© IWM (Q 72619)

100 jaar geleden: Duitsers geven de Kemmelberg op

In deze reeks brengen we grote en kleine gebeurtenissen uit de Eerste Wereldoorlog, deze week van 29 augustus tot 4 september 1918: het Duitse leger geeft de Kemmelberg en het grootste deel van het gebied dat ze in april 1918 in Vlaanderen veroverden op en wordt verdreven uit de Franse steden Bapaume, Noyon en Péronne, Lenin zwaargewond bij aanslag, ...

“Tussen Ieper en La Bassée verkortten wij ons front in de boog naar Hazebrouck. We lieten daarmee de Kemmel aan de vijand over. De in enkele dagen doorgevoerde bewegingen bleven hem verborgen”.

Met dit bericht meldt de Duitse generale staf de terugtrekking van de legers uit het grootste deel van het gebied in Vlaanderen dat ze in april hadden veroverd. De Kemmelberg, waar toen zo zwaar om gevochten werd, is nu zonder slag of stoot opgegeven!

Oprukkende Britse troepen in de omgeving van de Kemmelberg worden gekruist door Duitse krijgsgevangenen ( uit Le Miroir, 15-9-1918). Beginfoto: Britse soldaten scheren en wassen zich in een bomput in de buurt van de Kemmelberg.

De Britten hebben meteen bezit genomen van de top van de Kemmelberg en de naburige dorpen Kemmel, Dranouter, Nieuwkerke en Wulvergem. Ook de dorpjes Voormezele en Sint-Elooi vlak ten zuiden van Ieper zijn in hun handen.

Voor België zou het een heuglijk moment moeten zijn. Het is voor het eerst sinds de Slag aan de IJzer, nu bijna vier jaar geleden, dat de Duitsers zich uit een stuk veroverd Belgisch grondgebied terugrekken. Maar dat gebied is door de zware strijd grotendeels tot een maanlandschap herleid. 

Wat overblijft van het belfort en de kathedraal in Bailleul, gefotografeerd op 2 september 1918 (Albums Valois, BDIC)

Ten zuiden van de Kemmelberg, over de Franse grens, is ook een deel van de Leievallei, met Estaires, opnieuw in Britse handen.

De dag daarvoor hadden de Duitsers al de stad Bailleul ontruimd. Het Frans-Vlaamse stadje, dat vlak voor het Duitse offensief in april nog vrijwel intact was, is nog maar een hoop ruïnes.

De Duitsers houden nu stand achter een linie die loopt over Wijtschate in de heuvels langs Ploegsteert en Armentières aan de Leie.

Links, de tekenaar van De Amsterdammer steekt de draak met de zogezegd "zegevierende" Duitse terugtocht. Rechts, Foch heeft Hindenburg gewogen en te licht bevonden. UIt De Amsterdammer, 7 september 1918.

Britten heroveren Bapaume, Fransen Noyon, Australiërs Péronne

Opnieuw hebbend de Geallieerden een deel van het Franse grondgebied heroverd dat tijdens het Lente-offensief in Duitse handen was gevallen.

In de voorafgaande dagen wisten vier Britse en een Nieuw-Zeelandse divisie Bapaume vanuit verschillende richtingen te benaderen. Door het vlakke terrein waren de tanks daarvoor van groot nut.

Uiteindelijk trokken de Duitsers zich op 29 augustus uit de stad terug om aan omsingeling te ontkomen.

Duitse soldaten versterken een palissade met mijnen die oprukkende Geallieerde tanks tegen moet houden. © IWM (Q 37346)

Bapaume is bevrijd, maar in welke toestand? De stad, die al in 1917 grondig verwoest was toen de Duitsers zich vrijwillige terugtrokken, is er zo mogelijk nog ellendiger aan toe.

Dezelfde 29 augustus hebben de Fransen de stad Noyon aan de Oise heroverd. Ook Noyon was vijf maanden eerder in Duitse handen gevallen.  

De Franse pers juicht: “Ze zijn niet meer in Noyon!”. Noyon ligt op 100 km van Parijs en de aanwezigheid van de Duitsers daar werd lang als een bedreiging voor de hoofdstad beschouwd.

