Een tractor bespuit een veld in Tsjechië. Foto: Juan de Vojnikov/Wikimedia Commons

Glyfosaat: kankerverwekkend of niet? Een "round-up" van de discussie

In 2015 klasseerde het International Agency for Research on Cancer (IARC) van de WHO de onkruidverdelger glyfosaat in klasse 2A, "waarschijnlijk kankerverwekkend". Later in datzelfde jaar besloot de European Food Safety Authority (EFSA) van de EU dat glyfosaat "waarschijnlijk geen carcinogeen gevaar inhoudt voor de mens". Twee wetenschappelijke instellingen, twee verschillende meningen. Dat heeft tot een felle discussie geleid, die nog steeds niet is gaan liggen. Een overzicht. 

De discussie over glyfosaat is niet alleen soms hevig, maar vaak ook emotioneel. Dat bracht de Boerenbond er vorig jaar toe om te zeggen dat men hoopte dat een eventuele beslissing over de uitbreiding van een verbod op Roundup "genomen zou worden op basis van wetenschappelijke argumenten en niet op basis van emoties". De bond vreesde immers dat de emotionele kant zou leiden tot een totaal verbod.  

In Vlaanderen had de regering beslist het gebruik van de onkruidverdelger door particulieren te verbieden (maar niet de verkoop), "tot er wetenschappelijke duidelijkheid bestaat over de gezondheidsrisico's". Tegenstanders van glyfosaat wezen erop dat als de Vlaamse regering het voorzorgsprincipe zou hanteren, ze het product net zou moeten verbieden tot er duidelijkheid is, en dat de professionele gebruikers, die 90 procent van het gebruik voor hun rekening nemen, nog steeds mochten blijven spuiten.

De onkruidverdelger glyfosaat werd door de chemierreus Monsanto in 1974 op de markt gebracht, en het is een succesproduct gebleken. In 2014 spoten de boeren in de VS alleen al 125 miljoen kilo verdelgers met glyfosaat op hun velden, tegenover 18 miljoen in 1995. De laatste 10 jaar is het verbruik verdubbeld en glyfosaat wordt in 160 landen gebruikt.

Het patent op glyfosaat is inmiddels vervallen voor Monsanto, maar het product blijft erg belangrijk voor het bedrijf, temeer omdat Monsanto "Roundup Ready" gewassen op de markt brengt, gewassen zoals soja, maïs en katoen, die genetisch gemanipuleerd zijn om te kunnen weerstaan aan de verdelger.

Het product is beter bekend als "Roundup", een onkruidverdelger waarin naast glyfosaat ook nog tal van andere chemische producten zitten, zogenoemde fomuleringshulpstoffen, die er bijvoorbeeld voor moeten zorgen dat het glyfosaat beter wordt opgenomen door de gewassen. Van Roundup alleen al zijn er in ons land 25 versies op de markt, en op de lijst van toegestane pesticiden staan er niet minder dan 140 herbiciden met glyfosaat als werkzame stof.   

De Europese Commissie heeft onlangs de vergunning voor glyfosaat met vijf jaar verlengd.

Protest tegen de Europese toelating voor glyfosaat bij de Europese Commissie.

Twee tegenstrijdige uitspraken

Die beslissing van de EU is ongetwijfeld beïnvloed door de uitspraak van de European Food Safety Authority (EFSA) in 2015. In dat jaar hebben twee wetenschappelijke instellingen zich immers uitgesproken over glyfosaat, en in tegengestelde zin. 

Eerst was er het International Agency for Research on Cancer (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. Dat besloot na onderzoek van een aantal studies glyfosaat te klasseren in stoffengroep 2A, de groep met stoffen die "waarschijnlijk kankerverwekkend" zijn. 

In die groep zitten ook nachtwerk en werken als kapper, en recent werd er ook rood vlees in opgenomen. In groep 1, de kankerverwekkende stoffen, zitten bijvoorbeeld alcohol, benzeen, luchtvervuiling en bewerkt vlees, charcuterie. 

Daarna volgde de EFSA, die tot de conclusie kwam dat glyfosaat "waarschijnlijk geen carcinogeen gevaar oplevert voor de mens", met andere woorden waarschijnlijk niet kankerverwekkend is. 

Dat is ook de evaluatie die soortgelijke instanties in de VS, Canada, Australië, Japan en Nieuw-Zeeland sindsdien hebben afgeleverd, en zelfs een andere afdeling van de WHO, de Joint FAO/WHO Meeting on Pesticide Residues, kwam tot het besluit dat het onwaarschijnlijk is dat glyfosaat een risico op kanker inhoudt door blootstelling via voedsel. In 2017 besloot ten slotte het European Chemical Agency dat er niet voldoende bewijs is om te beweren dat glyfosaat kankerverwekkend is. 

