Het mag eens zomer worden …

Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke week met een guitige blik naar de kleine en grote actualiteit. Vandaag: het mag eens zomer worden.

opinie
Louis van Dievel
Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS.

Het is de omgekeerde wereld. Ik kijk met stijgende verbazing naar weerkaarten van West-Europa en naar foto’s van puffende, zwetende en minimaal geklede mensen. Ik hoor van het thuisfront geweeklaag over de drukkende hitte en de vergeefse zoektocht naar verkoeling. Heel de wereld lijkt onder extreem hoge temperaturen te kreunen. Heel de wereld? Nee, op een klein eiland van de Canarische archipel is het weer maar zus en zo. 

De wereld is om zeep

Er wordt gemopperd. Dat het eindelijk eens zomer mag worden. Er zijn te veel wolken, de wind waait te fel. De oceaan is niet blauw maar grijs. Het is niet koud, absoluut niet, een goeie twintig graden. Als de zon rond het middaguur toch eens door de wolken breekt, steekt ze gemeen en brandt ze op je huid. Maar bij zonsondergang moet je een sweater aantrekken om het behaaglijk te houden. Op het pleintje van het gehucht zitten de mensen ’s avonds dicht bijeen, nog net niet te koukleumen. Mijn buurman op het eiland zei me al lachend dat de mensen over een paar jaar naar hier komen om te skiën en naar het noorden zullen gaan om een mooi kleurtje te krijgen. De wereld is om zeep, citeerde hij ongeweten een oud liedje van Urbanus. 

De zomer van 1976

Wat me bij de legendarische, bijna mythische zomer van 1976 brengt. Toen de zon zelfs om middernacht nog scheen en je schoenen aan het smeltende asfalt bleven plakken! Ik was nog jong toen, ach. Ik was na een jaar fabriekswerk opnieuw gaan studeren. De examens liepen van half juni tot een eind in juli. En vielen dus samen met de hittegolf. Ik probeerde mij – slechts gekleed in een onderbroek - met de voeten in een emmer water met ijsblokjes bij mijn cursussen te houden. Het was lastig en niet alleen door de hitte. 

De bovenbuurvrouw speelde van ’s morgens tot ’s avonds “Rocky” op haar pick-up (kent u dat inmiddels archaïsche toestel nog?), in de coverversie van de Vlaamse zanger Paul Severs. Ze kweelde zeer luid en zeer vals mee. Ik ken daardoor de tekst van het vermaledijde lied nog altijd uit het hoofd: 

“Ik zei haar, kom maar baby, heb vertrouwen, we slaan er ons wel doorheen, want als je mij een beetje helpt is liefde geen probleem.”

Indringende poëzie.

En ’s nachts, als haar minnaar op bezoek was, bezong de bovenbuurvrouw met indringende kreten de lichamelijke liefde. 

Radio Mi Amigo

De Antwerpse trammaatschappij, toen nog MIVA, had de blokperiode uitgekozen om aan de sporen te werken, net onder mijn raam. Ik hoef u het geluid van pneumatische hamers niet te beschrijven. Of het gesnerp van snijmachines. Of het gegrom van een graafmachine. Of het geluid van staal op staal. Het ging de hele dag door, twee weken lang. Ook de mannen van de tram hadden muziek bij zich in de vorm van een blèrende radio die min of meer op Radio Mi Amigo stond afgesteld. De hele dag door concurreerden Octopus, J. Vincent Edwards en Hot Chocolate beneden met Paul Severs boven. 

Toen de bovenbuurvrouw in het ziekenhuis belandde na een lelijk pak slaag van haar minnaar en de spoorleggers van de MIVA andere oorden op het tramnet opzochten, werd het zo stil dat ik mij niet meer kon concentreren. Elk voordeel heb zijn nadeel.

Het liep allemaal nog goed af. Ik slaagde, er kwam een eind aan de hittegolf en de jaren daarop genoten we opnieuw van een typisch Belgische kwakkelzomer. Zoals hier, nu, op het eiland El Hierro. Alles komt terug.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.