100 jaar geleden: Geallieerde overwinning in Frankrijk

In deze reeks brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden, deze week van 1 tot 7 augustus 1918: de Geallieerden hebben hun tegenoffensief aan de Marne met succes afgesloten, generaal Foch wordt maarschalk van Frankrijk, Geallieerden komen tussen in Rusland, Franse oud-minister vrijgesproken en veroordeeld, Amerikaans vakbondsleider gelyncht, Indianenstam verklaart Duitsland de oorlog, ....

Het Geallieerde tegenoffensief aan de Marne is met succes afgesloten.

De Duitse legers hebben zich verder teruggetrokken achter de Vesle, een bijrivier van de Aisne. Daarmee is het grootste deel van het gebied dat de Duitsers bij hun offensief in mei hadden veroverd, opnieuw in Geallieerde handen. In twee weken tijd zijn de Duitse linies tot meer dan 30 km van de Marne teruggedrongen.

De verschuivende frontlijn tot 3 augustus
Amerikaanse troepen in de aanval, Choloy 1 augustus 1918) © IWM (Q 57695)

De laatste grote fase in het offensief begon op 1 augustus, toen het leger van generaal Mangin een aanval naar de Aisne inzette. De dag daarop marcheerden zijn troepen Soissons binnen, twee maanden nadat die veelgeplaagde stad in Duitse handen was gevallen.

Franse soldaten en een oude vrouw met haar zoon die als enige burgers in Soissons achterbleven tijdens de tweede Duitse bezetting van de stad (Albums Valois, BDIC)

Voor de Geallieerden is dit een echte overwinning.  De resultaten van het grote Duitse offensief van einde mei/begin juni, dat voor paniek in Parijs zorgde, zijn ongedaan gemaakt. Nooit eerder sinds de (eerste) Slag aan de Marne in 1914, zijn de Duitsers zo ver teruggedreven. De Geallieerde terreinwinst in amper drie weken is veel groter dan bij wel groot offensief ook sinds het begin van de loopgravenoorlog.

Franse en Amerikaanse militairen bij het platform van waarop een Duits superkanon de voorbije maanden Parijs bestookte. Het ligt in gebied dat de Geallieerden de voorbije dagen veroverden (Albums Valois BDIC)

De Duitse legerberichten spreken van eerder tactische terugtrekkingen die gepaard gingen met grote verliezen voor de aanvallers. Ze vermelden niet expliciet de herovering van Soissons en ook niet de eigen verliezen, die nog hoger liggen.  De Duitse pers heeft het over een “voorlopige” stilstand van de Duitse opmars aan het Westfront.

Franse soldaten in Soissons met groenten uit een door de Duitsers achtergelaten tuin (Albums Valois, BDIC)

Foch maarschalk van Frankrijk

De Franse president Poincaré heeft een decreet ondertekend waarbij generaal Ferdinand Foch maarschalk van Frankrijk wordt.

Het grote succes van het recente Geallieerde tegenoffensief onder leiding van Foch is de aanleiding voor die eer. Behalve de herovering van Château-Thierry en Soissons werden 200 Franse dorpen bevrijd, 35.000 Duitsers krijgsgevangenen gemaakt plus 700 Duitse kanonnen en 3300 machinegeweren buitgemaakt, zo staat in de toelichting van het decreet.

De nieuwe maarschalk op de voorpagina's van Excelsior en La Tribuna Illustrata

Bovendien wil de Franse regering hiermee Foch extra gezag geven als Geallieerd opperbevelhebber aan het Westfront.

Het is nog maar de tweede keer in deze oorlog dat de waardigheid van maarschalk van Frankrijk wordt toegekend. Joffre kreeg haar in 1916, maar min of meer als troost voor zijn ontslag als opperbevelhebber. Foch wordt de eerste maarschalk die zelf het bevel voert.

"Foch heeft verwezenlijkt wat hij had beloofd" volgens de tekenaar van de Albuquerque Morning Journal (3 augustus 1918, Library of Congress)

Tegelijk eert Frankrijk ook andere generaals. Generaal Philippe Pétain, de eigenlijke Franse opperbevelhebber, ontvangt de Médaille militaire. Die medaille is normaal voorbehouden aan militairen die geen officier zijn, maar uitzonderlijk mag een generaal ze krijgen. Generaal Joseph J. Pershing, de Amerikaanse opperbevelhebber, wordt dan weer grootkruis van het Legioen van Eer.

