Video player inladen ...

Turkije maakt een einde aan de noodtoestand 

In Turkije is de noodtoestand opgeheven. Die was twee jaar geleden ingesteld, na de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016. Dat gebeurde toen voor een periode van drie maanden, maar die termijn werd daarna nog zeven keer verlengd. Tijdens de noodtoestand werden naar schatting 50.000 mensen gearresteerd, en nog eens ruim 150.000 anderen verloren hun job. Het ging vooral om militairen, staatsambtenaren, rechters en advocaten, leerkrachten en professoren. 

Volgens de Turkse president Erdogan en zijn aanhangers zat de islamitische predikant Fethullah Gülen achter de coup. Het waren dan ook in de eerste plaats al dan niet vermeende leden van de Gülenbeweging die door de maatregelen van de noodtoestand werden geviseerd. Verder gingen aanhangers van de verboden Koerdische separatistische beweging PKK in de cel, maar ook gewoon politieke tegenstanders van Erdogan. Critici van de Turkse president zeggen dat op die manier elke oppositie tegen het autoritaire regime werd uitgeschakeld.

Erdogan heeft tijdens de twee jaar durende noodtoestand zijn eigen positie nog eens drastisch versterkt. Vorig jaar werd in een referendum nipt een grondwetswijziging goedgekeurd, waardoor Turkije een presidentieel systeem kreeg. Tot dan toe had het staatshoofd vooral een ceremoniële functie, al had Erdogan in de praktijk al veel macht naar zich toegetrokken.

Dankzij de nieuwe grondwet zou de president de leiding krijgen van de regering (de post van premier werd afgeschaft) en ministers kunnen benoemen of ontslaan. Ook bij de aanwijzing van magistraten zou het staatshoofd een stevige vinger in de pap krijgen. En bovendien: het parlement ontbinden, de noodtoestand uitroepen, per decreet regeren, het werden allemaal nieuwe bevoegdheden van de Turkse president, die voortaan geen vier maar vijf jaar aan de macht zou blijven.

Vorige maand waren er voor het eerst presidentsverkiezingen volgens het hervormde systeem. En die werden met 53% van de stemmen gewonnen door Erdogan. Hij krijgt daarmee een nieuwe ambtstermijn tot tenminste 2023, symbolisch erg belangrijk, want in dat jaar wordt de honderdste verjaardag gevierd van de stichting van het moderne Turkije. Tijdens de verkiezingen had de oppositie beloofd dat – als zij zouden winnen – de noodtoestand meteen zou worden afgeschaft. Erdogan nam die belofte over, wellicht omdat elke tegenstand intussen toch uitgeschakeld was. Bovendien zou hij als  sterk president ook formeel over zoveel macht beschikken dat politieke oppositie in Turkije irrelevant wordt.

Kritische stemmen

Mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International zijn tevreden over de afschaffing van de noodtoestand. Maar zij wijzen erop dat alle kritische stemmen zijn uitgeschakeld, en dat er van politieke normalisering en respect voor de mensenrechten nog geen sprake is.

De Turkse oppositie vreest dan weer dat de noodtoestand gewoon zal worden vervangen door nieuwe anti-terrorismewetten, die ervoor zullen zorgen dat de uitzonderingsmaatregelen een permanent karakter krijgen.