100 jaar geleden: Willy Coppens, drakendoder en meest succesvolle Belgische piloot van de Eerste Wereldoorlog

100 jaar geleden behaalde de Belgische piloot Willy Coppens zijn 21e overwinning van in totaal 37. Zijn specialiteit was het neerhalen van Duitse "draken" of observatieballons, een gevaarlijke onderneming.

Als kind is Willy Coppens al geïnteresseerd in alles wat met techniek te maken heeft. Tijdens zijn zomervakanties in De Panne bouwt hij eigenhandig zeilwagens om op het strand te racen.

Wanneer de oorlog uitbreekt, wordt de 22-jarige Coppens ingelijfd bij de Grenadiers. Zelf wil hij liever toetreden tot de Compagnie des Aviateurs – de prille Belgische luchtmacht – om er piloot te worden, maar zijn aanvraag wordt afgewezen. Daarom beslist hij op eigen kosten een opleiding tot burgerpiloot te volgen in Groot-Brittannië.

Met het burgerbrevet op zak kan hij zich inschrijven aan de Belgische Militaire Luchtvaartschool in Etampes, waar hij op 9 december 1915 zijn vliegbrevet haalt. Zo belandt hij tenslotte alsnog bij de Compagnie des Aviateurs.

Willy Coppens wordt gefeliciteerd door zijn collega's bij de terugkeer van een succcesvolle vlucht
Copens, in het midden, tussen een groep Belgische officieren

Eerst wordt Willy Coppens belast met verkenningsvluchten, maar op eigen vraag kan hij vanaf juni 1917 aan de slag als jachtpiloot. Pas in april 1918 behaalt hij zijn eerste overwinning, wanneer hij boven Sint-Joris een Duits verkenningstoestel neerhaalt.

Coppens vliegt met een Hanriot HD-1, een bijzonder wendbare tweedekker van Franse makelij. Tijdens de Eerste Wereldoorlog worden van dit vliegtuig meer  1.100 exemplaren gebouwd. Naast de Franse luchtmacht doen de toestellen ook dienst bij de Italiaanse en de Belgische luchtmacht, waar de Hanriot HD-1 het standaard jachtvliegtuig vormt.

Een Hanriot HD-1 in camouflagekleuren, met de distel die Coppens als persoonlijk merkteken gebruikte

Na zijn eerste overwinning specialiseert Willy Coppens zich in het vernietigen en neerhalen van Duitse Drachen – grote, sigaarvormige luchtballonnen van waaruit de Duitsers hun artilleriebeschietingen coördineren.

Het neerhalen van zo’n luchtballon is een uiterst gevaarlijke opdracht : de ballon wordt vanop de grond beschermd door een aantal luchtafweerkanonnen en is bovendien gevuld met het uiterst brandbare waterstofgas dat bij ontploffing het aanvallende vliegtuig kan beschadigen of op zijn minst volledig uit zijn koers kan brengen.  

Links, een Amerikaanse piloot noemt in een interview in The Tacoma Times het neerhalen van observatieballonnen de gevaarlijkste job, rechts foto's van een Britse observatieballon uit "The War of Nations" (Library of Congress)

Uiteraard lopen ook de Duitse waarnemers, die vanuit een gondel onderaan de ballon de vijandelijke posities verkennen, gevaar. Wanneer hun ballon getroffen wordt, zit er voor hen niets anders op dan met een parachute uit de gondel te springen en zo hun leven te redden.

In tegenstelling tot die waarnemers hebben de piloten uit de Eerste Wereldoorlog géén parachute : dat zou hen volgens de legerleiding te snel in verleiding brengen zich bij gevaar in veiligheid te brengen en hun dure toestellen in de steek te laten !

Het opplooien van een Duitse observatieballon. Linksonder de camera die in de ballon wordt gebruikt, rechtsonder de controle van de parachute (uit Berliner Leben, 1918)

Op enkele maanden tijd haalt Willy Coppens niet minder dan 34 Duitse luchtballonnen neer. De standaard mitrailleur van 7,7 mm laat hij op zijn toestel vervangen door een zwaardere mitrailleur met brandkogels. Zijn dubbeldekker laat Coppens ondertussen volledig blauw schilderen, zodat vriend en vijand hem onmiddellijk kan herkennen.

Bij de Duitsers levert dit hem de bijnaam Blauwe Duivel op. In totaal behaalt hij 37 overwinningen in de lucht, waarvan dus slechts 3 op vijandelijke vliegtuigen. Maar vermits het neerhalen van een luchtballon uiterst moeilijk is, mag een piloot deze overwinningen net zo goed aan zijn palmares toevoegen.