Op 23 augustus overhandigt president Poincaré aan Foch zelf de maarschalksstaf. Dat gebeurt voor het kasteel van Bonbon, ten zuidwesten van Parijs, dat Foch als hoofdkwartier gebruikt. Premier Clemenceau (links) en andere leidende generaals zijn daarbij aanwezig.
Een Duitse blik op de bevordering van Foch tot maarschalk (Kladderadatsch, 8 september 1918 en Lustige Blätter, 9 september 1918 via Universiteitsbibliotheek Heidelberg))

Geallieerde interventie in Rusland

De Geallieerden hebben de macht overgenomen in Archangelsk, de voornaamste haven in het noorden van Rusland.

Nadat een Geallieerde vloot de kustbatterijen en  enkele schepen nabij Archangelsk had beschoten, landden op 1 augustus troepen in de buurt van de stad. Het gaat vooral om Britten en Amerikanen, aangevuld met Fransen en ook enkele Servische, Poolse en Tsjechische eenheden.

De volgende dag pleegden antibolsjewistische groepen een staatsgreep in Archangelsk. Ze installeerden een nieuwe bewind: het “Opperste Bestuur van de Noordelijke Regio”. Die wordt geleid door de eminente socialist-revolutionair Nikolaj Tsjajkovski, die met zijn 77 jaar al bijna een halve eeuw actief is in linkse revolutionaire bewegingen. 

Gevangen Bolsjewieken krijgen eten in Archangelsk (Library of Congress)

De echte macht is echter in handen van de Entente-strijdkrachten onder bevel van de Britse luitenant-generaal Frederick Poole. Die heeft de staat van beleg afgekondigd en de rode vlaggen verboden (hoewel de socialisten-revolutionairen evenzeer de rode vlag gebruiken als de bolsjewieken).

Voor de bolsjewieken is dit een zoveelste tegenslag. De meeste goederen van en naar West-Europa worden via Archangelsk getransporteerd.

Britse mariniers komen aan wal in Vladivostok © IWM (Q 61667)

Op 3 augustus zijn Britse troepen geland in Vladivostok, de grootste Russische haven in de Verre Oosten. Ook Japan en de Verenigde Staten zullen troepen naar daar sturen. Officieel is het om het Tjsecho-Slovaaks Legioen te helpen, dat een deel van Siberië controleert en via Vladivostok naar Europa wil terugkeren.

De Britse regering laat opnieuw weten dat ze niet wil tussenkomen in de Russische politiek. Toch spreek iedereen nu van een interventie, die duidelijk speelt in de kaart van de Witten, de tegenstanders van de bolsjewieken in de Russische burgeroorlog.

Intussen zijn ook Britse troepen geland in Bakoe, de belangrijke haven aan de Kaspische Zee. Ze gaan het anti-bolsjewistisch bewind aldaar steunen tegen de aanvallen van de Turken.

Tegelijk hebben Britse troepen in Perzië een einde gemaakt aan het bolsjewistisch bestuur over Enzeli, een Perzische stad aan de Kaspische Zee. De bolsjewieken uit Bakoe waren in februari tot daar doorgedrongen.

Weer hospitaalschip getorpedeerd

Opnieuw is een Geallieerd hospitaalschip het slachtoffer van een Duitse U-boot geworden.

Het gaat ditmaal om het Australische stoomschip Warilda. Dit 125 lange schip uit 1911 was bedoeld om passagiers te vervoeren tussen de oost- en het westkust van Australië. Na het begin van de oorlog gebruikte de Australische overheid het als troepentransportschip en sinds 1916 als hospitaalschip.

In de nacht van 2 op 3 augustus voer het schip op het Kanaal. Het bracht meer dan 600 gewonde en zieke militairen over van Le Havre naar Southampton. Iets voor 2 uur werd het door een torpedo getroffen.

De explosie trof de machinekamer, waar meteen verscheidene doden vielen. Door een lek maakte het schip slagzij en zonk in twee uur. De bemanning deed alles om de gewonde passagiers te evacueren. De verpleegsters protesteerden omdat zij als vrouwen het eerst in de sloepen moesten, nog voor de patiënten.  

De geëvacueerden konden snel worden opgepikt door twee escorteschepen.

