Een schedel met slagtanden van een walrus. Matteo De Stefano/MUSE/Wikimedia Commons

Verdwenen Groenlandse Noormannen hadden monopolie op ivoorhandel en dat heeft bijgedragen aan hun ondergang

Vanaf pakweg 1100 n.C. tot in de 14e eeuw hadden de Groenlandse Noormannen zo goed als een monopolie op de invoer van ivoor in West-Europa. Dat blijkt uit DNA-onderzoek van productieafval van kunstvoorwerpen uit walrusivoor in Europa. Het monopolie was zeer voordelig voor de Viking-kolonies op Groenland, maar mogelijk heeft het wegvallen van de handel in de 14e eeuw in aanzienlijke mate bijgedragen aan het verdwijnen van die kolonies.  

In de late 10e eeuw stichten de Noormannen een eerste kolonie in het zuidwesten van Groenland. Volgens de IJslandse sagen was dat het werk van de uit IJsland verbannen Erik "de Rode" Thorvaldsson, en tegen het midden van de 12e eeuw waren er twee grote, bloeiende nederzettingen, een oostelijke en een westelijke, met een bevolking van duizenden mensen. 

Tegen het einde van de 15e eeuw zijn de Noormannen evenwel van Groenland verdwenen, en bleven er slechts ruïnes over en de vraag wat hun ondergang veroorzaakt had. Daarover doen wel een aantal theorieën de ronde, zoals het begin van de "Kleine ijstijd" in de 14e eeuw, het hardnekkig vasthouden aan voor het land ongeschikte landbouwtechnieken, en het koppig weigeren om vis te eten. 

Een aantal onderzoekers heeft gesuggereerd dat de handel met Europa van vitaal belang was voor het voortbestaan van de Noormannen op Groenland, en dan vooral de handel in walrusivoor. In de Middeleeuwen werden allerlei kunstvoorwerpen uit walrusivoor gesneden, onder meer religieuze voorwerpen als crucifixen, stenen voor spelletjes als backgammon of Tric Trac, stukken voor het schaakspel, en gebruiksvoorwerpen als kammen.

Een schaakstuk uit walrusivoor van rond 1250 n.C.

DNA-onderzoek

Hoewel dus al eerder geopperd was dat de handel in walrusivoor bijzonder belangrijk was voor de Groenlandse Noormannen, was er nog nooit onderzoek gedaan naar de herkomst van het ivoor dat in de Middeleeuwen West-Europa binnenkwam. Nu hebben onderzoekers van de University of Cambridge en de Universitetet i Oslo het DNA onderzocht van productieafval - schedels, bovenkaken en stukjes van slagtanden - uit Middeleeuwse ivoorsnijderijen in Trondheim, Bergen, Oslo, Dublin, Londen, Schleswig en Sigtuna, waarvan de meeste dateren tussen 900 en 1400 n.C.

Uit dat onderzoek is gebleken dat de Atlantische walruspopulatie zich tijdens de laatste IJstijd verdeeld heeft in twee afstammingslijnen, die de onderzoekers "oostelijk" en "westelijk" genoemd hebben. De oostelijke walrussen hebben een ruime verspreiding over grote delen van het Noordpoolgebied, en ook in het noorden van Scandinavië. De walrussen van de westelijke lijn daarentegen, komen enkel voor in de wateren tussen Groenland en Canada. 

Vondsten uit de eerste jaren van de ivoorhandel zijn meestal afkomstig van de oostelijke afstammingslijn. Maar toen de vraag vanaf de 12e eeuw begon te groeien, verschuift de bevoorrading met ivoor van Europa bijna uitsluitend naar slagtanden die afkomstig zijn van de westelijke populatie, zo ontdekten de onderzoekers. 

Een van 16 bovenkaken van een walrus die gevonden zijn bij opgravingen in Bergen. Het is een voorbeeld van de "verpakking" van walrusivoor, die weggegooid werd nadat de slagtanden verwijderd waren. (Foto: Dr. James H. Barrett)

Bijna een monopolie

Volgens de onderzoekers moet het ivoor van de walrussen van de westelijke populatie geleverd zijn door de Noormannen op Groenland. Ze kwamen aan het ivoor door zelf op jacht te gaan, en mogelijk ook door handel met de inheemse bevolking van Arctisch Noord-Amerika.

"De resultaten tonen aan dat tegen de jaren 1100 Groenland de belangrijkste leverancier van walrusivoor naar West-Europa was geworden - het was bijna een monopolie zelfs", zei doctor James H. Barrett van het Deprtement of Archeology, een van de auteurs van de nieuwe studie.

"De verandering in de ivoorhandel valt samen met de bloei van de nederzettingen van de Noormannen op Groenland. De bevolking nam toe, en er werden mooi afgewerkte kerken gebouwd", zo zei hij in een persmededeling op de website van de universiteit van Cambridge. 

