De Mont Blanc: waarom de "makkelijkste" berg ook de meest dodelijke is

Vanmorgen 2 augustus 2018: drie alpinisten komen om bij hun beklimming van de Mont Blanc. De drie zijn met een touw aan elkaar verbonden, hun piket komt los van de rotswand. Ze storten vanop een hoogte van 3.600 meter te pletter. Het nieuwe ongeval bevestigt een tragische tendens: de Mont Blanc eist steeds meer doden.

Even op de top van de Mont Blanc staan, met zijn 4.810 meter het dak van West-Europa, voor veel sportieve reizigers is het een uitdaging. Een realistische uitdaging bovendien, want de beklimming van de Mont Blanc is "makkelijk". Zogezegd... zomer 2016: 9 doden. Zomer 2017: 16 doden. Deze zomer: een vraagteken. Maar met één zekerheid: er zullen opnieuw meer doden vallen.

Avontuur of industrie?

Wie van bergbeklimmen houdt, heeft uiteraard mogelijkheden zat. Alleen kent elke uitdaging ook zijn beperkingen. Je kunt de Mount Everest niet op als je geen topalpinist én in extreem goede fysieke conditie bent. De Mont Blanc daarentegen? Fluitje van een cent. Tenminste, zo afficheren sommige reisbureaus.

't Is eigenlijk meer een flinke wandeltocht dan een echte beklimming. Met een beetje moeite kun je een vinkje op je bucket list zetten. Mont Blanc? Done. En daarna? Gewoon op café of tijdens het kerstfeest vertellen hoe fantastisch het daar was, op die hoogte van 4.810 meter. Uw "droom" vervuld en de kassa van de alternatieve reisbureaus én van de gidsen gevuld. Win-win toch?

Gevolg? De laatste jaren stijgt het aantal enthousiastelingen dat per se naar boven wil. De klim naar de top wordt lopendeband-werk. Een exponent van de toeristische industrie. De Mont Blanc is het slachtoffer van zijn eigen succes. Blikjes, tentjes, kledij, plastic. Noem het op en het ligt op de flanken van de berg. De Mont Blanc als milieuprobleem, da's al een oud zeer.  

Hoe meer avonturiers, hoe meer fatale reizen

Enkele jaren geleden achtte Jean-Marc Peillex, burgemeester van Saint-Gervais, het welletjes. Hij nam een bevel. Wie de Mont Blanc wou beklimmen, moest voortaan materiaal bij zich hebben. Zonnecrème bijvoorbeeld, en bergschoenen zelfs, stel u voor! Bergschoenen? Om de Mont Blanc te beklimmen? Nee toch? 

Zo erg is het inderdaad gesteld: toeristen, would-be-bergbeklimmers, laten zich per teleferic naar boven brengen. Die laatste honderden meters naar omhoog? Dat kunnen ze wel zelf. En wie het zaakje niet helemaal vertrouwt, kan altijd een gids huren. Gevolg: steeds meer "gidsen" bieden zich aan.  Veel van die gidsen zijn even amateuristisch ingesteld als de "bergbeklimmers" die ze begeleiden.

AP2012

Het is te druk op de weg naar de top

De klim naar de top van de Mont Blanc is klimtechnisch niet bijzonder moeilijk. Je moet geen ervaren alpinist of stuntman zijn om de top te halen.  Maar: niets is voor een toerist met ambitie frustrerender dan die ambitie niet waar te kunnen maken. En dus staan gidsen onder druk. Want hun gevolg wil en zal de top halen. Risico's worden steeds vaker slecht ingeschat. 

Om de top te bereiken moet je, letterlijk, boeken. Een datum afspreken. Op bepaalde richels is het trouwens nu al drummen. Dus moet groep A wachten tot groep B zijn ding heeft gedaan. Stel u voor dat je de top niet kunt bereiken, omdat je te lang hebt moeten wachten, zo ergens tussenin...  Of stel u voor dat het weer niet optimaal is op de dag dat je hebt gereserveerd. De volgende dag dan maar? Dat zal niet lukken, want die zit uiteraard ook vol.

Een berg met een slecht karakter

De Mont Blanc is bovendien ronduit verraderlijk. Er zijn relatief veel lawines, bovendien is de berg niet "stabiel". De hoogste berg van Europa is sowieso onveilig. Vaak rollen of vallen stenen. Hoe meer volk, hoe meer slachtoffers van die loskomende rotsen of stenen. En daar komen ten slotte klimaateffecten bij. Door de opwarming gaat de sneeuw meer schuiven én komen bovendien steeds meer stenen los.   

Conclusie: een grillige berg met een geheel eigen karakter kreeg  de reputatie van attractiepark.  De gevolgen zijn te vaak fataal.