Van de 801 mensen aan boord kwamen er 123 om het leven: 7 bemanningsleden en 116 patiënten, meestal zwaargewonden die diep in het schip lagen.

De hele reddingsoperatie  verliep voorbeeldig, hoewel het door het uitvallen van de stroom pikdonker was. Een tiental mannen bleef tot het laatst aan boord om ter hulp te kunnen schieten. De kapitein, die gered is, wordt voorgedragen voor een onderscheiding.

Amerikaans vakbondsleider gelyncht

In Butte, in de Amerikaanse staat Montana, is de vakbondsleider Frank Little gelyncht. Little, een voorman van de zeer linkse vakbond Industrial Workers of the World, was naar Butte gekomen om de kopermijnwerkers te helpen bij hun staking tegen de Anaconda Mining Company. De stakers willen meer veiligheid in de mijn en een hoger loon.

Het bedrijf heeft een privé-militie ingezet tegen de stakers en ook in de kranten is een campagne tegen hen gevoerd.  Vroeg in de ochtend op 1 augustus drongen zes mannen met geweld binnen in het pension waar Little verbleef. Ze ontvoerden de vakbondsleider. Eerst werd hij aan een auto vastgebonden en zo weggesleept. Daarna werd de man opgehangen buiten de stad.

Op het lichaam van Little was een briefje gespeld met als tekst: "Eerste en laatste waarschuwing". Van de daders is geen spoor. Amper enkele weken geleden was Little als eens zwaar aangepakt door tegenstanders in El Paso, Texas.

Op 5 augustus is Little in Butte begraven onder massale belangstelling. Zo'n 10.000 mensen stonden langs de kant van de weg, ruim 3.000 volgden de lijkkist.

Little was niet alleen vakbondsleider maar ook een tegenstander van de oorlog.

Indianen verklaren de oorlog aan Duitsland

De Onondaga-indianen in de Verenigde Staten hebben formeel de oorlog aan Duitsland verklaard.

Reden daarvoor is de slechte behandeling die 17 Onondaga’s hebben opgelopen in Duitsland. Ze maakten deel uit van een Duits circus, waarin ze een wildwest-show opvoerden.  Bij het uitbreken van de oorlog in 1914 werd het circus opgedoekt. De indianen werden voor hun veiligheid opgesloten. Ze zijn intussen vrijgelaten, maar zouden zijn beledigd en geslagen.

De oorlogsverklaring roept elke weerbare man van de stam op om dienst te nemen aan de zijde van Geallieerden.

Zoals veel Amerikaanse kranten brengt de El Paso Herald het nieuws op de voorpagina op 1 augustus (Library of Congress)

De verklaring is opgesteld door de jurist Edward M. Gohl, de adviseur van de stam en zelf door de Onondaga’s geadopteerd. Volgens Gohl beroepen de Onondaga’s zich op een verdrag uit 1788, dat hen als een aparte natie erkent.

De Onondaga’s vormen een van de vijf stammen van de Irokezen aan het Ontariomeer in de staat New York. Ze zouden met niet veel meer dan 500 zijn.

Het nieuws wordt door de pers van de hele wereld overgenomen. De pro-Duitse kranten maken er zich eerder vrolijk over, de pro-Geallieerde nemen het ernstig.  

Een andere Irokese natie, de Oneida’s, zal het voorbeeld van de Onondaga’s volgen.

In een lezersbrief aan de New York Times, dat het nieuws niet had gebracht, suggereert Edward Gohl dat er wel eens een verband zou kunnen zijn tussen de oorlogsverklaring van de Onondaga en de Geallieerde successen bij de Marne
De eerder denigrerende commentaar in 2 aktivistische en pro-Duitse publicaties

Malvy vrijgesproken… en veroordeeld

De Franse Senaat heeft uitspraak gedaan in de zeer ophefmakende zaak rond de vroegere minister van Binnenlandse Zaken Louis Malvy.

Malvy, die tot de centrumlinkse radicale partij behoort, moest bijna een jaar geleden opstappen als minister, nadat ontdekt was dat het extreemlinkse pacifistische blad Le bonnet rouge geld van Duitsland had gekregen. Zijn ontslag leidde tot de val van de regering-Ribot.

