"Japanse duizendknoop is niet meer weg te krijgen"

In Limburg zijn er nu al 250 haarden van de Japanse duizendknoop geteld langs de gewestwegen. En dat is een probleem omdat de duizendknoop een zogenaamde exoot is, een plant die in onze natuur niet thuis hoort en enorm woekert. Daardoor verdwijnen de inheemse planten.

Zien groeien

De Japanse duizendknoop kan tot drie meter hoog worden op 1 seizoen tijd. "De wortels overwinteren onder de grond en in het voorjaar begint de plant dan te groeien, tot zo'n 30 centimeter per week", vertelt Josse Gielen van het Provinciaal Natuurcentrum. De soort verdringt alle inheemse planten. "Waar de Japanse duizendknoop opduikt, verdwijnen tot 50 inheemse plantensoorten."

Superplant

"De Japanse duizendknoop wegkrijgen, is intussen een onmogelijke zaak geworden", vreest Gielen. De plant heeft een enorm wortelstelsel en het kleinste stukje dat achterblijft in de grond groeit uit tot weer een nieuwe plant.

"Je kan het vergelijken met de Amerikaanse vogelkers, die proberen we ook al tientallen jaren uit te roeien maar tevergeefs. Met gif kan je de Japanse duizendknoop wel bestrijden maar dat is ongezond, en op een aantal plaatsen mogen we dat ook niet gebruiken", gaat Gielen verder.

"Je kan de wortels ook uitspitten maar dat moet je echt jarenlang volhouden. En dat maakt het een moeilijke en dure zaak."

Wijd verspreid

De duizendknoop groeit niet alleen langs gewestwegen, ook langs de spoorlijn in Diepenbeek en op de oevers van de Dommel in Neerpelt woekert hij enorm. En de invasieve plant komt ook al voor in De Wijers, in het vijvergebied Midden-Limburg.

Het Provinciaal Natuurcentrum onderzoekt of het niet mogelijk is om de duizendknoop te bestrijden door de wortels van de planten onder water te zetten. Die techniek wordt momenteel uitgetest in Hamont-Achel.

Grondbank

Het Provinciaal Natuurcentrum pleit intussen voor het goed in kaart brengen van alle haarden van de Japanse Duizendknoop. Zodat gemeentebesturen weten waar die plant groeit zodat ze daar bij werkzaamheden rekening mee kunnen houden. "Er is ook een belangrijke taak voor aannemers weggelegd, maar zij kunnen dat niet alleen", zegt Gielen nog.