AP2010

Leidt dambreuk in Laos tot kortsluiting in de ambitie van het Zuidoost-Aziatische land als "batterij van Azië"?

Twee dagen geleden is de grote dam van Xepian-Xe Namnoy in het zuiden van Laos ingestort. Die dam was in aanbouw en is weggevaagd door de hevige regens en aardverschuivingen. Hij maakte deel uit van een groots, maar erg omstreden project om van Laos een uitvoerder van stroom te maken.

De dambreuk is een ramp voor het arme land in Zuidoost-Azië. Honderden mensen zijn vermist en meer dan zesduizend mensen hebben hun huis en velden onder water of modder zien stromen. De dam werd gebouwd door een Zuid-Koreaans bedrijf met financiering uit Thailand.

Hij maakte deel uit van een groots project om van Laos "de batterij van Azië" te maken. Het bergachtige land dat doorsneden wordt door de Mekong en zijn bijrivieren is een perfecte locatie voor die ambitie. Nu al voert het land tweederde van zijn stroom uit en die is goed voor een derde van alle uitvoer van Laos. Over enkele jaren moet dat echter tweederde van de export worden. Daartoe zijn al tien grote dammen gebouwd in het stroomgebied van de Mekong en er moeten er nog tientallen bijkomen.

Laos is een van de armste landen van Zuidoost-Azië. Het geïsoleerde land was in de jaren 60 en 70 het slagveld tussen Noord- en Zuid-Vietnamese troepen en werd zwaar gebombardeerd door de Amerikaanse luchtmacht. Nu nog vallen er regelmatig doden door oude bommen. Het communistische regime houdt Laos ook erg gesloten en er zijn weinig economische troeven, behalve toerisme en dus het opwekken van stroom door waterkracht.

Economisch succes of ecologische ramp?

Er is een markt voor die stroom, dankzij de snelle economische groei in het Verre Oosten. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IAE) zou de behoefte aan elektriciteit van Zuidoost-Azië met 80% stijgen tegen 2035. Waterkracht levert groene stroom op en Laos zag daarin een gat in de markt. Het krijgt daarbij voluit de steun van het snel economisch groeiende Thailand dat de belangrijkste afnemer is van die stroom.

De andere buurlanden stroomafwaarts -Cambodja en Vietnam dus- zijn veel minder enthousiast. Zij vrezen vooral de ecologische en economische schade die volgens milieugroepen de Mekong-delta bedrijven. Concreet zou het visbestand met 40% kunnen dalen en veel mensen in die twee landen leven van de visvangst uit de Mekong. De toch al bedreigde biodiversiteit in het Mekong-gebied zou bovendien zware schade oplopen en een zeldzame soort dolfijn zou hier kunnen verdwijnen.

Even erg zou het tegenhouden van vruchtbare sedimenten zijn, waardoor de landbouw in Cambodja en Zuid-Vietnam ernstige en mogelijk onherstelbare schade zou kunnen ondervinden. De Mekong-regio is een van de belangrijkste gebieden voor de rijstbouw en meer dan 60 miljoen mensen leven in dat gebied van landbouw en visserij. Als u weet dat de oude beschavingen van de Khmer in Cambodja er net gekomen zijn dankzij vernuftige irrigatiesystemen langs de Mekong, dan begrijpt u wellicht de vrees van Cambodja en Vietnam dat niet enkel hun landbouw en voedselvoorziening, maar ook hun economische ontwikkeling belemmerd zou kunnen worden door die van buurland Laos. 

Een rijstveld in Laos. Foto: Basile Morin. Basile Morin