Criminelen zonder papieren: pragmatisme of principes?

De zaak rond Safet Rustemi, de Albanees die in ons land veroordeeld is en uitgewezen werd, terwijl hij nu op de lijst van de most wanted staat van de federale politie en een lange vrijheidsstraf moet uitzitten (22 jaar), is geen uitzondering. Het is veeleer de regel en dat al sinds jaren. 

analyse
Dirk Leestmans
De auteur is journalist bij de themaredactie justitie van VRT NWS.

Sven Mary heeft in zijn praktijk minstens weet van 12 gevallen. Dat zei hij gisteren in ons duidingsmagazine Terzake en verschillende strafpleiters bevestigen dat. En als advocaten dat weten, moet de overheid dat probleem natuurlijk ook kennen. Waarom blijft het dan bestaan? En waarom is er nu plots zo veel gedoe voor iets wat blijkbaar al jaar en dag praktijk is?   

De polemiek kan zeker deels verklaard worden door de profileringsdrang van sommige politici die kwesties als deze graag aangrijpen om een statement te maken.   

Strafrecht of vreemdelingenrecht?

In wezen is het een conflict tussen strafrecht en vreemdelingenrecht. Het strafrecht veronderstelt dat verdachten berecht worden en straffen ook uitgevoerd worden. Het vreemdelingenrecht streeft ernaar mensen die hier illegaal verblijven, het land uit te zetten. En die twee verschillende uitgangspunten leiden dan tot een zaak zoals die van de Albanees Safet Rustemi. Maar er kunnen gelijkaardige dossiers geciteerd worden van bv. Nederlanders die door een beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken het land uitgezet worden en soms tot 10 jaar lang hier niet nog binnen mogen.   

Mensen die verdacht worden van strafbare feiten kunnen in afwachting van hun proces in voorlopige hechtenis genomen worden. Daar situeert zich al een eerste pijnpunt. In België zitten nogal wat mensen in voorarrest, gemiddeld zo’n 3.550 op een totale gevangenisbevolking van orde van grootte 10.500. Met andere woorden één op de drie gevangenen is nog niet veroordeeld (en dus theoretisch ook nog onschuldig). 

Bijkomend probleem is dat gerechtelijke onderzoeken in ons land soms erg lang duren waardoor mensen ofwel ook erg lang in voorarrest blijven zitten ofwel na verloop van tijd toch vrijkomen. Als die mensen dan geen vast verblijf hebben in België, krijgen ze van de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) een brief om het land te verlaten.    

Vanuit DVZ is de logica duidelijk: die mensen zijn hier illegaal en dus moeten ze het land uit. Dat een andere overheidsdienst misschien nog wel plannen heeft met die mensen wordt niet structureel afgetoetst. 

Het lijkt erop dat de Belgische overheid met de linkerhand geeft wat ze met de rechterhand neemt

Dat is vreemd omdat bij de vrijlating soms ook een borgsom gevraagd wordt. Die borgsom dient precies als waarborg dat de verdachte zich beschikbaar houdt voor het gerecht. Als de betrokkene dan toch uitgewezen wordt, wordt dat natuurlijk moeilijk. Het lijkt erop dat de Belgische overheid met de linkerhand geeft wat ze met de rechterhand neemt.  

De Dienst Vreemdelingenzaken heeft wel de plicht het Openbaar Ministerie te contacteren als het gaat over verdachten in terreurdossiers maar die plicht is er niet in andere criminele zaken. Tussen DVZ en Justitie staat er een muur, zo werd er de voorbije dagen gezegd. En er wordt niet eens over het muurtje met elkaar gepraat.

Dat lijkt vreemd maar misschien is het dat niet. Als mensen betrokken zijn in een strafrechtelijk onderzoek zijn er ook goeie redenen te bedenken waarom niet iedereen hierover alles moet weten.

Kafka of big brother?