"Latere verslagen uit IJsland suggereren dat in de jaren 1120 de Groenlanders walrusivoor gebruikten om het recht op een eigen bisdom af te kopen van de Noorse koning, en slagtanden werden ook gebruikt om tienden te betalen aan de kerk", zei Barrett. 

Hij wijst erop dat de 11e tot de 13e eeuw een periode was van demografische en economische groei in Europa, met een toenemende vraag van stedelijke centra en de elite naar luxegoederen, waaraan voldaan werd door goederen in te voeren vanuit steeds verder gelegen bronnen. 

"De vraag naar luxe goederen vervaardigd uit ivoor kan de verafgelegen gemeenschappen van de Noormannen in Groenland geholpen hebben om eeuwenlang te overleven", zo zei Barrett. 

"We wisten van in het begin dat het analyseren van oud DNA zou kunnen leiden tot nieuwe historische inzichten, maar de resultaten bleken echt wel spectaculair te zijn", zei zijn mede-auteur doctor Sanne Boessenkool van de universiteit van Oslo in de persmededeling. 

Een inwoner van de Arctische kust van Noord-Amerika jaagt op een walrus met een harpoen. Mogelijk kregen de Groenlandse Noormannen een deel van hun walrusivoor door handel te drijven met die populaties. (Illustratie uit 1874 van de walrusjacht in Noord-Amerika)

Het einde van de Groenlandse Noormannen

De nieuwe studie leert ons minder over het einde van de kolonies van de Noormannen op Groenland, zo zeggen Barrett en zijn collega's. Ze merken evenwel op dat het moeilijk is om nog aanwijzingen te vinden voor de import van walrusivoor in Europa na 1400. 

Ivoor van olifanten werd uiteindelijk het materiaal dat de voorkeur genoot van de Europese ambachtslui. "Veranderende smaken kunnen geleid hebben tot de ondergang van de markt voor walrusivoor in de Middeleeuwen", zo zei Barrett. 

Er kunnen ook andere redenen geweest zijn voor het tot stilstand komen van de export van ivoor uit Groenland: overbejaging kan ervoor zorgen dat de walruspopulaties hun verblijfplaatsen aan de kust verlaten, de "Kleine ijstijd", een onafgebroken periode van lagere temperaturen, begint in de 14e eeuw, en de Zwarte Dood hield lelijk huis in Europa in deze periode. 

"Wat het stilvallen van de Europese handel in walrusivoor ook veroorzaakt heeft, het moet een duidelijke invloed gehad hebben op het einde van de Groenlandse Noormannen", zei Barrett. "Te zeer vertrouwen op een enkel handelsartikel, ook al is het datgene wat de maatschappij in het begin zijn veerkracht heeft gegeven, kan ook de zaden van haar kwetsbaarheid in zich gedragen hebben." 

De bovenkant van een bisschopsstaf uit walrusivoor,  daterend van tussen 1050 en 1100 n.C. (Foto: Zde/Wikimedia Commons)

Prachtige gesneden voorwerpen en verpakkingsafval

In de hoogdagen van de handel in walrusivoor, tijdens de periode van de romaanse kunst, werd het materiaal gebruikt voor prachtige uitgesneden voorwerpen. Daarvan werden er veel vervaardigd voor de Kerk, in belangrijke ivoorwerkplaatsen in kerkelijke centra zoals Canterbury in het VK. 

Ook spellen in ivoor waren populair. Het bordspel van de Vikingen hnefatafl werd vaak gespeeld met stukken uit walrusivoor, en ook schaak, iets waarvan de op het Schotse eiland Lewis in de Buiten-Hebriden gevonden Lewis-schaakstukken getuigen. Die Lewis-schaakstukken zijn waarschijnlijk in Noorwegen of IJsland gesneden, en ze behoren tot de mooiste voorbeelden van Noorse ivoorsnijkunst. 

De slagtanden van de walrussen werden geëxporteerd terwijl ze nog vastzaten aan de schedel of aan de bovenkaak, die een soort beschermende verpakking vormden. In de werkplaatsen werden die stukgemaakt om het ivoor te verwijderen, en weggegooid. Dat "verpakkingsafval" heeft de nieuwe studie mogelijk gemaakt, aangezien DNA halen uit de gesneden kunstvoorwerpen al te veel schade zou toegebracht hebben en dus niet mogelijk zou geweest zijn. 

De nieuwe studie over het DNA van het walrusivoor is gepubliceerd in "Proceedings of the Royal Society B".

Een aantal stukken van het Lewis-schaakspel uit de 12e eeuw in het Museum of Scotland in Edinburgh. (Foto: Christian Bickel/Wikimedia Commons)