Links, het "heroverde, maar zwaar beschadigde Noyon". Rechts, kaart met de Geallieerde terreinwinst tussen 31 augustus en 4 september ( Excelsior, 31-8 en 5-9-1918, BnF Gallica)

Noyon, dat het grootste deel van de oorlog goed doorstaan had, is door de recente gevechten zwaar getroffen. Zowel de Geallieerde als de Duitse granaten hebben de meeste gebouwen in de stad vernield.

Van het oude stadhuis staat alleen nog de voorgevel recht. De kathedraal – een van de eerste gotische kathedralen in de wereld – staat er nog, maar het dak is ingestort en het interieur compleet verwoest.

De gevel van het stadhuis van Noyon, 4 september 1918 (Albums Valois, BDIC)

Op 1 september was het aan Péronne, de centrale stad van het Somme-frontgebied, om bevrijd te worden. Dat gebeurde na een spectaculair optreden van het Australische legerkorps onder generaal Sir John Monash.

Twee dagen eerder wisten de Australiërs ten westen van Péronne de Somme, die daar een bocht vormt, over te steken.

Australisch peleton klaar om de Mont St-Quentin te bestormen (AWM)

De dag daarop bestormden de Australiërs de Mont St-Quentin, een heuvel even ten noorden van Péronne. De Duitsers werden snel verdreven, maar begonnen meteen de heuvel te heroveren. De Australiërs hielden stand terwijl versterkingen over de Somme werden aangevoerd. Uiteindelijk wisten ze vanop de Mont St-Quentin door te breken naar Péronne.

Graven van Australische militairen op de Mont St-Quentin; let op de datum, 1-9-1918 (AWM)
Australische militairen in het verwoeste Péronne (AWM)

Ook hier moesten de bevrijders door ruïnes marcheren. Péronne was al eerder door de Duitsers vernield.

Ten oosten van Noyon zijn de Fransen intussen over de Ailette, een bijrivier van de Oise, waar ze het ene dorp na het andere veroveren. De Britten vorderen dan weer vanuit Arras in de richting van Cambrai.

Het kasteel van Péronne in september 1918; in het gebouw is nu de Historial de la Grande Guerre, een museum volledig gewijd aan de Eerste Wereloorlog, ondergebracht (AWM)
"Prins Willie op de vlucht". De Duitse kroonprins en formeel bevelhebber van het Ve leger was een favoriet voorwerp van spot in karikaturen aan Geallieerde kant; zijn lengte en grote neus maakten hem zeer herkenbaar (uit The Washington Times, 4-9-1918, en The Seattle Star, 31-8-1918, Library of Congress)
Links, volgens Le Rire meenden op de Duitse feestdag, "Sedan-dag" op 2 september, de hoogwaardigheidsbekleders in plaats van "Hoch", vooral "Foch" te horen. Rechts, een feestdronk op de succesvolle Duitse terugtocht: "Na Chateau-Thierry, Soissons, Lassigny, Albert, hebben we de vijand nu gedwongen om Roye in te nemen. Lang leve deze defensieve zege!" (Le Rire, 7 september 1918, BnF Gallica)
Lustige Blätter hekelt het triomfalisme aan Geallieerde kant, de Duitsers hebben Frankrijk nog lang niet verlaten (Lustige Blätter, begin september 1918)

Lenin zwaargewond bij moordaanslag

Op 30 augustus is een aanslag gepleegd op de Russische bolsjewistische leider Vladimir Iljitsj Lenin.

De voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen, zoals de Russische premier officieel heet, hield die namiddag een rede voor arbeiders in een fabriek. Dat doet hij regelmatig. Tijdens de toespraak richtte een vrouw vanuit de toehoorders een pistool op hem en schoot.

Een schilderij dat de aanslag afbeeldt en de verknochtheid van de arbeiders aan Lenin moet voorstellen. Pas vanaf de aanslag werden afbeeldingen van Lenin op grote schaal verspreid. Daarvoor waren er maar weinig beelden van hem bekend.

Lenin werd  door drie kogels getroffen. Hij werd meteen naar het Kremlin overgebracht, waar dokters hem onder behandeling nemen. Zijn toestand is ernstig, maar na enkele dagen is meegedeeld dat hij buiten levensgevaar is.

