Eerste hulp bij zonnebrandcrème smeren: hoeveel en hoe vaak?

De zon was in juli alom aanwezig, en ook in augustus blijft ze nog voor een tijdje bij ons. Veel mensen proberen dan ook zoveel mogelijk van de zon te genieten. Maar dat heeft ook gevolgen voor onze huid. Zonnecrème smeren is dezer dagen dus zeker een must. Maar wanneer moet je nu precies smeren? En waar moet je op letten wanneer je zonnecrème koopt? Wij vroegen het aan dermatoloog Sven Lanssens. 

“Het is niet zo dat u meer moet smeren als het warm is”, zegt dermatoloog Sven Lanssens. “De temperatuur heeft eigenlijk geen invloed op het verbranden van de huid. Zo kan u bijvoorbeeld ook verbranden als u gaat skiën.” De uv-stralen spelen wél een rol. Hoe meer uv-stralen de aarde bereiken, hoe hoger is de kans dat u verbrandt. Maar dat wil niet zeggen dat u geen zonnecrème moet gebruiken wanneer het bewolkt is. Op een bewolkte dag wordt zo’n 70 procent van de uv-straling geblokkeerd. 30 procent bereikt onze huid dus wel nog.  

Het is ook niet voldoende om enkel op vakantie aan de slag te gaan met zonnemelk. “80 procent van onze blootstelling aan de zon gebeurt eigenlijk door dagelijkse activiteiten zoals boodschappen doen, in de tuin werken of naar de speeltuin gaan met de kinderen”, zegt dokter Lanssens. "Zelfs wie de hele dag binnen zit, maar bijvoorbeeld met de fiets naar het werk gaat, moet zich insmeren."

Gezond bruin?

Een “gezond bruin kleurtje” bestaat volgens Lanssens niet. “Een gebruinde huid is een huid die beschadigd is door de zon. Het is wél zo dat mensen de zon nodig hebben en dat ze beter gezind worden van de zon. Maar volgens dermatologen is er niet zoiets als een gezond bruin kleurtje.” Het is dus ook niet zo dat u niet meer kan verbranden eenmaal u gebruind bent. Hoewel het misschien moeilijker is om te zien, kan de huid nog steeds schade oplopen. 

Factor 30, 50 ... of 100?

Volgens dermatoloog Lanssens is het zeer belangrijk dat mensen zich rijkelijk insmeren, en dat gebeurt helaas niet vaak.  “Om aan factor 30 of 50 te komen zou je eigenlijk 2 milligram zonnemelk per vierkante centimeter moeten smeren. Maar bijna niemand komt daaraan. De meeste mensen gebruiken ongeveer 1 milligram per vierkante centimeter. En dan moet u de factor die u hebt gebruikt eigenlijk delen door twee. Een factor 30 wordt zo maar een factor 15.”

Wie na de vakantie naar de zon met een halfvolle bus zonnecrème terugkomt, heeft volgens Lanssens dus niet genoeg gesmeerd.

Ook is er geen groot verschil tussen een factor 30 of 50, want elke zonnecrème vervalt twee uur nadat u zich ingesmeerd hebt. Factor 50 geeft daarbij wél een iets hogere startbescherming, maar dat zou volgens Lanssens over het algemeen niet heel veel uitmaken. Kort gezegd: het is beter om vaker te smeren met een factor 30 dan één keer met een factor 50. 

Tegenwoordig bestaat er ook zonnebrandcrème met factor 100. “Hoewel die crème een iets hogere startbescherming geeft, gaat het ook hier niet zoveel  uitmaken”, zegt Lanssens. “Een zonnecrème met factor 50 beschermt voor ongeveer 97 %, een factor 100 geeft een bescherming van 99 %. Met een factor 100 bent u dus niet dubbel zo goed beschermd als met een factor 50.”

Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Synthetisch of fysisch

Tegenwoordig bestaan er verschillende soorten zonnecrème, die in twee grote groepen worden onderverdeeld: synthetische of fysische zonnecrème. Synthetische zonnecrème trekt in de huid en absorbeert zo de uv-stralen. Zo’n zonnecrème heeft wel even tijd nodig om in te trekken. Fysische (of minerale) zonnecrème beschermt de huid door een laag te vormen die de uv-stralen afstoot. In tegenstelling tot synthetische zonnecrème, moet u bij fysische zonnecrème niet wachten tot de crème is ingetrokken. Nadeel is dan weer dat die zonnecrème een witte waas kan achterlaten. Maar beide types zouden volgens dokter Lanssens even goed moeten werken. Voor kinderen jonger dan twee wordt wel aangeraden om een fysische zonnecrème te gebruiken. 

Waar moet ik op letten?

Waar moeten mensen dan op letten wanneer ze een zonnecrème kopen? “U moet er ten eerste voor zorgen dat u een zonnecrème koopt die een brede bescherming geeft tegen uv A- én uv B-stralen”, zegt Lanssens. Uv B-stralen zijn verantwoordelijk voor het verbranden van de huid. Uv A-stralen dringen dan weer diep door in de huid en kunnen huidveroudering veroorzaken. Om te weten of een zonnecrème beschermt tegen zowel uv A- als uv B-stralen, kijkt u naar de verpakking. De bescherming tegen uv-B wordt uitgedrukt met een factor, bijvoorbeeld 30 of 50. Bescherming tegen uv A-stralen wordt aangegeven door het omcirkelde woord “UVA”. 

Dokter Lanssens raadt ook aan om minstens factor 30 te gebruiken. Verder hangt het vooral af van wat u zelf aangenaam vindt. Bij zonnecrème in een sprayfles is het wel wat moeilijker om genoeg te smeren, aangezien de wind er bijvoorbeeld voor kan zorgen dat niet alles op je huid terechtkomt. “Maar het is nog altijd beter dat mensen zich insmeren met een sprayfles, dan dat ze zich niet insmeren omdat ze ertegen opkijken om een dikke kleverige crème te gebruiken.” 

Kleding vormt nog steeds de beste bescherming tegen de zon. Zeker bij kinderen wordt er sterk aangeraden om een zwemshirt, een petje en een zonnebril te gebruiken.