Aung San Suu Kyi mag Nobelprijs behouden, maar VN-verantwoordelijke vindt dat ze had moeten opstappen

De leidster van Myanmar, Aung San Suu Kyi, hoeft niet te vrezen dat ze haar Nobelprijs voor de Vrede moet inleveren. Dat zegt het Nobelprijscomité. Aung San Suu Kyi ligt al een tijd onder vuur voor het geweld van het Myanmarese leger tegen de Rohingya. Ook een VN-expert wijst haar nu terecht.

Critici vragen al maandenlang dat het Nobelprijscomité de vredesprijs van Aung San Suu Kyi terugvordert. Honderdduizenden mensen ondertekenden een petitie op het internet en ook prominente figuren, zoals mensenrechten­activist Desmond Tutu, stelden zich luidop vragen bij de rol van Suu Kyi. Maar het Nobelprijscomité benadrukt opnieuw dat de regels niet toelaten om een prijs in te trekken en dat alle prijzen zijn gegeven voor verdiensten uit het verleden. Suu Kyi kreeg de Nobelprijs voor de Vrede in 1991, voor haar oppositie tegen de militaire dictatuur. 

"Ze had haar ontslag moeten indienen"

Begin deze week laaide de discussie opnieuw op, nadat de Verenigde Naties een onthutsend rapport hadden bekendgemaakt. Daarin staat dat het leger van Myanmar schuldig is aan volkerenmoord op de Rohingya. Die moslims vormen een minderheid in het overwegend Boeddhistische land. Aung San Suu Kyi wordt verweten dat ze niets heeft gedaan om het geweld te laten stoppen. Sinds augustus vorig jaar zijn al meer dan 700.000 Rohingya gevlucht naar buurland Bangladesh.

Vandaag levert ook de uittredende VN-mensenrechtencommissaris Zeid Ra’ad Hoessein felle kritiek op Suu Kyi. Hij vindt dat ze vorig jaar had moeten opstappen, vanwege het geweld tegen de Rohingya in haar land. In een interview met de BBC noemt hij de pogingen van de Nobelprijswinnares om zich te excuseren “zeer betreurenswaardig”. “Ze was in een positie waarin ze iets kon doen. Ze kon uit de regering stappen,” zegt Hoessein. “Aung San Suu Kyi hoefde niet de woordvoerster van het Myanmarese leger te zijn”, vindt de mensenrechtencommissaris. “Ze had kunnen zeggen: weet je, ik ben bereid om de leider van dit land te zijn, maar niet onder deze omstandigheden.”