"Niet een rechter of politici, maar burgers moeten vrij mogen beslissen over boerkini, hoofddoek..."

Filosoof en moslim Othman El Hammouchi reageert op een recent opiniestuk van de vrijzinnige Jurgen Slembrouck op deze site over de uitspraak van een rechter in Gent over boerkini's in een zwembad. Volgens El Hammouchi moet dat gesprek niet gevoerd worden in het parlement of op de rechtbank. "Tenminste, als men wenst de liberale rechtsstaat hier te bewaren."

labels
Othman El Hammouchi
Othman El Hammouchi omschrijft zichzelf als conservatief, hij is een jonge filosoof en won de Belgische Filosofie Olympiade.

In een stuk op deze website "De boerkini is goed voor elk" (zie hiernaast) steekt vrijzinnige Jurgen Slembrouck een betoog af tegen de boerkini, naar aanleiding van de recente beslissing door een rechtbank dat het verbod op het dragen van dat lichaamsbedekkende badpak in Gentse zwembaden onrechtmatig is. Hij uit kritiek op dat besluit en op de boerkini in het algemeen, maar zegt aan het einde van zijn stuk wel tegen een verbod te zijn.

Slembroucks betoog zorgt voor verwarring omdat hij geen onderscheid maakt tussen persoonlijke moraal en wetgeving, wat de hoeksteen is van een liberale rechtsorde.

Vrijheid tout court

Een liberale samenleving verbindt zich ertoe de vrijheid van het individu te maximaliseren binnen de perken van het sociaal contract, dat is gelijke rechten en openbare orde.

Daarbij is het irrelevant of iemand die vrijheid gebruikt om religieuze geboden op te volgen.

Het officiële motief dat het Gentse stadsbestuur heeft gegeven voor het aanvechten van de beslissing van de rechtbank is dan ook – aangenomen dat het oprecht is – zeer juist: de boerkini moet niet toegestaan worden op basis van vrijheid van religie, maar vrijheid tout court.

Sterker nog, alle accessoires die niet om objectieve redenen uitgesloten kunnen worden (hygiëne, veiligheid, enz.) moeten worden toegelaten.

In een liberale orde is vrijheid de default position, en ligt de bewijslast bij de overheid om aan te tonen dat de vrijheidsbeperkingen die ze wil opleggen omwille van objectieve, wetenschappelijke redenen gerechtvaardigd zijn.

Dat zulke zaken steeds worden gezien door de lens van godsdienstvrijheid, heeft te maken met de zeer bloedige religieuze geschiedenis van Europa, en daaropvolgende strijd tussen vrijzinnigen en gelovigen.

Als conservatief erken ik dat de historische moeizaamheid waarmee deze vrijheid werd bemachtigd, en de torenhoge prijs die men ervoor betaald heeft in bloed, een goede reden vormen om haar voorlopig te bewaren.

Bovendien is godsdienstvrijheid een van de enige resterende juridische middelen die religieuzen bezitten om een steeds agressiever libertijns absolutisme dat zich via wetten aan de bevolking wil opleggen tegen te houden.

Filosofisch is ze echter overbodig: voor de staat zou religie niets meer moeten zijn dan een soort sociale club met leefregels, doctrinaire opvattingen en spirituele praktijken die men zich bij kan vervoegen.

De sarcastische toon waarmee Slembrouck de mogelijkheid dat anderen (transgenders, onaantrekkelijke mensen, mensen met huidaandoeningen, enz.) ook lichaamsverhullende kledij zouden willen dragen van de hand wijst, stoot tegen het hart.

Misschien onderschat hij de verschrikkelijke sociale en maatschappelijke druk die mensen, in het bijzonder vrouwen, ervaren om te voldoen aan de schoonheidseisen van een welbepaalde reclame- en Hollywoodcultuur, met alle psychologische gevolgen van dien.

De haast achteloze aanname dat vrouwen te allen tijde mooi voor de dag moeten komen is een verschrikkelijke smet op het blazoen van een samenleving die haast niet kan ophouden zich op zelfvoldane wijze te feliciteren voor zijn attitude tegenover vrouwen, maar ze in feite vaak behandelt als stukken vlees.

Slembrouck gebruikt tot slot nog het éne argument waar alle absolutistische seculiere tegenstanders van vrijheid prat op gaan, namelijk: wat met de nudisten? Als de staat de vrijheid van mensen om naakt rond te lopen beperkt, dan is elk willekeurig verbod toch gerechtvaardigd? Dit is een beetje het maatschappelijke analoog van de redenering ‘wel, hij drinkt toch al, dus waarom zou hij ook geen drugs beginnen te gebruiken’. Two wrongs don’t make a right. 

