Energie- en klimaatdoelstellingen: Europees, Belgisch, Vlaams... wie doet wat?

Veel mensen zien door het bos de bomen niet meer als het gaat om "groene doelstellingen". Omdat er zoveel verschillende doelstellingen zijn en omdat België, met zijn bevoegdheidsverdelingen, een complex land is. Dat maakt ook de onderhandelingen die de Vlaamse regering nu voert, complex. Want wie moet welke inspanning doen?

Eerst even het grote kader. Om de opwarming van de aarde tegen te gaan en de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, legt Europa doelstellingen op aan zijn lidstaten. Sommige zijn bindend (de doelstellingen voor hernieuwbare energie en voor de reductie van broeikasgassen), anderen zijn dat niet.

Het aandeel energie-efficiëntie dat moet worden gehaald, is niet bindend maar toch belangrijk. Want veel wordt uitgedrukt in een percentage van de totale verbruikte energie. De drie grote doelstellingen (zie grafiek) waarover moet worden gerapporteerd, zijn dus nauw met mekaar verbonden.

Europees, Belgisch, Vlaams

De doelstellingen die Europa oplegt zijn tot 2020 (zie grafiek) uitgesplitst per lidstaat. En in België werd dat dan ook nog es per deelstaat uitgesplitst. De doelstellingen voor 2030 zijn doelstellingen die de Europese Unie als geheel moet halen. Elk land moet wel een plan indienen en zeggen wat het kan bijdragen om die gezamenlijke doelstelling te halen.

De onderhandelingen die de Vlaamse regering nu voert, gaan over de inspanningen die Vlaanderen kan doen in de periode 2021-2030. Eén doelstelling is al uitgeklaard: de reductie van broeikasgassen. Daar neemt Vlaanderen de Belgische ambitie over om tot een reductie van 35% te komen tegenover het referentiejaar 2005.

Transport, verwarming, landbouw

Hoe dat moet gebeuren, is wel nog een harde dobber. Hoe vergroenen we ons transport, goed voor 35% van onze uitstoot van broeikasgassen? Hoe zorgen we ervoor dat we minder fossiele brandstoffen stoken om onze gebouwen te verwarmen, nog es goed voor 30%? Hoe verlagen we de uitstoot van gassen in de landbouw? Moet de veestapel kleiner worden, om maar iets te zeggen?

Het zijn de dossiers waar de Vlaamse regering op dit moment over onderhandelt. Daarnaast moet er ook nog beslist worden over de ambities inzake hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.  Daar zal nog hard gebakkeleid worden tussen de "voluntaristen" en "realisten".

De hamvraag is eigenlijk heel simpel: hoe ambitieus wil Vlaanderen zijn inzake groene energie? Hoeveel zonnepanelen en windmolens zien we als haalbaar? Dat hangt samen met financiële en technische kwesties (hoeveel plaats hebben we voor de inplanting van windmolens bv) maar ook met communautaire. Met name de N-VA wil niet dat Vlaanderen te veel inspanningen doet en dat de andere gewesten dan maar wat "achterover gaan leunen".

De Belgische puzzel leggen

Als alle gewesten hun energie- en klimaatdoelstellingen klaar hebben, worden die samengelegd met de planning die ook de federale regering moet opmaken. Want sommige energie-inspanningen zijn federaal: de financiering van de windmolens op zee bijvoorbeeld. Brussel en Wallonië van hun kant hebben hun plannen klaar, de Vlaamse regering is daar op dit moment dus mee bezig.

Experts van de Nationale Klimaat Commissie en energie-specialisten van de vier administraties, het federale en de drie gewesten, integreren de plannen dan zodat tegen het einde van dit jaar een Belgisch ontwerp-plan kan worden voorgelegd aan Europa. Europa kan dan bijsturingen vragen, tegen het einde van 2019 moet de tekst van het Nationale Energie en Klimaat Plan definitief zijn.