Drie Belgen riskeren elk zestien jaar cel in zeventien jaar oude moordzaak in Nederland

De openbare aanklager in de rechtbank van Den Bosch heeft een celstraf van zestien jaar geëist voor drie Belgen uit Beringen, die verdacht worden van betrokkenheid bij de dood van de 41-jarige Jan Van Mosselveld, een softdrugsdealer uit het Nederlandse Bladel. Het slachtoffer werd op 22 augustus 2001 door meerdere schoten in zijn woning om het leven gebracht. 

Het cold case-team van de politie arresteerde de drie Belgen in 2016. Een van hen was de toen 35-jarige Avni K. uit Beringen, die in de gevangenis werd gearresteerd, nadat er een DNA-match was met een bloedspoor in het huis van het slachtoffer.

Van Mosselveld werd in zijn flatwoning aan de Antoon Coolenlaan doodgeschoten. Zeventien jaar bleef onduidelijk wie verantwoordelijk was voor zijn dood. Hij had drie schotwonden. Dankzij een getuige in de woning en getuigenverklaringen van vele buren konden politie en gerecht in Nederland een beeld krijgen van het misdrijf, maar het onderzoek leidde destijds niet tot de arrestatie van de gevluchte verdachten. Een DNA-match met de sporen van het misdrijf en een persoon in de Belgische DNA-databank in 2015 had de arrestatie van Avni K. tot gevolg. Twee andere verdachten uit Beringen, Serkan K. en Kemal K., meldden zich een paar dagen later bij de politie.

Naast de afgevuurde kogels werden geld en drugs gestolen van het slachtoffer. Een man die ook in de woning aanwezig was, werd gedwongen plaats te nemen naast het stervende slachtoffer. Dat gebeurde onder bedreiging van het wapen. De officier van justitie sprak van een ripdeal, waarbij de mannen met twee vuurwapens naar Bladel trokken.

"Het is onduidelijk gebleven wie de dodelijke schoten gelost heeft. De verdachten verklaren telkens iets anders over hetgeen er gebeurd is. De officier acht hen alledrie verantwoordelijk, omdat ze samen optrokken en elk een belangrijk aandeel hadden. De mannen waren ten tijde van de ripdeal 20 jaar. De officier hekelde het gebrek aan medeleven of berouw en stond stil bij de lange tijd die de nabestaanden in onzekerheid moesten doorbrengen", aldus het Nederlandse openbare ministerie.

De uitspraak is normaal gezien op 17 september.