Een Perseïde-meteoor uit 1993. De verschillende aangeslagen atomen stralen verschillende kleuren uit. Foto: S. Kohle & B. Koch, Bonn University

Mooie nachten voor sterrenkijkers: één vallende ster (of meer) per minuut

De komende nachten kunt u weer opvallend veel sterren zien: de tijd van de Perseïden is opnieuw aangebroken. Het hoogtepunt valt van zondag op maandag. Dan kunt u tot 100 vallende sterren per uur zien - als het weer wat meezit en afhankelijk van de plaats waar u sterrenkijkt.  

De Perseïden zijn de bekendste meteorenzwerm en ze zijn een jaarlijks weerkerend fenomeen. Ze worden veroorzaakt doordat de aarde de baan van de komeet 109P/Swift-Tuttle kruist. 

Swift-Tuttle laat een wolk van stofdeeltjes achter, en wanneer die botsen met de dampkring van de aarde, ontstaan er die "vallende sterren". Marc Van den Broeck van de Volkssterrenwacht Urania: "Die deeltjes zijn superklein. Stel het je voor als stofdeeltjes zoals we die in huis hebben, en bijvoorbeeld zien als de zon laag door het raam valt." Groter kan ook, zoals een zandkorrel bijvoorbeeld, en dan krijg je meteen al een heel heldere, "grote" vallende ster. 

Die deeltjes zijn zo klein als een stofje, maar botsen wel met een snelheid van 100.000 km/u met onze dampkring

Marc Van den Broeck van Urania

Hoewel het fenomeen zich 70 kilometer van ons afspeelt, kunnen we het toch duidelijk zien, gewoon met het blote oog. "De deeltjes botsen met onze dampkring met een snelheid van 100.000 km/u. Door die wrijving onstaat er een koker van gas in een proces van ionisatie, waardoor alles oplicht en we een vallende ster zien." Wat we dus eigenlijk zien, is het opbrandproces van dat deeltje - kort maar hevig. 

Wat moet je doen om veel vallende sterren te zien?

Wie echt veel vallende sterren wil zien, wacht best tot 3 à 4 uur 's nachts. Dit jaar zitten de omstandigheden ook mee met de maan, die niet te veel zal storen. Om de sterren te zien, heb je dus geen verrekijker of ander toestel nodig. De weersvoorspellingen zien er voorlopig niet zo slecht uit, maar de bewolking kan een stoorzender zijn. 

Het is wel belangrijk om in een donker gebied plaats te nemen, liefst op het platteland, waar er zo weinig mogelijk lichtvervuiling is. "Gemiddeld zullen we 60 vallende sterren kunnen zien, in een stad kunnen dat er door de lichtvervuiling slechts 25 zijn. Maar op een heel donkere plaats, kunnen dat er tot 100 zijn", zegt Van den Broeck. Overigens: sowieso is er veel lichtvervuiling in een dichtbevolkt gebied als België. In een woestijngebied, of in de bergen, zou je er potentieel tot 200 kunnen zien. 

Gemiddeld zullen we ongeveer 60 vallende sterren per uur kunnen zien; minder in de stad, meer in afgelegen gebied

De Perseïden lijken vanuit het sterrenbeeld Perseus te komen, vandaar hun naam. (Illustratie: NASA)

Behoorlijk brede wolk voor een heel festijn

Die wolk van stofdeeltjes die zijn losgekomen van de komeet, is behoorlijk breed en de aarde gaat de wolk dan ook in op 17 juli en komt er pas uit op 24 augustus. Tussen 8 en 18 augustus zijn er duidelijk meer meteoren te zien dan anders, en de piek aan meteoren, het maximum, ligt dus in de nacht van zondag 12 op maandag 13 augustus. 

Verwacht wordt dat er die nacht bij ons vanaf 23.00 uur zo'n 25 meteoren per uur te zien zijn, om middernacht zijn dat er al 60, en tussen 3 en 4 uur worden er 80 meteoren verwacht. 