Waarschijnlijk wel, waarschijnlijk niet... Het IARC, de EFSA, twee wetenschappelijke instellingen, twee diametraal tegengestelde meningen. Of toch niet?

Tegengesteld, of toch niet?

Dat het IARC en de EFSA tot verschillende conclusies komen, kan vreemd lijken, maar in feite is het dat niet. Het kan verklaard worden door het feit dat ze zich voor een deel gebaseerd hebben op andere studies, en doordat ze een antwoord gegeven hebben op verschillende vragen. 

Toxiciteit of giftigheid is immers niet absoluut, maar hangt af van een aantal factoren. Zo kan iemand zelfs sterven door te veel water te drinken in een korte tijd - dat leidt tot een verstoring van het evenwicht in de elektrolieten, wat  een fatale verstoring van de hersenfuncties kan uitlokken -, maar toch zijn er weinig mensen die het in hun hoofd halen om water giftig te noemen. (Voor de wetenschap is water een van de "minst giftige chemische stoffen", met een LD50 - median Lethal Dose for 50% of subjectsde gemiddelde hoeveelheid van een stof die bij 50% van een populatie tot de dood leidt - van meer dan 90.000.000 microgram per kg levend weefsel. Bij botulinetoxine A is dat slechts 0,0005 microgram, bij het zenuwgas sarin 17,23 en bij nicotine 1.000-5.000 microgram per kg.) 

Het IARC deelt de stoffen die het onderzoekt, op in groepen, en glyfosaat zit zoals gezegd in groep 2A, "waarschijnlijk kankerverwekkend". Daarbij boog het IARC zich enkel over de vraag of glyfosaat kankerverwekkend is op zich, en hield het geen rekening met de vraag of dergelijke blootstellingen ook daadwerkelijk voorkomen. 

Volgens het IARC is er op basis van onderzoek bij landbouwers en andere mensen die beroepsmatig geregeld met het product in aanraking komen, "beperkt" bewijs dat blootstelling aan glyfosaat kanker veroorzaakt, meer bepaald non-Hodgkin-lymfoom (NHL), een lymfeklierkanker. Ook acht het IARC het "voldoende" bewezen dat glyfosaat bij proefdieren kanker veroorzaakt, en is er "sterk" bewijs dat de stof DNA kan beschadigen, iets wat ook tot kanker kan leiden.

De EFSA kijkt dan weer naar werkelijk bestaande risico's, en houdt er rekening mee hoe waarschijnlijk het is dat iemand blootgesteld wordt aan een dosis, die inderdaad kanker zou verwekken. En ze komt dan tot de conclusie dat de blootstelling aan glyfosaat bij een correct gebruik van Roundup, veel minder gevaarlijk is dan het risico op kanker dat je loopt door dagelijks alcohol te drinken, of door te veel bewerkt vlees te eten. 

Sommige tegenstanders van een verbod op glyfosaat zeggen dan ook dat de stof "minder gevaarlijk is dan bier en worst", twee stoffen (alcohol en bewerkt vlees) die in groep 1 zitten van de IARC-indeling. Maar dat is niet juist: de IARC-indeling slaat op de sterkte van het bewijs voor een verband tussen een bepaalde stof en kanker, en niets over de grootte van het effect, met andere woorden over hoe kankerverwekkend die stof is. Zo zitten sigarettenrook en bewerkt vlees allebei in groep 1, omdat voor beide even duidelijk bewezen is dat ze kanker kunnen veroorzaken. Maar dat wil nog niet zeggen dat het risico op kanker even sterk stijgt voor een roker en voor iemand die regelmatig salami eet.     

Anderzijds heeft de EFSA haar onderzoek beperkt tot studies naar de stof glyfosaat alleen, wat in de realiteit nooit zo gebruikt wordt, terwijl het IARC ook rekening heeft gehouden met studies naar verdelgingsmiddelen waarin naast glyfosaat ook nog andere stoffen zitten, wat dan weer de realiteit meer benadert. 

Een lege bus onkruidverdelger op basis van glyfosaat op de grond in een olijfgaard op Korfoe. Glyfosaat wordt er veelvuldig gebruikt om geen begroeiing onder de bomen te hebben. (Foto: Parkywiki/Wikimedia Commons)

Andere studies

De EFSA en het IARC hebben zich ook deels gebaseerd op verschillende studies om tot hun conclusies te komen, en ze hebben ook een aantal dezelfde studies verschillend geïnterpreteerd.  Toxicologische studies zijn immers, zoals de meeste wetenschappelijke studie overigens, niet eenvoudig, en men kan verschillende normen en analysetechnieken gebruiken. 

