Video player inladen ...

Geweld, onderdrukking en terreur zijn geen uitzonderingen in Tadzjikistan

Sinds de onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie in 1991 heeft de Centraal-Aziatische republiek Tadzjikistan een erg bewogen geschiedenis gekend. Het regime van de voormalige communist Emomali Rachmon regeert met harde hand, maar verzet en terreur zijn niet verdwenen.

Het weinig bekende Tadzjikistan - waar de buitenlandse toeristen nu aangevallen zijn - is een kleine staat in Centraal-Azië, verdeeld door het Pamirgebergte. Er wonen acht miljoen mensen. Naast de minderheden van Turkssprekende Oezbeken en Russen is de grote meerderheid Tadzjieken.

Dat volk spreekt een taal die verwant is met het Perzisch of Farsi in Iran en is overwegend soennitisch moslim. In het buurland Afghanistan zijn er ook Tadzjieken, vooral dan in het noordoosten, en die vormen na de Pasjtoen de tweede bevolkingsgroep van dat land. Die Afghaanse Tadzjieken waren ook een van de speerpunten van de "moedjahedien" die in de jaren 80 vochten tegen de Sovjetbezetting en nadien ook tegen de taliban. De bekende krijgsheer Ahmad Shah Massud was een Tadzjiek uit Afghanistan.

Tadzjikistan zelf was tot 1991 een Sovjetrepubliek, maar werd nadien onafhankelijk. Tussen 1992 en 1997 woedde in het land een verscheurende burgeroorlog tussen het postcommunistische regime van president Emomali Rachmon en islamistische rebellengroepen. Toen zijn meer dan 100.000 mensen gedood. Die oorlog werd besloten met een machtsdeling, maar het regime van Rachmon bleef stevig overeind.

President Rachmon, de onbetwiste leider van Tadzjikistan.

Repressie drijft jongeren naar IS en taliban

Dat het regime overleefde, was voor een groot deel het gevolg van de aanwezigheid van Russische militairen. Dat land heeft nu iets meer dan 6.000 militairen in Tadzjikistan, die er vooral de grens met Afghanistan bewaken. Daarnaast levert Moskou ook militair materiaal aan Tadzjikistan, dat het beschouwt als een strategisch steunpunt in Centraal-Azië.

Kende het land altijd al een stevige repressie, dan is die de voorbije jaren nog toegenomen. Zo kreeg president Rachmon na een referendum het recht om levenslang aan de macht te blijven en werden zijn rivalen ondermijnd of naar het buitenland verjaagd. Religieuze uitingen zoals hoofddoeken of baarden worden van overheidswege duidelijk "ontraden als buitenlandse invloeden".

Ongeveer duizend Tadzjiekse jongeren zouden hun toevlucht hebbengezocht bij de terreurgroep IS, bij de taliban in Afghanistan of moslimrebellen in Oezbekistan of Xinjiang

In september 2015 kwam het in de hoofdstad Doesjanbe tot schietpartijen toen gewapende mannen overheidsgebouwen en politie aanvielen. Die situatie werd snel weer onder controle gebracht. Toen zou een voormalig viceminister en ooit rebellenleider de aanvallen bevolen hebben. De leiders van een gematigde moslimpartij worden nu opnieuw vervolgd.

Veel jonge Tadzjieken zijn de repressie en uitzichtloosheid beu. Ongeveer duizend van hen zouden hun toevlucht gezocht hebben bij de terreurgroep IS, bij de taliban in Afghanistan of bij moslimrebellen in buurland Oezbekistan of in de Chinese autonome regio Xinjiang. Dat is opvallend veel en kan tot problemen leiden als die jongeren na de val van IS terugkeren.

Los daarvan ligt het land ook op een kruispunt van criminele bendes die vanuit Afghanistan opium of heroïne smokkelen, al lijkt criminaliteit niet het motief van de aanval van gisteren.

Een oorlogsbeeld uit Tadzjikistan in de jaren 90.