Detail van de licentie die keizer Karel aan De Gouvenot verleende.

Waarom een "Flamenco" nog geen "Vlaming" is

De edelman die in 1518 de toestemming van keizer Karel kreeg om slaven rechtstreeks van Afrika naar de Nieuwe Wereld te verschepen, kwam waarschijnlijk uit het hertogdom Savoye in wat vandaag Frankrijk is. Hoewel hij als een "Flamenco" bekendstond, was hij hierdoor geen Vlaming volgens de hedendaagse definitie.

What's in a name? Soms veel, bijvoorbeeld als het over gevoelige onderwerpen als slavenhandel en hedendaagse nationaliteit gaat. Het bericht dat de rechtstreekse slavenhandel tussen Afrika en de Nieuwe Wereld 500 jaar geleden met een "Vlaming" begon, verhit zo de gemoederen.

Uit nieuw Brits onderzoek waaraan The Independent eerder deze week aandacht besteedde, moet blijken dat keizer Karel of Karel V in augustus 1518 ene Laurent de Gouvenot een licentie verleende om die slavenhandel op te starten.

De Gouvenot was een edelman aan het hof van Margaretha van Oostenrijk in Mechelen. Zij was op dat moment landvoogdes van de Nederlanden die een onderdeel van het rijk van keizer Karel vormden. In die zin stond hij bekend als een "Flamenco", een term die het hof in Spanje losjes gebruikte om hovelingen van alle slag in onze streken aan te duiden.

Het Britse onderzoek stelt hierdoor dat een "Flemish aristocrat" of een "Vlaamse aristocraat" aan de basis van de rechtstreekse slavenhandel tussen Afrika en de Nieuwe Wereld lag. Die insteek was afgelopen vrijdag de aanleiding voor een gesprek met hoogleraar in de koloniale geschiedenis Gert Oostindie van de universiteit van Leiden in "De wereld vandaag" op Radio 1 (zie audio onder).

Bresse

Volgens masterstudent in de Financiële Economie Cedric Roels begaan de onderzoekers met deze interpretatie een fout. Hij draagt historische bronnen aan waaruit blijkt dat De Gouvenot in Bresse is geboren, een oude provincie die destijds onder controle van de hertog van Savoye stond. Vandaag is dat gebied een deel van Frankrijk.

Die bronnen vertellen voorts dat De Gouvenot in het zog van Margaretha van Oostenrijk naar de Nederlanden trok waar hij zich tot een machtige hoveling opwerkte, zo machtig dat hij in 1518 de licentie voor de slavenhandel van keizer Karel verkreeg. Zelf zou hij die niet persoonlijk organiseren: hij huurde "onderaannemers" in om het vuile werk voor hem op te knappen.

Geloof

In een gesprek met VRT NWS zegt professor Oostindie dat de bronnen en de piste van Roels kunnen kloppen. Tegelijk benadrukt hij dat de hedendaagse invulling van nationaliteit niet zonder meer van toepassing is op de historische context van 500 jaar geleden. Omgekeerd spoort de term "Flamenco" van toen niet automatisch met de betekenis van "Vlaming" vandaag.

In 1518 waren de Nederlanden een samengaan van verschillende graafschappen en hertogdommen zoals het graafschap Vlaanderen, het hertogdom Brabant en het hertogdom Limburg. Van een modern concept als het Vlaams Gewest was nog lang geen sprake. "Bovendien speelde geloof in de 16e eeuw een grotere rol dan geografische afkomst", zegt Oostindie. 

Overigens waren volgens Oostindie wel degelijk mensen die in de Nederlanden waren geboren, bij de slavenhandel betrokken. "Dat gebeurde misschien niet in het begin van de 16e eeuw, maar na 1585 trokken veel inwoners van de Zuidelijke Nederlanden naar het noorden. Samen met de inwoners van de Noordelijke Nederlanden namen zij actief aan de slavenhandel deel."