Video player inladen ...

Voormalige FARC-rebellen nemen plaats in parlement

In Colombia heeft het nieuwe parlement vrijdag zijn openingszitting gehouden. Voor het eerst is ook de voormalige rebellenbeweging FARC afgevaardigd. Acht ex-leden van FARC hebben de eed afgelegd. Ontslagnemend president Juan Manuel Santos, die in 2016 de Nobelprijs voor de Vrede won met zijn vredesakkoord met de FARC-rebellen, verwelkomde de historische gebeurtenis.

De FARC, die nu onder dezelfde naam voortgaat als een extreemlinkse politieke partij, haalde bij de parlementsverkiezingen in maart minder dan 1 procent van de stemmen. Het vredesakkoord uit 2016 garandeert haar tien zetels in het Congres: vijf in de Kamer van Afgevaardigden en vijf in de Senaat.

Twee van de tien FARC-leden konden niet aanwezig zijn bij de openingszitting. Een van hen leeft ondergedoken, de andere zit een celstraf uit in de Verenigde Staten voor drugshandel. De acht andere FARC-leden legden gisteren wel de eed af. Ze beloofden zich bij hun aanstelling in te zetten voor vrede, democratie en mensenrechten.

"Woorden zullen hun enige wapens zijn"

"Velen zullen hier niet graag FARC-leden zien", verklaarde ontslagnemend president Santos tijdens de openingszitting van het parlement, "maar het vult mij met plezier". "Strijders die de staat en zijn instituten voor een halve eeuw met wapens bevochten, onderwerpen zich nu aan de Colombiaanse grondwet en regels. Van nu af aan zullen woorden hun enige wapens zijn."

"Correcties" aan het vredesakkoord?

Toch bestaat in Colombia de vrees dat het internationaal bejubelde verdrag met de FARC, dat in Colombia zelf heel omstreden is, op instorten staat door het aanstaande presidentschap van de rechtse Ivan Duque, die op 7 augustus de eed af legt.

Een van zijn voornaamste campagnepunten was de wijziging van het vredesakkoord. Tijdens zijn overwinningstoespraak in juni kondigde hij meteen "correcties" aan de overeenkomst aan.

Het vredesakkoord leidde tot het demobiliseren van 7.000 FARC-strijders. In totaal vielen in het 52 jaar durende conflict met de guerrillabeweging naar schatting 220.000 doden. Miljoenen mensen sloegen op de vlucht.

Santos riep Duque vrijdag op om het verdrag te respecteren. Hij waarschuwde zijn opvolger dat aanpassingen de overeenkomst "in stukken zullen scheuren".