AP2010

Israëlische parlement stemt in met omstreden wet die Israël omschrijft als "natiestaat van het Joodse volk"

In Israël is een wet goedgekeurd die het Joodse karakter van de staat onderstreept en de vorming van Joodse gemeenschappen stimuleert. De Arabische minderheid voelt zich geviseerd, maar ook Joodse Israëli's hebben kritiek.

Het idee voor de wet werd in 2011 geopperd door Avi Dichter, nu lid van de conservatieve Likoedpartij van premier Benjamin Netanyahu en eerder topman van de inlichtingendiensten. De tekst is de voorbije maanden echter voortdurend aangepast in een poging om een meerderheid te vinden in de Knesset, het Israëlische parlement.

De nieuwe wet op de natiestaat bepaalt dat "Israël het thuisland is van het Joodse volk om hun zelfbeschikkingsrecht uit te oefenen volgens de culturele en historische erfenis". De staat wordt bovendien verplicht om het Joodse culturele erfgoed te bewaren en te bevorderen en het Ivriet of Nieuw-Hebreeuws wordt de officiële taal van het land. Het Arabisch krijgt "een speciale status". Verder wordt Jeruzalem genoemd als enige en ondeelbare hoofdstad van Israël.

De Arabische minderheid -goed voor 20% van de bevolking van Israël- zegt dat ze nu officieel herleid wordt tot tweederangsburgers en dat ook hun taal achtergesteld wordt. Zowel moslims als christenen en druzen voelen zich geviseerd.

Toch hebben ook veel Joodse Israëli's kritiek. De linkse partij Meretz betoogt al enkele dagen tegen de nieuwe wet en zegt dat die de minderheden benadeelt en op die manier de eenheid van Israël ondermijnt. Opvallend is dat president Reuven Rivlin zegt dat de wet in de kaart speelt van moslimextremisten die Joden overal ter wereld kunnen bedreigen. Dat is ook de mening van voormalig minister van Defensie Moshe Arens in een opiniestuk in de krant Haaretz. Volgens hem is de wet overtollig omdat Israël toch al een Joodse staat is en leidt de goedkeuring tot onnodige en schadelijke commotie.