AFP or licensors

Globale strijd tegen hiv en aids sputtert

In Amsterdam komen deze week duizenden medische deskundigen samen op de 22ste Internationale Aids Conferentie om de laatste ontwikkelingen in hiv- en aidsonderzoek te bespreken. Aan de vooravond publiceerde de Amerikaanse Lancetcommissie dat de globale strijd tegen hiv en aids niet vlot zoals de Verenigde Naties het wil. "Een aanhoudende inspanning om risicogroepen te bereiken en het stigma te doorbreken zal nodig zijn", meldt Sandra Van den Eynde van Sensoa vanop de conferentie.

In de plannen van UNAIDS, het agentschap  van de Verenigde Naties voor de wereldwijde bestrijding van hiv en aids, zou de wereld de aids-epidemie moeten kunnen stoppen tegen 2030. In een tussentijdse stap spreken ze van de 90-90-90-regel. 90 procent van de mensen die met hiv leven, moeten hun hiv-status kennen, 90 procent van die mensen moet de nodige behandeling krijgen en 90 procent van de behandelde mensen moet een ondetecteerbare virale lading bereiken, waardoor ze het virus niet meer kunnen doorgeven. De Lancetcommissie besluit dat de wereld niet langer op koers is om die cijfers te halen en een grotere inspanning nodig zal zijn.

Ambitieuze doelen

Ongeveer 37 miljoen mensen wereldwijd leven met hiv of aids. Elk jaar voegen zich daar zo'n 1,8 miljoen nieuwe gevallen bij. Een cijfer dat de laatste jaren daalt, maar niet snel genoeg om het doel van de Verenigde Naties van 500.000 nieuwe gevallen per jaar te halen. Tot nu toe haalden slechts zes landen het 90-90-90-doel en zeven andere landen zijn op weg om die norm te halen.

In theorie zou het moeten lukken om op tijd hiv en aids de wereld uit te helpen

"Die doelen zijn sowieso zeer ambitieus", stelt Christiana Nöstlinger, onderzoeker aan het Tropisch Instituut Antwerpen, "want het moet landen motiveren om harder te werken. We hebben hele goede medicatie en preventiemiddelen ter beschikking, dus in theorie zou het zeker moeten lukken om op tijd hiv en aids de wereld uit te helpen. Maar in de praktijk zijn er een heleboel maatschappelijke en contextuele factoren zoals armoede en ongelijkheid die het moeilijk maken."

Sandra Van den Eynde, coördinator kwetsbare groepen bij Sensoa, zegt dat het vooral kwetsbare groepen zijn naar waar meer aandacht zou moeten gaan: "In Oost-Europa, Azië en Sub-Sahara-Afrika zijn er te weinig omvangrijke inspanningen, vooral bij risicogroepen zoals kinderen, tienermeisjes en sekswerkers. Ook is het stigma bij homomannen in die landen nog veel te groot. Effectieve discriminatie en vervolgingen zorgen ervoor dat mensen te bang zijn om zich te laten testen of de nodige voorbehoedsmiddelen te gebruiken. Een aanhoudende inspanning om risicogroepen te bereiken en het stigma te doorbreken zal nodig zijn."

Donormoeheid en combinatiepreventie

Experten melden dat de financiële steun aan het hiv-onderzoek de afgelopen jaren stabiel is gebleven, rond de 16,5 miljard euro per jaar. Om de VN-doelstellingen te behalen zou echter zes miljard euro meer per jaar nodig zijn. Het huidige politieke klimaat waarbij nationale belangen primeren boven ontwikkelingshulp zou daarvoor een verklaring kunnen zijn. Door betere medicatie en de beschikbaarheid van PrEP, een pil die de overdracht van het virus voorkomt, lijkt in het Westen de strijd tegen hiv en aids soms al gestreden.  

Het antwoord ligt volgens zowel Sensoa als het Tropisch Instituut echter in combinatiepreventie. Hierbij wordt de steun voor hiv gecombineerd met de bestrijding van andere overdraagbare of niet overdraagbare ziekten zoals tuberculose en diabetes. “Het potje financiële steun moet dan wel worden gedeeld maar de interventies kunnen samen worden georganiseerd. Zo kunnen ook de testfaciliteiten verbeterd worden”, vertelt Sandra Van den Eynde.

België doet het echt niet zo slecht

Behandeling voor hiv verloopt vlot in België. Er wordt ook veel gedaan rond preventie voor homoseksuele mannen. De tweede omvangrijkste risicogroep, migranten uit Sub-Sahara-Afrika, heeft meer aandacht nodig. “Die mensen hebben vaak geen kennis over middelen zoals PrEP en er wordt nog te weinig gedaan om hen in te lichten. We moeten opletten dat we geen preventie krijgen op twee snelheden en dat preventie niet louter gemedicaliseerd wordt”, stelt Christiane Nöstlinger. 

De 90-90-90-regel haalt België niet, maar we doen het "echt niet slecht" volgens Sandra Van den Eynde: “We proberen mensen zo snel mogelijk de nodige verzorging en behandeling aan te bieden. Spijtig genoeg verliezen we soms patiënten tijdens het migratieproces of wanneer ze zelf willen stoppen met de behandeling. Dat kan leiden tot een lagere behandelingsgraad in de statistieken van de VN. Gelukkig is die groep eerder klein."