Brandganzen beginnen te laat aan hun trek naar het noorden door de opwarming van de aarde

De stijgende temperaturen in het noordpoolgebied maken dat brandganzen zich tijdens het laatste deel van hun jaarlijkse trek haasten om op hun broedgebied te geraken. Daardoor zijn de ganzen te vermoeid om meteen hun eieren te leggen. En daardoor komen de kuikens dan weer pas uit als de piekperiode met het meeste en het beste voedsel al voorbij is. Minder kuikens dan vroeger overleven dan ook hun eerste zomer, zo blijkt uit een nieuwe studie.

Brandganzen (Branta leucopsis) zijn zwartwitte ganzen die overwinteren aan de kusten van Ierland, de westkust van Schotland en de Noordzeekust van Duitsland en Nederland.

In de lente trekken ze naar hun broedgebieden rond de poolcirkel, van de oostkust van Groenland tot Spitsbergen en het zuiden van Nova Zembla. Normaal houden ze ze daarbij een rustpauze in het Baltisch gebied en aan de Barentszzee, waar ze "bijtanken", op krachten komen voor het laatste deel van de tocht en voor het broeden, dat drie weken duurt.

Een vrouwtje op haar nest op Spitsbergen. Het broeden duurt drie weken, en het vrouwtje verlaat het nest nauwelijks. (Foto: Bjoervedt/Wikimedia Commons)

"Sprong in het duister"

De brandganzen overwinteren in de gematigde klimaatzone, en de weersystemen in die zone hebben geen link met die in het Arctisch gebied. "Als ze dus nog in hun overwinteringsgebied vertoeven, kunnen de vogels niet voorspellen of de lente in het noordpoolgebied vroeg gaat beginnen" Als ze aan hun jaarlijkse migratie beginnen, "maken ze een sprong in het duister", zei professor Bart Nolet, een van de auteurs van de studie, in een mededeling op de website van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Nolet is een NIOO-onderzoeker bij dat instituut.

De ganzen vertrekken nog steeds rond hetzelfde tijdstip als vroeger, maar door de opwarming van de aarde begint de (biologische) lente steeds vroeger in het noordpoolgebied. De opwarming gaat veel sneller in het noordpoolgebied, en als de lente vroeger begint, valt ook de piekperiode waarin er veel en uitstekend voedsel is, vroeger. 

De brandganzen zijn zich daar helemaal niet van bewust, tot ze ongeveer in de helft van hun 3.000 kilometer lange, jaarlijkse lentetrek zijn, en merken dat het landschap al groen kleurt omdat de lente vroeger begonnen is.

"Het groen worden van de vegetatie dat ze zien als ze er overvliegen, geeft hen waarschijnlijk informatie over de vroegere lente", zei Nollet aan BBC News. "Als ze zien dat alles groener is, is dat een signaal voor hen om zich te haasten, denken we."

In hun haast om snel op hun broedbestemming te geraken, zetten de vogels een versnelde marathonvlucht in, en slaan ze de rustpauzes onderweg, in het Baltisch gebied en aan de Barentszzee, over.  

Doordat de biologische lente vroeger begint, overleven minder brandganskuikens hun eerste zomer. (Foto: Thermos/Wikimedia Commons)

Vogels in de problemen

UIt het onderzoek blijkt echter dat de vogels dankzij hun non-stop marathonvlucht wel vroeger aankomen in hun broedgebied, maar dat ze niet onmiddellijk kunnen beginnen met het leggen van eieren. 

"Het vrouwtje zit drie weken lang  bijna onafgebroken op de eieren, dus ze moet echt arriveren met genoeg reserves in haar lichaam. Door de onderbrekingen op haar trek over te slaan, komt ze aan met te weinig reserves om onmiddellijk eieren te kunnen beginnen leggen", zo zei professor Nolet aan de BBC. 

De vrouwtjes moeten eerst opnieuw aansterken voor ze eieren kunnen leggen, en dat maakt dat de kuikens pas uit het ei komen als de piekperiode voor voedsel van de vroege lente al voorbij is. Daardoor overleven er minder kuikens hun eerste zomer, waarna ze zelfstandig zijn en hun moeders niet meer nodig hebben. 

Uit de studie blijkt dat als de brandganzen niet vroeger in het jaar naar het noorden vertrekken, in plaats van zich onderweg te gaan haasten, ze in de problemen zitten. Maar vroeger vertrekken zou wel eens moeilijk kunnen blijken te zijn. 

Bovenaan: de trek van de brandgans met een tussenstop, zoals die normaal verloopt. Midden: in een jaar waarin de lente op het normale tijdstip begint, komen de ganzen mooi op tijd aan, zodat hun kuikens uitkomen in de periode waarin er het meeste voedsel voorhanden is. Onderaan: in een jaar met een vroege lente, komen de ganzen eerder aan, maar omdat ze nog moeten aansterken voor ze hun eieren kunnen beginnen leggen, komen de kuikens pas uit als de beste periode voor het vinden van voedsel al voorbij is. (Illustratie: Lameris, Nolet et al. in "Current Biology)

Snelle aanpassing

Momenteel, zo zei Nolet in de mededling op de site van het Nederlands Instituut voor Ecologie, vertrouwen de brandganzen hoogstwaarschijnlijk zeer erg op aanwijzingen zoals de lengte van de dag, om te bepalen wanneer ze hun tocht naar het noorden beginnen. Maar de lengte van de dag verandert niet met het stijgen van de temperatuur in het noordpoolgebied. En andere aanwijzingen waardoor ze zich zouden kunnen laten leiden, zoals het opnieuw groen worden van de vegetatie, vertonen in de gematigde klimaatzone niet dezelfde snelle vooruitgang als in het noordpoolgebied. 

Of de brandganzen in staat zijn om hun gevoeligheid voor aanwijzingen aan te passen, en de timing van hun migratie  in overeenstemming te brengen met de veranderende klilmaatsomstandigheden, blijft onzeker. Maar er zijn aanwijzingen dat ze flexibel genoeg zijn om zich op andere manieren aan te passen: volgens Nolet hebben een aantal brandganzen recent hun migratie gewoon helemaal opgegeven, en broeden ze in de plaats daarvan nu in de gematigde klimaatzones. 

"Ganzen migreren in families, en de jongen leren de route en de timing van hun ouders", zei Nolet. "Aan de ene kant, ledit dat tot traditionele patronen, maar aan de andere kant kan het leiden tot snelle aanpassingen, als sommige vogels ondervinden dat de migratie op een andere manier aanpakken - iets wat vaak veroorzaakt wordt door extreme weersgebeurtenissen - wel degelijk loont." 

Een paartje brandganzen met vier kuikens aan het eiland Spitsbergen. BENGT NYMAN

Afstandswaarneming

Om de impact van de opwarming van de aarde op het tijdstip waarop de vogels broeden te analyseren, combineerden Nolet en zijn collega Thomas Lameris afstandswaarneming,  apparatuur om individuele vogels te traceren, stabiele isotoop technieken, en observaties in het veld langs heel de vluchtroute. 

De studie van Nolet, Lameris en hun collega's is gepubliceerd in "Current Biology".

Brandganzen zijn vogels met een fraai overwegend zwart-wit verenpatroon. Hun soortnaam "leucopsis" komt uit het Grieks en betekent "wit gezicht". (Foto Andreas Trepte/Wikimedia Commons)