Maxime Anciaux - All rights reserved

Assistentiewoningen op privémarkt te duur: "Wooncomplexen waar slechts 10 tot 20 procent van flats verhuurd is"

In zowat de helft van de door bouwpromotoren gebouwde wooncomplexen met assistentiewoningen, staan flats leeg. Assistentiewoningen die door OCMW's of door Zorgnet, de koepel van VZW's, worden aangeboden en meestal gekoppeld zijn aan een woonzorgcentrum zijn wel zowat allemaal bewoond.

Vroeger heetten ze serviceflats, nu zijn het assistentiewoningen. Om een antwoord te bieden op de toenemende vergrijzing zijn er de jongste jaren heel wat bijgekomen. Ook private bouwpromotoren hebben zich op die markt gestort. Ze werden te koop aangeboden als een soort belegging voor kopers. Die laatsten konden ze dan verhuren in afwachting dat ze er zelf gebruik van zouden maken. Ondersteunende maatregelen zoals een verlaagd btw-tarief van 12 procent waren daar zeker niet vreemd aan.

Tot vorig jaar ging die verkoop behoorlijk vlot. Maar intussen blijken lang niet alle seniorenflats ook bewoners te vinden. Een groot deel staat leeg. Gevolg, ook de verkoop van die assistentiewoningen stort in elkaar. En dan te beseffen dat er naast de 22.000 al gerealiseerde, nog eens 16.000 in de steigers staan.

Niet de juiste doelgroep

Zo'n assistentiewoning is natuuurlijk behoorlijk duur, naargelang de luxe en de service die aangeboden wordt. "Met een pensioen van 2.000 euro per maand red je het niet", zegt Erwin Devriendt, algemeen directeur van Solidariteit van het Gezin. "Met andere woorden, die assistentiewoningen zijn gericht op grootverdieners. Maar die mensen hebben meestal al een eigen woning, die ze niet willen verlaten om een flat te huren. Ze hebben de middelen om thuishulp in te huren."

"De prijs per dag moet dus zeker omlaag, onder de 30 euro", eventueel zelfs met subsidies van de overheid", zo argumenteert Devriendt. "Anders zorgen we inderdaad voor heel wat leegstand. Nu al zijn er wooncomplexen waar amper 10 tot 20 procent van de flats verhuurd raken."

Betere omkadering

Assistentiewoningen van bouwpromotoren garanderen bovendien meestal geen doorstroming naar een woonzorgcentrum, als dat nodig wordt voor de bewoners. Seniorenflats die gekoppeld zijn aan zo'n woonzorgcentrum doen het ook veel beter. "Bij ons is de bezetting zo'n 97 procent", zegt Patrick Vyncke van Zorgnet- Icuro, een koepel van woonzorgcentra. "Als er bijvoorbeeld 's nachts iets gebeurt, weten ze dat er meteen een verpleger van het woonzorgcentrum hulp kan komen bieden. Als iemand een heup breekt, kan die enkele weken terecht in het kortverblijf van dat woonzorgcentrum om te revalideren en daarna terugkeren naar de assistentiewoning. Een koppel waar één van beide partners meer hulpbehoevend is, onder andere bij beginnende dementie, kan een beroep doen op een dagcentrum om er enkele uren te verblijven. Met andere woorden, de omkadering speelt een belangrijke rol bij de keuze van bejaarden voor zo'n assistentiewoning. Want hoewel ze in principe bedoeld zijn voor 65 plussers, stellen we vast dat de gemiddelde leeftijd in zo'n woning intussen toch al opgelopen is tot 84 jaar."