Sommigen omschrijven de zaak Rustemi als een schoolvoorbeeld van Kafkaiaanse toestanden maar veel kans dat diezelfde mensen het verwijt van Orwell en big brother bovenhalen wanneer alle overheidsdiensten toegang zouden hebben tot alle informatie en alle databanken aan elkaar zouden gekoppeld zijn.  

Want in een strafrechtelijk onderzoek is er ook nog het principe van het vermoeden van onschuld en het geheim van het onderzoek, en ook verdachten hebben recht op privacy. Minister Geens nuanceerde niet voor niets in zijn antwoord vandaag dat het systeem voor veroordeelde criminelen wel goed werkt en hij liet daarbij verstaan dat het systeem voor verdachte criminelen inderdaad beter kan. (Nochtans is in dossier van de Albanees Safet Rustemi het onderscheid verdachte-veroordeelde niet echt relevant want op het moment van de uitwijzing was er volgens zijn advocaat naast andere lopende zaken al wel een definitieve veroordeling van negen jaar.) 

Een kwestie van politieke keuzes

Maar hoe zou het beter kunnen? Dat is eigenlijk een kwestie van politieke keuzes. En die keuzes, dat weten we, worden niet alleen principieel gemaakt maar vooral ook bepaald door budgettaire en praktische beperkingen. 

Om met dat laatste te beginnen. Onze gevangenissen kampen nog steeds met een probleem van overbevolking. Ook vanuit die optiek is elke gevangene minder een bijdrage tot de oplossing van dat overbevolkingsprobleem. 

Overigens wordt die zienswijze ook toegepast bij de voorlopige invrijheidstellingen (VI) van veroordeelden. Buitenlandse veroordeelden (uit niet EU landen) die naar hun land van herkomst zouden vertrekken, komen makkelijker vrij met VI omdat voor hen de normen minder streng zijn. Ze hoeven hier geen vaste verblijfplaats te hebben, geen werk, geen reclasseringsplan, …. En ze hoeven vooral ook niet opgevolgd te worden door onze justitie assistenten.  

En zo komen we tot het budgettaire argument. Waarom zou de Belgische justitie investeren in de re-integratie van iemand die finaal toch terug naar het buitenland zou trekken? Hoe sneller zo iemand met VI vrijkomt, hoe sneller een cel vrijkomt. Hoe sneller een gedetineerde (met voorlopige Invrijheidstelling) naar het buitenland kan vertrekken, hoe minder hij ons kost in de gevangenis en er zijn ook geen kosten verbonden aan de opvolging van deze categorie.  

Dat het dossier van de Albanees Safet Rustemi niet echt een schoonheidsprijs verdient van behoorlijk bestuur, is duidelijk. Het is erg moeilijk uit te leggen waarom de Belgische politie op zoek moet gaan  naar iemand die hier eerder al vast zat en die men heeft laten vertrekken. 

Rechten van verdediging

Die vaststelling leidt ons ook naar de vraag in welke mate iemand het recht heeft aanwezig te zijn op zijn proces. Als het antwoord op die vraag in alle gevallen positief is, zou dat betekenen dat verdachten die eerder uitgewezen werden (omdat ze hier illegaal waren), een visum zouden moeten krijgen om terug naar België te kunnen komen om hun proces bij te wonen. 

Maar fundamenteler is de vraag of de rechten van verdediging niet flagrant geschonden worden als mensen die verdacht worden van ernstige misdrijven hun eigen proces niet kunnen bijwonen.  

Het staatsgezag spreekt best niet met gespleten tong

Minister Geens kondigde vandaag aan dat hij over deze problematiek verder overleg zal hebben met staatssecretaris Francken. Dat overleg zal zich dus afspelen op het kruispunt tussen Justitie en Vreemdelingenzaken. Het valt af te wachten welke politieke keuzes er gemaakt zullen worden en in welke richting ons land gaat. Dat er twee overheidsdiensten los van elkaar opereren en ogenschijnlijk tegenstrijdige beslissingen nemen, krijg je moeilijk uitgelegd, noch aan de verdachten, noch aan het grote publiek. Het staatsgezag spreekt best niet met gespleten tong.