Amerikaanse regering verwijt rechtbank "fundamentele fouten" bij fusie AT&T en Time Warner

In de zaak rond de fusie tussen telecomgigant AT&T en het mediabedrijf Time Warner, heeft de rechtbank "fundamentele analytische fouten" gemaakt waardoor haar beslissing om het licht op groen te zetten voor de miljardendeal "duidelijk onjuist" was. Dat zegt althans de Amerikaanse regering in het beroep dat ze maandag heeft ingediend.

Rechter Richard Leon besliste in juni na een proces van zes weken om de fusie ter waarde van 85 miljard dollar zonder voorwaarden goed te keuren. De Amerikaanse regering, die naar eigen zeggen vreest voor een "minder competitieve en minder innovatieve" markt van de betaaltelevisie, kondigde al aan in beroep te gaan. Maandag werden de documenten daarvoor ingediend.

Het Amerikaanse ministerie van Justitie stelt dat de uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg onder meer "verkeerdelijk fundamentele principes van de economie en het gezond verstand negeert". Die fouten hebben "de visie van de feiten door de rechtbank verkleurd", wat geleid heeft tot een "duidelijk onjuiste beslissing".

David McAtee, een van de advocaten van AT&T, reageerde alvast onbezorgd op de tekst van ruim tachtig pagina's. Volgens hem levert de regering geen argumenten die iets aan de zaak zullen veranderen.

De overname van Time Warner zou AT&T onder meer de televisiezenders CNN, HBO en Cartoon Network, alsook het productiehuis Warner Bros. opleveren. De fusie staat al sinds 2016 in de steigers, maar in november vorig jaar stapte het Amerikaanse ministerie van Justitie naar de rechtbank omdat de deal "de Amerikaanse consumenten ernstig zou schaden".

Sommige waarnemers zagen in de blokkering door het ministerie echter de hand van president Donald Trump. Het staatshoofd ligt regelmatig overhoop met nieuwszender CNN, die hij van "fake news" beschuldigt.