Bij het neerhalen van een Duitse draak zou Coppens met zijn vliegtuig op de ballon zijn vastgeraakt en kon hij zich maar op het nippertje losmaken. Het is een van de verhalen die de piloot legendarisch maakt.

In februari 1918 haalt Coppens een heus huzarenstukje uit, wanneer hij op lage hoogte over Brussel vliegt om in de hoofdstad zijn ouders vanuit de lucht te groeten. Hoewel Duitse piloten hem daarna achterna zitten, slaagt hij er toch in veilig naar zijn basis nabij Veurne terug te keren.

Op 3 augustus 1918 behaalt Coppens zijn 22e zege. Enkele dagen voordien was hij al gedecoreerd door koning Albert. Kort voordien, op 22 juli, had hij op een dag drie observatieballons neergehaald.. Zijn exploten kregen ook in het buitenland een ruime weerklank ( uit de Parijse krant Excelsior, 6-8-1918, BnF Gallica)

Op 14 oktober 1918 vertrekt Willy Coppens op wat zijn laatste operationele vlucht zal worden. Wanneer hij in de buurt van Torhout een stel Duitse ballonnen nadert, wordt hij vanop de grond beschoten. ‘Een brandkogel boorde zich door de dunne bodem van mijn vliegtuig en verbrijzelde  mijn scheenbeen’, schrijft Coppens later in zijn autobiografie Jours Envolés.

"Mijn spieren werden uiteen gescheurd en mijn aders kapotgesneden. In een reflex schoot mijn rechterbeen vooruit, waardoor mijn toestel om zijn as draaide en in een spin terechtkwam. Ik was net begonnen met vuren, waardoor de kogels in alle richtingen vlogen. Gelukkig raakten de eerste ervan nog de ballon, die in vlammen opging."

Willy Coppens, rechtsboven, in een reeks Liebig-prenten, gewijd aan de Belgische azen van WWI. Rechts, Coppens in Flying Aces (februari 1934).

Coppens slaagt erin zijn vliegtuig opnieuw onder controle te krijgen. Kreunend van de pijn zet hij met een gehavend toestel koers naar zijn basis achter het Belgische front. “Ik voelde mijn gewonde ader heftig kloppen”, schrijft Coppens. “Ik trok mijn motorbril en ook mijn pilotenmuts van mijn hoofd. Ik wou lucht, ijskoude lucht voelen om niet bewusteloos te vallen. Ik voelde mijn krachten snel wegvloeien, maar wou hoe dan ook vermijden om in handen van de vijand te vallen.”

Met veel moeite slaagt Coppens erin opnieuw de Belgische linies te bereiken. In het besef dat hij niet meer in staat is om verder te vliegen, zet hij zijn toestel neer in een veld nabij Esen. Om te vermijden dat hij tegen een bomenrij knalt, moet hij een harde landing maken, waardoor de wielen van het toestel ineen klappen.

Het linkerscheenbeen van Coppens is volledig verbrijzeld en hij heeft veel bloed verloren. Wanneer hij in allerijl naar het hospitaal wordt gebracht, zit er voor de dokters niets anders op dan het onderbeen van de piloot te amputeren. Daarmee eindigt de oorlogsloopbaan van deze succesvolle Belgische piloot.

Foto van een Duitse observatieballon, persoonlijk ondertekend door Willy Coppens: "Het was amusant paniek te zaaien in die troep".

Na de oorlog wordt Willy Coppens militair attaché in Londen, Parijs en Genève. In 1930 wordt hij door koning Albert I geadeld als Ridder Willy Coppens de Houthulst – een verwijzing naar het bos van Houthulst, waarover hij zo vaak vloog. In 1960 verleent koning Boudewijn hem de titel van baron.

Ondanks zijn geamputeerde been blijft Coppens niet stil zitten. In maart 1926 maakt hij samen met twee andere piloten een historische vlucht in zeven étappes van Brussel naar Leopoldstad (het huidige Kinshasa). Enkele maanden later – in september 1926 – verbetert hij het hoogterecord parachutespringen met een sprong vanop 6.000 meter.

Links, Coppens, kort na de oorlog, met wandelstok.
De voorpagina van enkele boeken geschreven door Willy Coppens. Zijn autobiografie, "Jours Envolés", is pas dit jaar in het Nederlands vertaald als "Bevlogen dagen" bij uitgeverij De Schorre.

Bekijk hieronder een interview met Willy Coppens:

Video player inladen ...