©WavebreakMediaMicro - stock.adobe.com

Hoera, we zijn nooit afgestudeerd!

Met het nieuwe schooljaar in zicht lonkt voor vele studenten ook het einde van hun academische carrière. "Nooit meer studeren", zullen sommigen opgelucht uitroepen. Maar gelukkig hebben ze het aan het verkeerde eind. We zullen allemaal levenslang mogen blijven leren. Een heerlijk vooruitzicht, tenminste als alle betrokken partijen - overheid, bedrijven en werknemers/werkzoekenden - hier helemaal op ingesteld zijn.

labels
Jo Buvens
De auteur is Regional Vice President en Country Leader bij Salesforce voor België en Luxemburg. Salesforce is een internationaal bedrijf dat bedrijfssoftware aanbiedt op het gebied van klantrelatiebeheer.

Om te beginnen met onszelf: iedereen heeft intussen al begrepen dat de wereld rondom ons aan een razendsnel tempo verandert. Mobiele toestellen, digitale assistenten die ons echt ‘verstaan’, zelfrijdende auto’s en andere vormen van robots die menselijke taken van ons zullen overnemen of al overgenomen hebben, … Voeg daar nog een forse scheut artificiële intelligentie aan toe, en je begrijpt meteen dat we allemaal binnen 5 à 10 jaar een totaal ander takenpakket zullen hebben dan vandaag, zelfs al doen we officieel nog steeds dezelfde job. Wie niet bereid is om voortdurend bij te leren, is dan ook een vogel voor de kat.

Logisch, denk je dan, vroeger moesten we ook al bijblijven, telkens een nieuw werkmiddel, een nieuwe procedure of een nieuwe versie van de software werd geïntroduceerd. Klopt, maar in de toekomst zullen de veranderingen vaak veel ingrijpender zijn dan gewoonweg een nieuwe procedure of een nieuw besturingssysteem. Alleen al het gebruik van AI (Artificiële Intelligentie) zal vele sectoren en banen onherkenbaar veranderen. Advocatenbureaus zullen geen dagen of weken moeten zoeken naar precedenten in een bepaalde zaak: met AI heb je de relevante zaken in een oogwenk bijeengezocht. Farmaceutische bedrijven kunnen heel wat van hun research uitbesteden aan intelligente machines, die dit werk veel sneller en grondiger uitvoeren.

In de toekomst zullen de veranderingen vaak veel ingrijpender zijn dan gewoonweg een nieuwe procedure of een nieuw besturingssysteem.

Betekent dit dat al onze jobs op het spel staan en machines het werk gaan uitvoeren? Natuurlijk niet, we zullen onze toegevoegde waarde gewoon elders moeten leggen. Een machine beschikt immers nooit over de creativiteit om die werkkracht en inzichten van de machines daar in te zetten waar je het verschil kan maken. Dat gedeelte kan je nooit automatiseren, daarvoor heb je mensen nodig. Maar die mensen kunnen enkel het verschil maken als ze de technologie en onderliggende principes volledig begrijpen. Enkel dan kunnen we het onderste uit de geautomatiseerde kan halen. En aangezien de technologie razendsnel verandert, zijn we tot levenslang leren “veroordeeld”, of positief uitgedrukt: zullen we altijd mogen blijven leren.

Belgiës waardevolste grondstof: de mensen

Het goede nieuws: Belgen zijn indrukwekkend goed in leren. Nog steeds horen we tot de wereldtop in alle vergelijkende onderwijsonderzoeken. De hele wereld benijdt ons om ons niveau van scholing en om onze meertaligheid. Niet alleen is dit een waardevolle ‘grondstof’ die we optimaal moeten benutten, het bewijst ook dat we over het talent beschikken om nieuwe informatie of inzichten te begrijpen, verwerken en ermee aan de slag te gaan. We zijn dus als geen ander voorbereid op een (beroeps)leven lang leren.

Maar om deze grondstof optimaal te kunnen benutten, moeten wel een aantal randvoorwaarden voldaan zijn. Ten eerste: de werknemers zelf, wij dus, moeten beseffen dat we enkel waardevol blijven als we bereid zijn om te blijven veranderen, om bij te leren zoals we dat in onze studiejaren hebben gedaan, en om hiermee het verschil te maken.

(Lees aub. verder onder de foto)

(c) TommL

Ten tweede: de bedrijven moeten dit levenslang leren mogelijk maken. Door de werknemers de tijd te bieden om voortdurend bij te leren enerzijds. Anderzijds moeten ze ook de middelen en omstandigheden aanreiken om dit leren zo vlot en efficiënt mogelijk te laten verlopen. Dit betekent onder meer dat ze moeten afstappen van enkel klassikaal leren, en de nodige online tools voorzien die werknemers kunnen gebruiken waar en wanneer het hen het beste past. Maar dit betekent ook dat ze die tools zo aangenaam en speels mogelijk maken zodat het leerproces niet alleen efficiënter wordt maar ook zo boeiend dat de werknemers spontaan vragen om meer.

Zelfstandig leren, op eigen ritme, met een hoge mate van zelfbediening, waarbij de leerkracht eerder een begeleider en mentor wordt dan een strenge toezichter.

Tot slot is ook voor de overheid een dubbele rol weggelegd. Enerzijds moeten ze het levenslang leren blijven stimuleren, door opleidingsvergoedingen, eigen opleidingscentra, of een combinatie van deze en andere stimulansen. Het juiste recept moet wellicht nog gevonden worden, maar dat hiervoor de nodige budgetten moeten voorzien worden, lijkt meer dan ooit duidelijk. Verder zal de overheid ook het traditionele onderwijs grondig onder handen moeten nemen, om die traditionele vorm van lesgeven aan te passen aan de veranderende maatschappij. Zelfstandig leren, op eigen ritme, met een hoge mate van zelfbediening, waarbij de leerkracht eerder een begeleider en mentor wordt dan een strenge toezichter. Dit zal hopelijk ook een antwoord vormen op onder meer de daling van het aantal leerkrachten en de leermoeheid bij vele studenten.

Als al deze betrokken partijen - overheid, organisaties en werknemers, wij allen dus - levenslang leren niet alleen mogelijk maken maar ook aangenaam, efficiënt en een toegevoegde waarde voor iedereen, dan zal België zijn waardevolste grondstof niet alleen behouden, maar ook nog voortdurend verrijken.

Lang leve het levenslang leren!  

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.