Daarop werd Malvy door de extreemrechtse journalist Léon Daudet van verraad beschuldigd. Hij zou het plan van het Franse offensief aan de Chemin des Dames aan Duitsland hebben overgemaakt. Dat offensief werd een fiasco en veroorzaakte muiterijen in het Franse leger.

Louis Malvy (rechts)

Malvy ontkende de beschuldigingen. Hij vroeg dat de Senaat, die kan optreden als een hooggerechtshof, hem als oud-minister zou berechten. Dat gebeurde.

De linkse partijen en vakbonden vinden dat Malvy het slachtoffer is van zijn politieke tegenstanders, in het bijzonder de huidige premier Clemenceau, en zien er een poging in om kritiek op de oorlog monddood te maken.

De Franse senaat tijdens het proces, Malvy zit op de bank vooraan in het midden, rechts

Tijdens zijn proces werd Malvy verweten contacten te hebben gehad met anarchistische agitatoren. Als minister zou hij te laks zijn geweest tegenover pacifistische propaganda in het leger en stakingen in de industrie. Hij zou verdachte personen met rust hebben gelaten.

De Senaat spreekt Malvy nu vrij van verraad maar acht hem schuldig aan “ambtsmisbruik”, omdat hij niet doortastend genoeg optrad. Daarvoor wordt hij tot vijf jaar ballingschap veroordeeld.

De vakbonden denken aan een algemene staking, maar Malvy is van plan naar Spanje uit te wijken, zonder overigens zijn kamerzetel op te geven.

Naschrift: Malvy zal na het aflopen van zijn ballingschap gewoon blijvcen zetelen als kamerlid en dat tot 1940. Hij wordt ook nog eens minister.

Volgens de Duitse satirische weekbladen Kladderadatsch en Lustige Blätter voert de Franse premier Clemenceau een terreurcampagne tegen iedereen die ook maar een beetje kritiek heeft op de oorlog.

Verkiezingen in Luxemburg

Van 28 juli tot 4 augustus vonden in het Groothertogdom Luxemburg verkiezingen plaats voor de Kamer van afgevaardigden. Het waren vervroegde verkiezingen die de Kamer de mogelijkheid geven de grondwet te herzien. Het is de bedoeling onder meer het algemeen stemrecht in te voeren.

De verkiezingen zijn overtuigend gewonnen door de (katholieke) Rechtse Partij van regeringsleider Léon Kauffman, die de absolute meerderheid haalt.

Liberalen en socialisten gingen erop achteruit. Beide partijen willen de macht van de monarchie beperken. De jonge, zeer katholieke groothertogin Maria Adelheid benoemde in 1915 een rechtse regering die geen meerderheid in de Kamer had

De verkiezingen vinden plaats rond de vierde verjaardag van de Duitse bezetting van Luxemburg. De dag voor hun inval in België hebben de Duitsers het kleine groothertogdom bezet. In tegenstelling tot de Belgen boden de Luxemburgers geen weerstand. De regering protesteerde wel, maar beschouwde zich niet in oorlog.  Daarom blijft Luxemburg neutraal.

Hoewel Luxemburg niet in oorlog was, hebben veel Luxemburgers vrijwillig dienst genomen in de Geallieerde legers, zo'n 3.700 onder andere in Frankrijk waarvan 2.000 sneuvelden. Op de foto rechts, de terugkeer in het voorjaar van 1919 van Luxemburgers die dienst hadden gedaan in het Franse vreemdelingenlegioen. Rechts, het monument voor de Luxemburgse slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog in Luxemburg-stad.

De bezetter moeit zich niet met de politiek en het bestuur van het landje. Wel staan de spoorwegen en de niet onbelangrijke mijnen en staalfabrieken onder Duits beheer en moeten de Luxemburgers Duits geld aanvaarden.

Het groothertogdom lijdt intussen wel onder de oorlog. Ook hier heerst voedselschaarste. En af en toe vinden er Geallieerde bombardementen plaats. Vorige maand werd de wijk Clausen van Luxemburg-stad door bommen getroffen.

Aanschuiven voor de melkbedeling in Luxemburg-stad in 1918

Vier jaar na de Duitse inval in België ...

zou de Duitse keizer graag de klok terug kunnen zetten volgens de tekenaar van de New York Times (4 augustus 1918)  .......

en worden sommige Duitse soldaten ietwat "blasé", ze willen na vier jaar eens iets anders dan Oostende (Lustige Blätter, 5 augustus, 1918).