbij de Perzisch-Russische grens ligt de Trans-Kaspische Spoorweg. Die loopt van de Kaspische Zee tot de grens met Afghanistan en vormt zowat de toegang tot Centraal-Azië.

Net als elders in Rusland is het ook ik deze regio onrustig. Trans-Kaspië wordt bestuurd door de sovjet van de stad Tasjkent. Die laat zijn macht gelden door Russische soldaten en vrijgelaten krijgsgevangenen (vooral Hongaren) die in daar in kampen zaten. De autochtone inwoners, de  Turkmenen, toch de overgrote meerderheid van de bevolking, staan daarbuiten.

Kaart van de Trans-Kaspische Spoorweg

Eind juni leidde een staking van Russische spoorwegarbeiders tot een bloedige opstand tegen de bolsjewieken. In de stad Asjchabad hebben socialisten-revolutionairen en mensjewieken een comité gevormd dat de macht uitoefent in een aantal steden langs de spoorweg. Voormalige tsaristische officieren en Turkmeense ruiterstammen hebben zich bij de opstand aangesloten.

Het comité in Asjchabad heeft nu openlijk Britse steun gevraagd en gekregen..

Uzun Ada, het haventje aan de Kaspische Zee waar de spoorweg vertrekt (postkaart voor 1900)

De Britten willen in de eerste plaats de Trans-Kaspische Spoorweg controleren, nu de Turken de andere kant van de Kaspische Zee aan het veroveren zijn.  

De Britten zijn er als de dood voor dat de Turken – en de Duitsers - via de spoorweg nog verder naar het oosten zouden optrekken en de Afghanen en Perzen tegen hen zouden opzetten. Dat zou zelfs invloed hebben op de nationalistische krachten in Brits-Indië.

Intussen proberen andere Britse troepen de Turkse opmars in Noordwest-Perzië tegen te houden. Met de hulp van Armeense milities verdedigen ze de havenstad Rasht aan de Kaspische Zee.

Het regeringsgebouw in Tasjkent in 1917. Het trammetje is van Belgische makelij.

Honduras stapt mee in de oorlog

Het Midden-Amerikaanse land Honduras heeft op zijn beurt de oorlog aan Duitsland verklaard. Het had al meer dan een jaar eerder zijn betrekkingen met Duitsland afgebroken.

Daarmee geeft het toe aan de druk van de Verenigde Staten, die een zeer grote invloed in het land hebben. De exploitatie van het voornaamste product van het land – bananen – is in handen van grote Amerikaanse bedrijven, zoals de United Fruit Company.  Die controleren ook scheepvaart, banken, spoorwegen en telegraaflijnen .  De Amerikaanse schrijver O’Henry bedacht een tiental jaar geleden voor het land de term “bananenrepubliek”.

Na een onrustige periode van burgeroorlog kent het land sinds 1913 een stabiele regering onder president Francisco Bertrand.  Die stelt zich gematigd en verzoenend op.

Een bananenplantage en president Francisco Bertrand

Honduras heeft het hoe dan ook niet gemakkelijk door de oorlog. De uitvoer van bananen naar Europa is grotendeels stilgevallen. Bovendien hebben de Verenigde Staten de schepen van de Amerikaanse fruitmaatschappijen opgeëist voor oorlogstransporten.

Alle republieken van Midden-Amerika zijn nu in oorlog, behalve El Salvador. Dat land is minder afhankelijk van de Verenigde Staten en leeft op zeer gespannen voet met zijn buurlanden Guatemala en Honduras.

Naschrift: Honduras was het laatste land dat in oorlog tegen Duitsland raakte (wel zou Roemenië later opnieuw de wapens opnemen na een vredesverdrag te hebben gesloten). In totaal zijn 23 soevereine staten met Duitsland in oorlog geweest.

Bananen worden op een trein geladen. Voorpagina van het vaarschema van de vloot van de United Fruit Company naar o.a. Honduras uit 1912.
Op 26 juli publiceerde de Parijse krant Excelsior dit, definitief, overzicht van alle landen die bij de oorlog betrokken waren (BnF Gallica)