Bijna alle onderzoek naar een mogelijk verband tussen glyfosaat en kanker bij de mens, vooral NHL, non-Hodgkin-lymfoom, is gedaan bij boeren en mensen die in loondienst pesticiden spuiten. Het is echter lastig om daarbij een verband met de blootstelling aan één bepaalde stof te vinden, omdat die professionele gebruikers zo goed als allemaal met verschillende pesticiden werken, en de samenstelling van die producten ook niet altijd duidelijk is. 

De EFSA hechtte vooral een groot belang aan de "Agricultural Health Study" (AHS), een uitgebreide studie die sinds 1993 zo'n 90.000 Amerikaanse boeren en hun echtgenoten volgt in de staten Iowa en North Carolina. Daarin werd geen verband gevonden tussen blootstelling aan glyfosaat en NHL. 

Het IARC van zijn kant hechtte meer belang aan zogenoemde "casecontrolstudies", waarin "cases", namelijk mensen met NHL, vergeleken worden met een controlegroep, en men op zoek gaat naar verschillen in de blootstelling aan verschillende stoffen. In sommige van die studies werd wel een verband gevonden tussen blootstelling aan glyfosaat en NHL. 

Volgens het IARC is het voordeel van die studies dat ze allemaal samen meer gevallen van NHL bestuderen dan de AHS. De EFSA vindt die studies dan weer onvoldoende betrouwbaar, omdat het moeilijk is om een blootstelling aan een bepaalde stof achteraf te reconstrueren. 

Het IARC beriep zich ook op een aantal studies met dierproeven, en zag in het feit dat in sommige studies bepaalde tumoren vaker vastgesteld werden bij muizen en ratten die aan hogere dosissen glyfosaat waren blootgesteld, "voldoende bewijs" voor de kankerverwekkende aard van de stof. De EFSA wees er dan weer op dat er weliswaar een trend waar te nemen was, maar dat er erg weinig significante verschillen waren met de dieren in de controlegroep, dat de tumoren enkel bij erg hoge dosissen voorkwamen, en dat er geen consistente lijn zit in al de studies. 

Hetzelfde beeld bij studies in het labo met celculturen, die onderzoeken of en in hoeverre glyfosaat DNA kan beschadigen. Het IARC vond de besluiten van sommige studies wel overtuigend, de EFSA zegt dat er geen reden is tot ongerustheid, omdat de dosissen te hoog waren, er een gebrek aan controles was, en omdat er mengsels gebruikt werden in plaats van zuiver glyfosaat. En het is bekend dat bepaalde formuleringshulpstoffen in onkruidverdelgers de celwand kunnen afbreken - zodat het glyfosaat beter in de plant kan doordringen -, en daardoor vals positieve resultaten kunnen geven voor genotoxiciteit, het vermogen om DNA te beschadigen.  

In plaats van op die studies, baseerde de EFSA zich voor zijn beoordeling meer op andere, door de biochemische industrie gesponsorde, studies. En daarop zou kritiek komen. 

Verschillende Roundup-producten in de winkelrekken.

Studies van de herbicideproducenten

De EFSA heeft zich dus bij haar beoordeling voor een deel gebaseerd op studies die betaald zijn door de producenten van herbicides met glyfosaat. Dat is ook volkomen begrijpelijk, aangezien de Europese regels stellen dat bdrijven die een product op de markt willen brengen, zelf veiligheidsstudies moeten laten uitvoeren. 

Die studies bezorgen ze dan aan de bevoegde Europese en nationale instanties, maar meestal worden die niet gepubliceerd in wetenschappelijke "peer reviewed" tijdschriften. Het IARC baseerde zich uitsluitend op studies die wel gepubliceerd zijn. Vooral bij studies met dierproeven en celculturen maakte dat veel verschil. De EFSA evalueerde meer van dergelijke studies dan het IARC.

Dat een studie in opdracht van de industrie uitgevoerd werd, betekent niet noodzakelijk dat ze niet betrouwbaar is. De studies moeten immers uitgevoerd worden in een laboratorium dat voldoet aan de "Goede Laboratoriumpraktijken". Anderzijds betekenen "goede laboratoriumpraktijken" niet noodzakelijk ook goede wetenschap. Dat een test goed is uitgevoerd, betekent niet noodzakelijk dat die bepaalde test de meest geschikte was om de stof in kwestie veilig te verklaren, of dat hij daarvoor kan volstaan. Bovendien kan men ook de resultaten of interpretaties van een perfect uitgevoerde test op een voor de sponsor gunstige manier voorstellen , of interpreteren.

Ook kunnen de eigen laboratoria van de bedrijven een GPL-label krijgen, en een gigant als Monsanto heeft uiteraard zijn eigen labo. Daarom gaan er al een tijdje stemmen op om de Europese regelgeving aan te passen. 