Ook in de nacht voor en na het maximum loont het nog de moeite om omhoog te kijken. In de nacht van zaterdag op zondag zijn er rond 3.30 uur zo'n 60 meteoren per uur te zien, in de nacht van maandag op dinsdag een 70-tal.

Om de meteoren te zien, moet je naar het noordoosten kijken. Dit jaar is het overigens een erg gunstig jaar voor de Perseïden, doordat het maximum in de vroege ochtend valt, en de maan nauwelijks verlicht is en dus niet stoort. Verleden jaar was de maan voor 65 procent verlicht en daardoor waren de minder heldere meteoren niet te zien. 

Adolphe Quetelet

De Perseïden krijgen hun naam van het feit dat hun radiant zich in het sterrenbeeld Perseus lijkt te bevinden. De radiant is het punt van waaruit al de meteoren lijken te komen. Bij ons ligt Perseus 's nachts hoog in de lucht in het noordoosten.

Het feit dat de meteoren allemaal uit een punt lijken te komen, is een gevolg van het perspectiefeffect: zoals twee spoorstaven op een verre afstand in een punt lijken op te gaan, lijken de meteoren, die in werkelijkheid allemaal een parallelle baan volgen, uit één punt te komen omdat ze zo ver weg zijn.

Overigens was het de Belgische astronoom en wiskundige Adolphe Quetelet die in 1835 als eerste vaststelde dat de meteoren uit het sterrenbeeld Perseus lijken te komen.  En in 1866 legde de Italiaanse astronoom Giovanni Schiaparelli als eerste het verband tussen het voorkomen van meteoren en de stofdeeltjes van kometen, dankzij de Perseïden en de komeet Swift-Tuttle. 

De meteorenzwerm wordt immers veroorzaakt doordat heel wat van de stofdeeltjes in de baan van Swift-Tuttle terechtkomen in de dampkring van de aarde. Die deeltjes, die meteoroïden genoemd worden, zijn meestal erg klein, van enkele millimeters tot enkele centimeters in doorsnede, en ze kunnen snelheden bereiken van meer dan 200.000 kilometer per uur. 

Door die hoge snelheid en de wrijving van de lucht ontstaat er een enorme hitte die de omringende lucht en het verdampende stofdeeltje ioniseert, splitst in ionen, elektrisch geladen deeltjes. Door die ionisatie zien we langs de baan van het binnendringende deeltje een smalle lichtende kolom, een korte langwerpige lichtflits, een zogenaamde vallende ster. We zien dus niet het deeltje zelf.   

Hoeveel meteoren er te zien zijn varieert. In het begin van de 19e eeuw schommelde hun aantal tussen 37 en 215 per uur, daarna lag hun aantal redelijk constant rond de 50. In 1910 en 1911 waren er bijna geen vallende sterren te zien, rond 1992 waren de aantal opnieuw flink hoger. Dat had te maken met de terugkeer van de komeet die een omlooptijd heeft van 133 jaar, en die in 1992 voor het eerst opnieuw gezien werd sinds zijn ontdekking in 1862. 

Een Perseïde uit 2014. (Foto: Jacek Halicki/Wikimedia Commons)

Meteoroïden, meteoren en meteorieten

  • Een meteorenzwerm bestaat uit meteoroïden: meestal kleine lichamen die in de interplanetaire ruimte in ons zonnestelsel zweven. Als ze tussen een korreltje en 1 meter groot zijn, noemt men de deeltjes meteoroïden, kleinere deeltjes die minder dan een gram wegen, heten micrometeoroïden.
  • Een meteoor of vallende ster is een helder, kortstondig lichtspoor dat in de lucht zichtbaar wordt doordat een meteoroïde in de dampkring komt. Bij een grote, heldere meteoor die langer meegaat, spreekt men ook van een bolide of vuurbol.
  • Een meteoriet tenslotte is een, meestal grote, meteoroïde die in de dampkring niet helemaal uiteengevallen en opgebrand is, en die dus op de aarde is terechtgekomen.