Het aantal mistdagen is de laatste 30 jaar gehalveerd, dankzij de betere luchtkwaliteit.

Luchtkwaliteit kan nog beter, maar lucht is nu zuiverder dan 30 jaar geleden

Dat fijnstof slecht is voor de gezondheid, lijdt geen twijfel, en tegenwoordig komt fijnstof veel vaker in de media dan vroeger. Dat kan de indruk geven dat het probleem alsmaar erger wordt, maar dat is niet zo. Integendeel, zegt weerman Frank Deboosere op zijn website, gemiddeld is de lucht nu zuiverder dat 30 jaar geleden. Dat blijkt onder meer uit de vermindering van het aantal mistdagen per jaar.

Fijnstofdeeltjes zijn ideale condensatiekernen: water condenseert aan de deeltjes en vormt zo waterdruppeltjes. Op die manier wordt mist gevormd, en hoe meer condensatiekernen er zijn, hoe meer mist of smog - vervuilde mist - er zich kan vormen. 

Het aantal mistdagen is de voorbije 30 jaar in alle Europese meetstations sterk verminderd. In grote delen van Europa is het zowat gehalveerd. Zo waren er in Nederland tussen 1955 en 1985 zo'n 80 mistdagen per jaar, de laatste tijd zijn dat er zo'n 40, zo blijkt uit cijfers van het Nederlandse weerinstituut KNMI. Ook het aantal dagen met dichte mist is gehalveerd, van gemiddeld 30 per jaar in de jaren 60 naar zo'n 15 de laatste jaren. 

En dat is een gevolg van de schonere lucht. De Europese luchtkwaliteit is nu, gemiddeld genomen, duidelijk beter dan vroeger, zegt Deboosere.  

Hout brandt in een houtkachel. De verbranding van hout geeft veel fijnstof. 4028mdk09/Wikimedia Commons

Betere metingen

Dat we nu veel vaker berichten horen over fijnstof dan vroeger, is een gevolg van de betere metingen en het invoeren van een informatiedrempel. 

Vroeger wisten we bij gebrek aan accurate metingen niet hoe slecht de luchtkwaliteit wel was. Dat kon soms leiden tot ernstige luchtvervuiling met zelfs dodelijke gevolgen, zoals in de Maasvallei in december 1930 en in Londen in december 1952.

Ook het invoeren van een informatiedrempel maakt dat fijnstof vaker in het nieuws komt. Op 9 november 2016 werd een drempel voor fijnstof ingevoerd van 50 µg/m3 - 50 microgram fijnstof per kubieke meter lucht -, en als die overschreden wordt, moet de bevolking geïnformeerd worden. Vroeger bestond die informatiedrempel niet, en werd er dus ook niet over bericht.  

De gemiddelde concentratie van PM10 in Vlaanderen

De evolutie van de gemiddelde concentraties in de lucht van PM10, de grootste fractie van fijnstof, sinds 1996 in Vlaanderen (Illustratie: Vlaamse Milieumaatschappij VMM)

Het aantal overschrijdingen van de waarschuwingsdrempel

De evolutie van het aantal dagen met een overschrijding van de waarschuwingsdrempel in Vlaanderen. (Illustratie: Vlaamse Milieumaatschappij VMM)

Het kan nog beter

De kwaliteit van de lucht in België is nu dus beter dan enkele decennia geleden. Dat komt door een aantal factoren: steenkool wordt nauwelijks nog gebruikt voor verwarming, dieselroetfilters verminderen de uitstoot door het verkeer, en de overheid heeft de industrie strengere normen opgelegd. Daarnaast worden er in meer en meer steden of stadscentra lage-emissiezones ingesteld. 

Maar het kan en moet nog beter, zo zegt Deboosere. Ons land haalt nu wel de Europese grenswaarde, maar de strengere advieswaarden die de Wereldgezondheidsorganisatie WHO (in de grafieken WGO) vooropstelt, blijven voorlopig nog buiten ons bereik. Als we onze mobiliteit voort onder de loupe willen nemen, en bereid zijn minder vaak de open haard aan te steken, kan de luchtkwaliteit nog meer verbeteren, zo stelt de weerman.