Werelddag tegen Mensenhandel: "Getuigenissen slachtoffers mensenhandel zijn belangrijk in onderzoek"

Er is in België vooruitgang geboekt in de strijd tegen mensenhandel. Er zijn veel inspanningen geleverd en de resultaten zijn zichtbaar. Dat zegt Sarah De Hovre, directeur van vzw PAG-ASA, een van de drie erkende centra voor slachtoffers van mensenhandel, naast Sürya en Payoke. Naar aanleiding van de Werelddag tegen Mensenhandel vandaag publiceert de organisatie haar jaarverslag 2017.

Voor sommige slachtoffers is de angst voor represailles te groot

Sinds de oprichting in 1994 heeft de organisatie uit Brussel meer dan 1.700 nieuwe slachtoffers opgevangen. Elk jaar begeleidt PAG-ASA 180 à 220 Belgische en buitenlandse slachtoffers die op zoek zijn naar een nieuwe start, ver van geweld en misbruik.

Vorig jaar liepen bij PAG-ASA 386 aanmeldingen binnen (325 in 2016). Daarvan leidden 45 aanmeldingen tot het opstarten van een nieuwe begeleiding. Eens aangemeld bij PAG-ASA, maken niet alle slachtoffers de keuze om in de beschermingsprocedure te stappen. "Voor sommige slachtoffers is de angst voor represailles te groot om te durven praten met politie. Het milieu van de uitbuiter(s) bedreigt immers hun leven, hun families en misbruikt daartoe ook hun angst om door België te worden uitgewezen."

Uitbuiting op bouwwerven

In 2017 vaardigden Belgische rechtbanken 25 uitspraken uit tegen criminelen die één of meer slachtoffers begeleid door vzw PAG-ASA hadden uitgebuit. Een uitspraak ging over het dossier van het Conrad Hotel, waar een twintigtal vrouwen als slaven werden uitgebuit door prinsessen van de Verenigde Arabische Emiraten. "In al deze dossiers speelden de getuigenissen van de slachtoffers een belangrijke rol in het onderzoek", benadrukt de organisatie.

Eén van de risicosectoren vandaag lijkt de bouwsector te zijn: 28 procent van de nieuwe dossiers economische uitbuiting bij PAG-ASA hebben betrekking op slachtoffers die op bouwwerven werden uitgebuit.

Politie en de sociale inspectie spelen een sleutelrol, omdat zij vaak als eersten in contact komen met de slachtoffers, bijvoorbeeld bij controles. Terwijl in 2014 zeventig procent van de (door PAG-ASA begeleide) slachtoffers van seksuele uitbuiting afkomstig waren uit Oost-Europa, kwam vorig jaar 67 procent uit Nigeria.

"Dit cijfer is vooral het gevolg van de politie-activiteit op terrein: zo voerde de politie in 2017 een grootschalige actie uit in verschillende steden om een groot Nigeriaans netwerk te ontmantelen. Zo werden veel slachtoffers gedetecteerd en doorverwezen naar de gespecialiseerde centra zoals PAG-ASA."