Nicolas Maeterlinck

Verlies van nationaliteit: vijf vragen en vijf antwoorden

Het hof van beroep in Antwerpen buigt zich over de vraag of de Belgische nationaliteit moet worden afgenomen van Fouad Belkacem, die werd veroordeeld als leider van Sharia4Belgium. Een behoorlijk unieke procedure. Dirk Leestmans analyseert ze voor u, met 5 vragen en 5 antwoorden.

Op basis waarvan kan de nationaliteit worden afgenomen?

Eigenlijk bestaat de mogelijkheid al erg lang maar werd de maatregel in de praktijk nooit toegepast. De kwestie werd actueel n.a.v. de terroristische aanslagen in Frankrijk (2015) en België (2016). Onder invloed van die gebeurtenissen, werd de wet aangepast.

Er zijn twee wettelijke gronden op basis waarvan de nationaliteit kan worden afgenomen, in een lopende procedure en in een afzonderlijke procedure. 

De eerste is op basis van een nieuwe antiterrorismewet van 2015. Als iemand voor terrorisme veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van minstens vijf jaar, kan de rechter ook de nationaliteit afnemen. Beschouw dat als een bijkomende straf. Maar de rechter kan dat niet doen ten aanzien van mensen die van bij hun geboorte Belg zijn of bij de zogenoemde Belgen van de derde generatie waarvan minstens één ouder zelf ook in België geboren is. 

Deze mogelijkheid werd voor het eerst toegepast door de correctionele rechtbank van Charleroi op 13 juni 2018. Binnen het college van procureurs-generaal is afgesproken dat het openbaar ministerie deze bijkomende vraag altijd zal stellen als ze een veroordeling vraagt van minstens vijf jaar voor terroristische misdrijven. Het is m.a.w. dus een beleidskeuze. 

Maar er is ook de mogelijkheid van een afzonderlijke procedure. In die procedure moet de procureur-generaal, los van alle andere zaken, het verval van de Belgische nationaliteit vragen aan een rechter van het hof van beroep. Het openbaar ministerie moet aantonen waarom de betrokkene “ernstig tekortkomt aan de verplichtingen als Belgisch burger.” Lidmaatschap van een terroristische organisatie wordt beschouwd als een ernstige tekortkoming. Het is deze procedure waar het over gaat in de zaak Belkacem.

Hoe dan ook wordt de maatregel genomen door een rechtbank waar ook de verdediging haar argumenten kan laten horen. 

Van hoeveel mensen werd de nationaliteit al afgenomen?

In het geval van de eerste procedure is er tot nu toe één iemand zijn nationaliteit afgenomen, in het geval van de tweede procedure zijn er zes mensen (die allemaal al veroordeeld waren voor terrorisme) waarvan de nationaliteit is afgenomen en zijn er nog een tiental dossiers lopende, waaronder dus dat van Belkacem. Deze cijfers deelde minister van Justitie Koen Geens begin juli mee. 

Al bij al gaat het dus om een maatregel die heel beperkt wordt toegepast. 

Als je nationaliteit wordt afgenomen, moet je dan verder door het leven zonder nationaliteit?

Neen. Het gevolg van de beslissing mag nooit zijn dat iemand geen nationaliteit meer heeft of staatsloos wordt omdat hij of zij de Belgische nationaliteit verliest. Dat betekent dat het openbaar ministerie vooraleer ze de vraag tot afname van de Belgische nationaliteit stelt, altijd moet nakijken of de betrokken nog een andere nationaliteit dan de Belgische heeft. 

Zijn niet alle Belgen gelijk voor de wet dan?

Neen, zo zeggen sommigen, o.a. de advocaten van Fouad Belkacem. Ze vinden dat het gelijkheidsbeginsel geschonden is. Want wie als Belg geboren is, kan zijn nationaliteit niet verliezen. Wie de Belgische nationaliteit gekregen heeft, kan ze wel verliezen. 

Ze voerden op basis van dat argument een procedure voor het Grondwettelijk Hof. Maar het Grondwettelijk Hof oordeelde dat dat onderscheid perfect verantwoord is door “de bijzonder sterke banden met de nationale gemeenschap die als Belg geboren Belgen zouden hebben.” 

En volgens die juridische gedachtegang is het niet fout te redeneren in termen van ‘als Belg geboren Belgen ‘ en ‘als Belg geworden Belgen.” De tweede categorie kreeg de Belgische nationaliteit “zonder dat daarbij enige voorwaarde van verbondenheid met de nationale gemeenschap werd gesteld.” En omdat er geen verbondenheid met de gemeenschap is, kan het dus ook ontnomen worden. 

Bepalen of iemand al dan niet behoort tot een nationale gemeenschap is een heikele kwestie. Zijn ‘geboren Belgen’ die al jarenlang in het buitenland vertoeven dan meer verbonden met de gemeenschap dan “niet-hier-geboren-Belgen” die misschien een veel steviger verankerd sociaal leven leiden? 

Is het zinvol de nationaliteit af te nemen?

Daarover lopen de meningen uiteen. De ontneming van de nationaliteit hoeft niet automatisch te leiden tot een uitzetting uit het land. Dat betekent dat iemand wiens Belgische nationaliteit is afgenomen nog perfect op het Belgisch grondgebied kan verblijven, zij het dan als niet-Belg. Wil de maatregel enig effect hebben, zal de uitlevering toch moeten volgen. 

Maar bij de uitlevering, komt een ander juridisch argument om de hoek kijken: art. 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat artikel beschermt het recht op een familieleven. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft al verschillende uitwijzingen teniet gedaan op basis van dat argument. 

Maar met de uitlevering exporteer je enkel het probleem, zo zeggen critici. En terroristen laten zich niet leiden door landsgrenzen. En, zuiver strategisch gesproken, heb je minder controle over een individu als hij of zij in het buitenland verblijft. Of de maatregel dus ook effectief bijdraagt in de strijd tegen terrorisme, wordt betwijfeld. 

Bovendien zullen zij van wie de Belgische nationaliteit is afgenomen, niet nalaten te zeggen dat er in België twee soorten burgers zijn, ‘echte Belgen’ en ‘tweederangs Belgen’.