Generaal Dostum blijft ondanks alles populair bij de Oezbeekse minderheid in Afghanistan.

IS eist mislukte aanslag tegen Afghaanse krijgsheer en vicepresident Abdul Rashid Dostum op

In zijn lange carrière heeft generaal Dostum meegeschreven aan een groot deel van de bloedige geschiedenis van zijn land. Na een ballingschap van een jaar kreeg hij nu toestemming van president Ashraf Ghani om terug te keren, maar IS probeerde hem meteen te vermoorden.

Een Afghaans regeringsvliegtuig was Dostum gaan ophalen in Turkije. Vanmiddag is het toestel dan geland op de luchthaven van de Afghaanse hoofdstad Kaboel. Dostum werd er als een held onthaald door zijn aanhangers, maar niet iederen in Afghanistan is tevreden met zijn terugkeer.

Toen het konvooi met Dostum de luchthaven verliet, liet een zelfmoordterrorist in de menigte aanhangers een bommengordel ontploffen. Er vielen veertien doden en tientallen gewonden, maar Dostum zelf bleef ongedeerd. De aanslag is inmiddels opgeëist door de terreurgroep IS.

Ook president Ashraf Ghani leeft in onmin met zijn vicepresident Dostum. Die laatste heeft een jaar in Turkije gewoond nadat hij beschuldigd werd van de ontvoering en foltering van een politieke rivaal. Dat zou overigens niet de eerste keer zijn, want Dostum heeft een kwalijke reputatie inzake mensenrechten.

Toch is Dostum populair bij zijn Oezbeekse minderheid in Afghanistan. Die woont vooral in het noorden rond de stad Mazar-i-Sharif en voelt zich al eeuwen achtergesteld door de Pashtuns, de grootste bevolkingsgroep van Afghanistan die er al lang de plak zwaait. Dostum is ook de kampioen van steeds wisselende en tegenstrijdige allianties in de wirwar van oorlogen in Afghanistan.

Van communist tot Oezbeeks nationalist

Abdul Rashid Dostum begon zijn carrière in het leger van het voormalige communistische regime in Afghanistan (1978-1992), dat in de jaren 80 overeind werd gehouden door een invasie van Sovjettroepen.

Nadat die vertrokken werden en islamitische "Mujaheddin" de regering terugdrongen, wisselde Dostum begin 1992 van kamp en bracht hij samen met hen het marxistische regime ten val. Dostum en zijn Oezbeekse militie werden daarop een machtsfactor in het noorden van het land, waar hij zijn eigen privéstaatje uitbouwde. Dostum regeerde dat met harde hand, maar wel op een erg efficiënte manier, wat hem populariteit opleverde.

Wel veranderde hij steeds van kamp als het hem uitkwam. In de jaren 90 werd hij een paar keer naar buurland Oezbekistan verjaagd door de islamitische taliban, maar telkens kon hij terugkeren. Daarbij ging hij niet zacht om met gevangen genomen talibanstrijders. Dostum kon vaak ook rekenen op financiële en militaire vanuit Oezbekistan of het verwante Turkije.

Het huidige regime kan hem ook niet echt negeren, zeker niet nu de strijd met de taliban -vooral van de Pashtun-bevolkingsgroep- opnieuw opflakkert. Dostum weet dat en speelt dat handig uit.