Houten poppetjes van Pinokkio in een winkel in Firenze. Vladimir Menkov/Wikimedia Commons

Wie liegt in een vreemde taal is moeilijker te ontmaskeren

Voor de meeste mensen is het niet moeilijker om te liegen in een vreemde taal dan in hun moedertaal. Dat gaat echter niet op voor het spreken van de waarheid: dat is duidelijk moeilijker in een taal die niet je moedertaal is. Het gevolg daarvan is dat het voor een waarnemer moeilijker is om uit te maken wanneer iemand die een vreemde taal spreekt liegt, dan bij iemand die zijn moedertaal spreekt. Dat blijkt uit een Duitse studie. De studie verklaart ook waarom iemand die een vreemde taal spreekt, over het algemeen gezien worden als minder betrouwbaar, ook als daar geen gegronde reden voor is.  

"In onze geglobaliseerde wereld gebeurt steeds meer communiatie in een taal die niet de moedertaal is van een aantal of alle deelnemers aan de communicatie", zo beschrijft Kristina Suchotzki de achtergrond van de studie in een mededeling van de Julius-Maximilians-Universität Würzburg. 

Suchotzki is een postdoctoraal onderzoeker aan het departement Psychologie, die samen met professor Experimentele Klinische Psychologie Matthias Gamer de nieuwe studie heeft uitgevoerd. 

Er zijn een aantal situaties waarin mensen motieven hebben om te liegen, bijvoorbeeld bij zakelijke onderhandelingen waarin één businesspartner de andere wil overtuigen van de voordelen van zijn product, of bij een ondervraging door de politie, waarbij de verdachte de politie probeert te overtuigen van zijn alibi. 

Tot hiertoe werd forensisch onderzoek vooral toegespitst op hoe betrouwbaar mensen overkwamen, als ze hun moedertaal spraken of een andere taal. Uit dat onderzoek is gebleken dat waarnemers meer geneigd lijken verklaringen van mensen die hun moedertaal spreken, voor waar aan te nemen, vergeleken met verklaringen van mensen die een andere taal spreken dan hun moedertaal.

"Er is echter weinig onderzoek gedaan om na te gaan of mensen inderdaad minder goed liegen in een andere taal", zei doctor Suchotzki. 

Twee tegenstrijdige theorieën

Er zijn twee onderzoekstheorieën om de verschillen te voorspellen tussen misleiding en het spreken van de waarheid in een moedertaal of in een andere taal. 

Onderzoek vanuit de "cognitieve belasting theorie" (cognitive load theory) suggereert dat liegen moeilijker is in een andere taal. "Vergeleken met het spreken van de waarheid, is liegen een cognitief meer veeleisende taak", zo legde Kristina Suchtozki uit. Het toevoegen van een andere taal voegt een  bijkomende cognitieve uitdaging toe, die liegen nog moeilijker maakt.

Liegen is net makkelijker in een vreemde taal: dit zou waar moeten zijn volgens de "emotionele afstand hypothese" (emotional distance hypothesis). Deze aanname is gebaseerd op het feit dat liegen geassocieerd is met meer emoties dan het bij de waarheid houden. Leugenaars hebben hogere stressniveaus, en zijn meer gespannen. 

Onderzoek vanuit de linguïstiek, de psychologie en de psychofysiologie - een onderdeel van de psychologie dat de biologische basis onderzoekt van menselijk gedrag - toont aan dat communiceren in een tweede taal minder emotionele opwinding veroorzaakt dan spreken in de moedertaal. "Op basis van de emotionele afstand hypothese zou je dus verwachten dat liegen in een vreemde taal minder emotioneel opwindend zou zijn", zei Suchotzki in de mededeling op de website van de Universität Würzburg. En die verminderde emotionele opwinding zou liegen dus gemakkelijker maken. 

Experimenten en resultaten

Om uit te maken hoe de vork nu juist in de steel zit, voerden de psychologen uit Würzburg een aantal experimenten uit waarin tot 50 proefpersonen bepaalde specifieke taken moesten volbrengen. De proefpersonen werd gevraagd om een aantal vragen te beantwoorden, soms naar waarheid, soms door te liegen, zowel in hun moedertaal als in een andere taal. 

Sommige vragen waren neutraal, zoals "Berlijn ligt/ligt niet in Duitsland", andere vragen waren duidelijk emotioneel, zoals "Heb je ooit illegale drugs gebruikt?" of "Zou je als naaktmodel werken?". Terwijl de deelnemers de vragen beantwoordden, maten de onderzoekers de responstijd - hoe lang het duurde voor iemand antwoordde -, de geleiding van de huid - een aanwijzing voor de mate van opwinding - en de hartslag van de deelnemers.

Uit het onderzoek kwamen de volgende resultaten naar voren:

  • Het duurt meestal langer om emotioneel geladen vragen te beantwoorden dan neutrale.
  • Antwoorden in de tweede taal laten ook langer op zich wachten dan hun tegenhangers in de moedertaal.
  • Over het algemeen duurt het langer om een leugen te vertellen dan om de waarheid te spreken. 
  • De tijdsverschillen tussen misleidende en waarheidsgetrouwe antwoorden zijn minder uitgesproken in de tweede taal dan in de moedertaal.
  • Dit kleinere verschil is niet het gevolg van het feit dat men sneller een misleidend antwoord geeft. In de plaats daarvan is het zo dat de waarheid spreken in een andere taal langer duurt dan in de moedertaal.
  • Of het nu om neutrale of om emotionele vragen gaat, de tijdsverschillen tussen de waarheid en een leugen zijn over het algemeen kleiner in de tweede taal.

Elkaar tegenwerkende effecten

De onderzoekers denken dat deze bevindingen een weerspiegeling zijn van  de "elkaar tegenwerkende effecten van emotionele afstand en cognitieve belasting". "Op basis van de cognitieve belasting hypothese, zou men een toegenomen inspanning verwachten voor het spreken van de waarheid en voor liegen in een vreemde taal, waarbij de toegenomen inspanning meer uitgesproken zou zijn voor het liegen", zei Suchotzki. 

De gegevens uit het onderzoek laten veronderstelen dat de toegenomen cognitieve inspanning verantwoordelijk is voor het feit dat het langer duurt voor er een waarheidsgetrouw antwoord komt in een andere taal. 

De reden waarom die langere pauze niet optreedt of minder uitgesproken is bij het liegen, kan verklaard worden door de emotionel afstand hypothese: de grotere emotionele afstand in een vreemde taal neutraliseert de zwaardere cognitieve belasting bij het liegen. 

Hoe dan ook is het zo dat het kleinere tijdsverschil tussen liegen en de waarheid spreken in een tweede taal, het voor een waarnemer moeilijker maakt om te bepalen wanneer iemand liegt of de waarheid spreekt. En dat maakt dat iemand die liegt in een andere taal, meer kans maakt om daarmee weg te komen dan iemand die liegt in zijn moedertaal.

Anderzijds kan de vaststelling dat het gebruik van een andere taal het spreken van de waarheid belemmert, verklaren waarom mensen die een tweede taal spreken, gezien worden als minder betrouwbaar. Opvoeding rond dit effect, kan helpen om die vooringenomenheid te verminderen, zo stellen de onderzoekers.  

De studie van Kristina Suchotzki en Matthias Gamer is gepubliceerd in het "Journal of Experimental Psychology".