De EFSA zei daarop dat haar experten niet blindelings de resultaten overgenomen hebben van de door de industrie gesponsorde studies, maar dat ze de originele data bekeken hebben. 

Ten slotte wees de EFSA er ook op dat hetzelfde evaluatiesysteem, waar dus ook studies die door de industrie betaald zijn, in opgenomen worden, in het verleden er al voor gezorgd heeft dat tientallen schadelijke pesticiden van de markt gehaald zijn op advies van de EFSA. De EFSA en het IARC hebben in totaal al 53 keer dezelfde pesticiden beoordeeld, en in 29 gevallen kwamen ze tot dezelfde conclusie, in elf gevallen was de EFSA minder streng, en in 14 gevallen net strenger dan het IARC.  

Monsanto Papers

Monsanto heeft echter niet alleen een eigen laboratorium, het heeft ook geprobeerd het onderzoek te manipuleren, zo blijkt uit de zogenoemde "Monsanto Papers", documenten die vrijgegeven zijn in het kader van een Amerikaanse rechtszaak tegen het bedrijf, die aangespannen was door boeren die beweren kanker te hebben gekregen door glyfosaat. En dat heeft heel wat opschudding veroorzaakt. 

Zo heeft het bedrijf geprobeerd om studies gepubliceerd te krijgen die gunstig waren voor glyfosaat, en heeft het zelf artikels geschreven en vervolgens naar wetenschappers gezocht die bereid waren die te ondertekenen, "ghostwriting". 

De EFSA heeft daarop gereageerd door te zeggen dat de Europese experts "in geen enkel geval studies hebben geëvalueerd die waren geproduceerd, gefinancierd of mogelijk gemaakt door de industrie, zonder zich bewust te zijn van die connectie". Bovendien ging het slechts om twee overzichtsstudies, zei de EFSA, waaraan de experts hoe dan ook minder gewicht toekennen, en ging het slechts om twee studies op een totaal van bijna 700 toxicologische studies. 

In de Monsanto Papers wordt er  voorts nog gesproken over "de powerpoint die Monsanto liever geheim wilde houden", maar in die interne bedrijfsdocumenten gaat het vooral om het imago van het bedrijf, en hoe het moet reageren op een Franse studie op zee-egels. 

Wat de studie van de Franse onderzoeker Gilles-Éric Seralini op ratten uit 2011 ten slotte betreft, die ook vermeld wordt, die studie heeft felle kritiek gekregen, en is dan teruggetrokken. Ook een latere, aangepaste, versie is zowel door de EFSA als door het IARC verworpen wegens ernstige tekortkomingen. Wel is gebleken dat Monsanto druk heeft uitgeoefend op de hoofdredacteur van het blad waarin de studie eerst gepubliceerd werd, een man die ook een consultant voor het bedrijf was, en ook op andere wetenschappers, om de studie terug te laten trekken.   

Onkruid naast een maïs-aanplanting is pas bespoten met Roundup, er is nog geen effect te zien.
Enige tijd later is het onkruid volkomen verdord.

Kankerverwekkend is kankerverwekkend

Het IARC mag dan wel alleen staan met zijn oordeel dat glyfosaat kankerverwekkend is, toch heeft dat mogelijk meer gewicht dan op het eerste gezicht zou gedacht worden. In 2011 heeft de EU immers haar beleid in verband met pesticiden veranderd: voor 2011 konden kankerverwekkende bestrijdingsmiddelen toegelaten worden, als de omstandigheden waarin ze daadwerkelijk kanker zouden kunnen veroorzaken, voldoende uitzonderlijk waren. Sinds 2011 is dat echter niet meer het geval.

 Daarom vindt IARC-expert Christopher Portier dat de EU de stof wel moet verbieden. "Kan je redelijkerwijs verwachten dat glyfosaat kanker veroorzaakt als je aan een voldoende hoge dosis wordt blootgesteld?", zo zei Portier aan "Eos". "Het antwoord is ja, en aangezien de EU geen pesticiden toelaat die kanker kunnen veroorzaken, ongeacht bij welke blootstelling, moet ze de stof wel verbieden."

Vraag is dan wel, welke alternatieven er zijn voor glyfosaat, en of die beter of slechter zijn. 

(Een groot deel van de informatie in dit artikel komt uit "Eos", "Glyfosaat, bron van alle kwaad?") 

VIDEO: Is glyfosaat kankerverwekkend of niet? "Terzake" bracht de voorbije jaren verschillende reportages over het onderwerp. Hieronder een selectie.

Video player inladen ...
Video player inladen ...
Video player inladen ...