Filosofisch is het verbod op naaktheid in een liberale rechtsorde evenmin gerechtvaardigd als dat op religieuze symbolen en verhullende klederdracht. Persoonlijk heb ik er weinig problemen mee dat mensen naakt naar het zwembad kunnen, mits er maatregelen worden getroffen om minderjarigen ervoor te behoeden.

Maar er bestaat vrijwel een unaniem taboe op naaktheid in menselijke samenlevingen dat heel sterk is, en bovendien vrijwel niet cultuurgebonden is. Dit suggereert dat die afkeer op een of andere wijze inherent is aan de menselijke natuur. Dit in contrast tot de allergie aan de boerkini, hoofddoek, boerka, enz., die gebonden is aan een beperkt libertijns-hedonistisch, seculier, westers perspectief.

Moreel conservatisme

Tot zover hebben we vastgesteld dat de interne werking en levensstijl van religies, wereldbeschouwingen of eender welke groep gelijkgestemden in een liberale rechtsorde volledig dient los te staan van de staat en zijn wetten, behalve in gevallen waarin er sprake is van een inbreuk op gelijke vrijheid en openbare orde.

In die zin is de kritiek van Slembrouck op de boerkini zelf irrelevant voor het verbieden of beperken ervan: daarvoor moet hij aantonen dat het indruist tegen het sociaal contract, en geen kwestie is van persoonlijke vrijheid.

Ik wil hem echter best wel van antwoord dienen op zijn inhoudelijke kritiek. Slembrouck beweert dat de moreel conservatieve seksuele ethiek van de islam en andere traditionele religies ‘de gelijkwaardigheid van man en vrouw in vraag stelt’.

Deze bewering verraadt een onbegrip van het verschil tussen ongelijkheid en ongelijkwaardigheid. De ongelijke verdeling van de lasten van preutsheid tussen de seksen is een weerspiegeling van hun ongelijkheid, dat is het verschil in lichamelijke compositie tussen hen, maar bevat geenszins een moreel oordeel over de hogere waarde van de man over de vrouw.

Evenmin als het feit dat de man in een traditioneel islamitisch gezin geacht wordt alle fundamentele economische lasten te moeten dragen iets zegt over zijn minderwaardigheid t.o.v. de vrouw. Of aparte sportwedstrijden  voor mannen en vrouwen iets zeggen over de superioriteit van een van beide genders.

Niet alle ongelijkheden zijn immoreel: de gelijkheid van ongelijken is even onrechtvaardig als de ongelijkheid van gelijken. Je moet kijken naar de redenering waarmee men de bewuste discrepantie in behandeling tracht te rechtvaardigen.

In dit geval gaat het om biologische verschillen, die Slembrouck ridiculiseert en afdoet als het product van een ‘mannelijk, paternalistisch perspectief’. Het is echter gewoonweg een feit dat vrouwen meer seksuele real estate bezitten op hun lichaam dan mannen.

Bovendien is het mannelijke libido gemiddeld aanzienlijk sterker dan het vrouwelijke, een feit dat zeer duidelijk blijkt uit de geschiedenis en de biologie, alle recente (m.i. ideologisch gemotiveerde) pogingen om het te ontkrachten ten spijt. 

Bovendien is de discrepantie in libido de drijvende oorzaak achter wat men in de evolutietheorie ‘seksuele selectie’ noemt, mannetjes die de competitie moeten aangaan om met een vrouwtje te paren, een fenomeen dat bij vrijwel alle hogere zoogdieren voorkomt.

In de biologische antropologie en primitieve sociologie wordt het libidoverschil als gegeven beschouwd waarop verdere redeneringen worden opgebouwd. De beschikbaarheid van seksuele partners voor mannen kan een hele resem aan maatschappelijke fenomenen verklaren.

Als dat wordt gedaan vanuit een seculiere, ‘wetenschappelijke’ blik, zoals in een recent artikel in De Standaard, dan schijnt niemand daarvan wakker te liggen. Zodra de sociale en morele conservatief zich echter bedient van gelijkaardige denkpatronen om zijn opvattingen te verdedigen, wordt hij resoluut afgeschreven als ‘reactionair’ of ‘achterlijk’.

Ik verwelkom elke vorm van debat of dialoog over traditionele religies en hun morele voorschriften, en ben meer dan bereid om de rationaliteit van die geboden te verdedigen. Daarom ben ik ook een zeer groot voorstander van onbeperkte vrije meningsuiting, zodat Slembrouck en anderen ongestoord hun kritiek en spot kunnen uiten. Dat gesprek moet echter niet gevoerd worden in het parlement of op de rechtbank. Tenminste, als men wenst de liberale rechtsstaat hier te bewaren.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.