De bolsjewistische pers reageert hoogst emotioneel op de aanslag. Hoewel bolsjewieken een uitgesproken afkeer voor godsdienst hebben, wordt Lenin als een profeet en een martelaar bestempeld, te vergelijken met Christus, en lijkt het alsof hij door een mirakel aan de dood is ontsnapt.

Scene uit een Sovjet-film over de aanslag uit 1932

De dader is ter plekke gearresteerd. Het is de 28-jarige Fanny Kaplan, een joodse voormalige anarchiste die al op haar 16de werd gearresteerd en ter dood veroordeeld wegens het beraden van een moordaanslag op een tsaristische ambtenaar. Ze was gedeporteerd naar Siberië en pas vorig jaar, na de val van de tsaar, vrijgelaten. Ze had zich toen bij de socialisten-revolutionairen aangesloten.

Vier dagen na de aanslag is Kaplan zonder formeel proces doodgeschoten door de Tsjeka , de politieke politie van het Sovjetregime. Ze had verklaard Lenin te willen vermoorden omdat hij een “verrader van de revolutie” zou zijn. Ze zei uitdrukkelijk alleen te hebben gehandeld.

Moissei Oeritski en Fanny Kaplan

In de ochtend voor de aanslag op Lenin is in Petrograd de chef van de lokale Tsjeka, de keiharde bolsjewiek Moissei Oeritski vermoord. De dader is een 20-jarige dichter en voormalige militaire cadet. Zowel dader als slachtoffer zijn van joodse origine.

De bolsjewieken zien achter de aanslagen een complot, waarbij de socialisten-revolutionairen en buitenlandse agenten zijn betrokken. De Britse consul-generaal in Moskou, Bruce Lockhart, is (opnieuw) door de Tsjeka opgepakt, omdat men denkt dat hij in het complot was betrokken.

Bruce Lockhart schreef een boek over zijn belevenissen in Rusland dat ook werd verfilmd.

Enkele uren na de aanslag bestormden troepen van de Tsjeka de Britse ambassade in Petrograd. De Britse marine-attaché, kapitein Francis Cromie, die zich met een revolver probeerde te verdedigen, werd ter plekke doodgeschoten. Zijn lijk werd meegenomen en mismeesterd. Hoewel een ambassade onschendbaar is, werd het personeel opgepakt en het archief geplunderd.

De bolsjewistische pers roept op om “de hydra van de contrarevolutie te vernietigen”. Een krant schrijft: “Laten er rivieren van bourgeois-bloed vloeien ter vergelding van het bloed van Lenin en Oeritski”.  

Het Canadese The Vancouver Daily Sun meldt op 2 september ten onrechte dat Lenin is omgekomen.

Nieuwe president in China gekozen

In Peking heeft de Nationale Vergadering Hsu Shih-chang gekozen tot nieuwe president van de Republiek China. Hij volgt op 10 oktober generaal Feng Kuo-chang op.

Hsu Shih-chang is de eerste burger die president van de nog jonge republiek wordt. In 1913 werd generaal Yuan Shikai tot eerste president gekozen, maar hij overleed in 1916, nadat hij zich even tot keizer had uitgeroepen. Zijn opvolger generaal Li Yuanhong trad vorig jaar af na een poging om de afgezette keizer Pu Yi terug op de troon te zetten. Feng Kuo-chang is de eerste president die zijn mandaat normaal beëindigt.

Hsu Shih-chang en generaal Tuan Ch'i-jui
Hsu Shih-chang, in het midden vooraan, en zijn regeringsploeg

Amerikaans vakbondsman in Londen

This content is subject to copyright.

Samuel Gompers, de machtige voorzitter van de overkoepelende Amerikaanse vakbond American Federation of Labor, brengt een bezoek aan Londen, waar hij onder meer door de Britse regering wordt ontvangen.

In tegenstelling tot sommige meer militante vakbonden in de VS steunt Gompers volledig de Amerikaanse oorlogsinspanning en werkt daarvoor intensief mee met de regering. Op de foto poseert hij met Amerikaanse soldaten in Londen.

Politie Londen staakt

Op 30 augustus gingen vrijwel alle 12.000 Londense politieagenten in staking. De dag daarop al werd de staking afgeblazen, nadat premier Lloyd George met hen overleg had gepleegd. De politiemannen krijgen meteen opslag en een beter pensioen.